Travel a Go-Go

Met de verschijning van de nieuwe jet generatie voor de lange afstand in het begin van de jaren zestig van vorige eeuw, werd de generatie propliners van vooral de middenlange en lange afstand (Martin 404, DC-7 en L-1049 Super Constellation) door de grote luchtvaartmaatschappijen uit dienst genomen. Een nieuwe gebruiker in de Verenigde Staten van de toen nog vrij nieuwe toestellen, werden de Travel Clubs.  

N40427 Martin 404  Air Travelers Club                                                                                                             (archief Wim Zwakhals)

De Travel Club was daarbij een vereniging zonder winstbejag en werd gefinancierd door de clubleden door middel van een jaarlijks lidmaatschap en de kosten voor de individuele reizen en vielen daarbij onder de "compensation or hire" waarvoor de FAA regels had opgesteld. Voor de travel clubs waren daarbij van toepassing de regels van de FAA geldend voor "non commercial"of "general operations". Ten opzichte van de luchtvaartmaatschappijen hadden de travel clubs daarbij voordelen als geen overhead kosten, lagere investeringen voor aankoop van de vliegtuigen, niet gebonden aan prijstarieven en keuze van de eindbestemming. De beperkingen van de travel club waren alleen gebonden aan het bereik van het toestel en de prijs die een ieder voor de vlucht wilde betalen.  


N5900 DC-7C van de Magic Carpet Air Travel Club,  met onderhoud aan de motoren.                                                            (archief Wim Zwakhals)

Naar een inschatting van de Federal Aviation Agency waren er in 1968 zo'n 50 travelclubs in de Verenigde Staten. Bekende travel clubs waren:       

                                 


Denver's Port of Call maakte gebruik van meerdere DC-7's zoals de hiet afgebeelde DC-7 N6353C met op de achtergrond een DC-7C.

Gestart werd met de toestellen welke op dat moment beschikbaar waren op de tweedehandsmarkt. In de Verenigde Staten waren dat de Martin 404 voor de kleinere groepen (40 man) voor reizen binnen de VS, maar een veel geliefder toestel waar vele travelclubs mee startten was de Douglas DC-7. Deze DC-7 was in de eerste jaren zestig van de vorige eeuw volop beschikbaar op de tweedehands markt na de inzet van de nieuwe jet generatie (DC-8, B-720 en B-707) bij de grote luchtvaartmaatschappijen. De Douglas DC-7 was gebouwd voor de langere afstand met een vliegbereik van 7410 km en voor de DC-7C zelfs van 9070 km en kon tussen de 90 en 105 passagiers vervoeren. Met de introductie van de nieuwe jets kwamen deze goed onderhouden toestellen voor een goedkope prijs op de markt. De Travel Clubs kochten veelal een enkel toestel aan. Cabine personeel werd door de clubs zelf geregeld. Het bestuur van de travel club zorgde voor het onderhoud van het vliegtuig, welke werd onderhouden volgens de FAA onderhoudsregels. Bemanning van het vliegtuig werkten op ad-hoc basis en bestond veelal uit ervaren DC-7 piloten voorzien van alle noodzakelijke papieren.  

Het verschil met IT reizen was dat de travel clubs alleen de vliegreis verzorgde. De deelnemers moesten zelf zorgen voor hotels (die uiteraard ook voor groepsreizen te boeken zijn), aansluitend vervoer en/of geplande tours op de te bezoeken plaatsen. De travel club was vrij democratisch van opzet, iedere deelnmemer van de travel club kon een voorstel voor een bestemming aangeven. Bij voldoende aanbod werd de prijs van de vliegreis bepaald en werd deze op de agenda van de club weergegeven. De reizen werden uitgevoerd op basis van meeste vraag en daarbij was de regel wie het eerst boekt, gaat mee. Er was geen beperking op het aantal reizen welke door de leden per jaar konden worden uitgevoerd. De vliegreisprijs per persoon kwam daarbij nooit uit boven de $ 100,-. Uitzonderingen waren lange vluchten zoals een bezoek vanuit VS aan Barcelona en/of Lissabon welke uitkwam op $ 271,- per persoon, een reis van Cincinatti via Shannon naar London en Zurich voor $ 265,- en de langste reis welke door de Travel a Go-Go Club werd uitgevoerd een drieweken durende reis naar Tokyo, Osaka, Hong-Kong en Manila voor een vliegprijs van $ 641,- pp.  


