Crash Carvair G-ARSF 1962

Zes jaar na de opening van het vliegveld, vond het eerste ongeval plaats. Een van de ATL-98 Carvairs van Channel Air Bridge verongelukt bij de landing in een winters landschap.

Aankomst van de Channel Air Bridge ATL-98 Carvair G-ANYB op Rotterdam                                                                                (Nico Terlouw, Rotterdam, 1962)

Op 28 december 1962 vertrok ATL-98 Carvair G-ARSF vanaf Southend met bestemming Rotterdam. De bemanning bestond uit captain J.Toothill, F/O Riches en Second Officer engineering J.Barton. Naast een vrachtlading bestaande uit vier auto's waren aan boord stewardess K.Woods en 14 passagiers. De bemanning was ervaren. Er waren op dat moment nog maar drie ATL-98 Carvairs operationeel (G-ANYB, G-ARSD en G-ARSF) sinds de introductie van het type 20 maanden daarvoor. De captain had 6534 uur in zijn boek staan, waarvan 450 uur op de Carvair. Sinds april 1961 had hij 120 landingen op Rotterdam, baan 24, gemaakt, waarvan 69 met de ATL-98 Carvair.

De dagen voor de 28ste december was het weer verslechterd. Een laag druk gebied trok over West Europa waarbij die nacht een laagje sneeuw van 9 centimeter over Nederland was gevallen.

Bij het vertrek van de Carvair vanaf Southend was de weersvoorspellingvoor Rotterdam wind 200 degrees at 05 knots, changing between 1 pm and 7 pm to 160 degrees at 07 knots. Visibility 3000 m, reduced to 1000 m during moderate snow fall.

De luchthaven was door dit weer geheel bedekt onder een laag sneeuw en de baan en platform waren daardoor niet te onderscheiden met de omgeving. Bovendien was de bewolking plaatselijk laag op 1000 feet.

ATL-98 Carvair G-ARSF was het eerste toestel die dag die op Zestienhoven zou landen, waardoor er geen meldingen beschikbaar waren over het zicht op de baan. Een tweede Carvair, de G-ARSD, had die nacht op Rotterdam gestaan en vertrok om 10.01 uur richting Southend. Het toestel had geen last van enige ijsvorming op de baan en gaf aan dat het zicht op baan 24 600 yards bedroeg. De baan en het platform werden die ochtend om 10.30 uur sneeuw vrij gemaakt waarbij een laagje zand werd uitgespreid, maar inmiddels weer bedekt met een laagje sneeuw.

In 1962 lag 240 meter voor de drempel van 24 een dijkje met een hoogte van 1.40 meter, de Bovendijk. Deze verhoging werd aangeven door rode lampen, echter deze lampen waren die ochtend niet sneeuw en ijs vrij gemaakt.

Bij het bereiken van Rotterdam Control werd Carvair G-ARSF cleared to proceed to the R.R. beacon and descend to 1500 feet. (R.R. is het baken bij de Reewijkse plassen). Bij het veld aangekomen verzocht de toren te dalen tot 1000 feet. Om 10.55 uur werd de landing ingezet, met de baan in zicht kreeg de Carvair G-ARSF toestemming voor de landing en bij het buitenmerkbaken (in die tijd werden de markers gebruikt als referentiepunt tijdens een instrument landing, de marker geeft een recht naar boven gericht radio signaal af welke in de cockpit wordt opgevangen, hierbij kon de piloot inschatten of hij op de goede hoogte vloog) vloog de Carvair net op 1000 feet. Het vermogen van de motoren werd teruggenomen tot een snelheid van 130 mph, de checklist werd doorgenomen en de captain gaf opdracht tot 30 graden flaps. Zo´n 700 meter voor de baan werd full flaps gegeven. Het toestel zakte nu echter snel onder de ILS baan waardoor de baanverlichting minder goed zichtbaar werd. Het motorvermogen was te gering om het toestel nog op hoogte te brengen en het toestel vloog laag over de grond waarbij het hoofdlandingsgestel, om 11.04 uur, de 240 meter voor de baan gelegen dijkje raakte. De Carvair vloog nog 350 meter verder waarbij eerst de grond werd geraakt en weer opveerde. Bij de tweede botsing op de grond werd de rechtervleugel afgebroken en rolde het toestel over de romp tot het op zijn kop tot stilstand kwam. De brandstof stroomde uit het toestel maar mede door de laag sneeuw brak geen brand uit. De verhoogde cockpit van de Carvair ving daarbij de klap op.

Direct werd door de luchthaven hulp geboden. Bij het bereiken van de passagiersdeur stonden de eerste twee inzittenden bij de deur, met een snel aangevoerde touwladder konden zij het vliegtuig verlaten. Met behulp van de hulpdiensten werden de overige passagiers, die nog aan het `plafond` hingen, uit hun zetels gehaald. De stewardes en 14 passagiers kwamen er met een aantal schaafwonden en lichte kneuzingen, goed af. De meegenomen lading bestaande uit vier auto´s, stond dusdanig goed vastgezet dat drie auto´s met de kettingen aan de laadvloer bleven hangen, de vierde auto was deels losgeraakt. Wel liep door deze positie op z´n kop wel benzine en olie uit de voertuigen. De brandweer nam direct actie om brand te voorkomen. De inzittenden werden naar het restaurant gebracht waar een dokter hen onmiddellijk onderzocht.

De tweede piloot probeerde met zijn been een zijruit in te trappen, echter door te weinig overgebleven ruimte lukte dit niet. Op bij de plat gedrukte cockpit te komen werd direct de neus van de Carvair verwijderd. De gewonde copiloot Riches en boordwerkkundige Barton werden bevrijd, echter de piloot zat klem en was moeilijk te bereiken. Het voorstuk moest worden opgetakeld en uit elkaar worden getrokken. Het was een karwei welke bijna twee uur duurde, toen de piloot eindelijk op de brancard lag, bleek deze te zijn overleden.

Voor de buitenwereld bleef Zestienhoven direct na het ongeval grotendeels hermetisch afgesloten. Verkleunde reizigers moesten urenlang in de kou wachten voordat men werd ingelicht over de gewijzigde dienstregeling van de inkomende en vertrekkende vliegtuigen. Het vliegverkeer op Zestienhoven werd, tot half vijf, volledig stopgezet waarbij alle toestellen in deze periode werden door verwezen naar Schiphol.

Direct na het ongeluk werd de maatschappij naam aan beide zijden van de romp en in de staart met zwarte verf bedekt. Na het bevrijden van het lichaam van de piloot, werd direct gestart met verwijderen van auto´s in het laadruim, een hele klus om de auto's die ondersteboven hangen uit de romp te halen. Daarna werden romp en vleugels naar de zijkant van het veld gebracht. ATL-98 Carvair G-ARSF had 1081 uur gevlogen sinds zijn ombouw, voor de verbouwing had het toestel er 39.422 uur opzitten als DC-4. De Britse registratie werd op 5 februari 1963 doorgehaald. Op 23 februari 1963 werden romp en vleugels overgebracht naar Stansted. Hier werd het toestel enkele maanden later geheel gesloopt.

De Rijksluchtvaartdienst stelde in een rapport de toedracht en oorzaak van het ongeval vast. De conclusie kwam er op neer dat de 36 jarige piloot waarschijnlijk misleid werd door het slechte zicht en de witte vlakte. Dit mede daar de sneeuw eveneens in een strook voor de baan verwijderd was, waardoor de indruk kon worden gewekt dat de drempel van de baan 120 in plaats van 240 meter achter de dijk was gelegen. Op deze wijze werd de landing te vroeg ingezet waarbij het toestel bij de landing in aanraking kwam met de Bovendijk gelegen naast het vliegveld.

De volgende serie foto's werden door Nico Terlouw gemaakt direct na en in de middag na het ongeluk.








bronnen archief Airnieuws William Patrick Dean: The ATL-98 Carvair, diverse kranten december 1962

Wim Zwakhals, januari 2019