De kleuren van Delta Air Lines zijn duidelijk zichtbaar op de DC-7B N4889C welke voorzien is van Atlanta Skylarks, Georgia's Flying Country Club opschriften.                                                                                                                                                                                               (archief Wim Zwakhals)

In 1968 maakte de FAA nieuwe richtlijnen bekend welke per 1 januari 1969 werden ingevoerd. Hierin werd vastgesteld dat ook de Travel Clubs zich moesten houden aan de veiligheids regels zoals vastgesteld voor de commerciele luchtvaart, zoals een interieur cabineverlichting en gebruik van brandwerend materiaal, nooduitgangen en verplichte voorlichting van evacuaties aan de inzittenden. Ook dienden de toestellen voorzien te zijn van een weerradar. Straalvliegtuigen dienden daarnaast voorzien te zijn van voice recorders en de bemanning moest voorzien zijn van de noodzakelijke papieren zoals gewenst bij de commerciele maatschappijen. Met de invoering van deze nieuwe regels haakten een groot deel van de travel clubs af, vooral de travel clubs die gebruik maakten van de oudere propliners als Lockheed Constellation, Douglas DC-7 en Martin 404. Een aantal travel clubs stapten over op de nieuwe jetliners welke op dat moment op de markt kwamen als de CV-880 en B-720.

De Travel Clubs waren de laatste grote gebruikers van de DC-7 en de meeste DC-7'ens belanden na hun diensttijd bij de travel clubs in de bosbrandbestrijding.   


De leden van de Magellan Air Travel Club  brengen zelf de opschriften aan op deze net aangeschafte DC-7B N833D van Eastern Airlines.                                                                                                                                                                          (archief Wim Zwakhals,  Oakland , 9 september 1965)

Travel Clubs op Rotterdam

Slechts eenmaal werd Zestienhoven door een Amerikaanse travel club bezocht en wel door een travel club welke vloog onder de toepasselijke naam "Travel a Go-Go". De "Travel a Go-Go Club" had als thuisbasis Cincinnati, Ohio en was de operationele naam voor de Millcreek Valley Association. Deze huurden in 1966 de DC-7 N6357C, c/n 45490, van International Aerodyne. Het was een voormalige United Airlines kist, waarbij het toestel had dienst gedaan als de "Mainliner Salem", voorzien van 91 zitplaatsen. Iedere deelnemer van de travel "Travel; a Go-Go Club" betaalde een jaarlijkse contributie van $ 125 voor een persoon, $ 195 voor een getrouwd stel en $ 25 per kind. President was de advocaat Robert L.Stone welke met drie anderen het bestuur van de club vormden.


N6357C  DC-7 Travel a Go-Go Club op Rotterdam, Zestienhoven                                                 (archief Wim Zwakhals, Rotterdam, augustus 1967)

De Douglas DC-7 N6357C kwam op Rotterdam-Zestienhoven op 10 augustus 1967 om 15.16 uur aan, komende vanuit Shannon. Deze DC-7 bleef daarbij tot 14 augustus op het platform geparkeerd staan. Op deze datum vertrok het toestel om 11.58 uur richting Zurich. De Travel a Go-Go Club bleef met dit toestel vliegen tot januari 1980 waarna het toestel verkocht werd aan C.Ricks in Texas. Naast de DC-7 werd in 1975 nog een Convair 880 N48058 (de ex HB-ICL van Swissair) gehuurd welke dienst heeft gedaan tot in december 1978.         

Bronnen: Airnieuws archieven.  
Wim Zwakhals, februari 2016.