BIAS

LIJNDIENST

Na het stoppen van de Sabena helikopterdienst vanaf Brussel naar Rotterdam en Eindhoven op 1 november 1966, bleek er toch behoefte aan een dergelijke verbinding. Sabena zelf wilde deze diensten met kleinere vliegtuigen niet meer zelf exploiteren en zo tekende Belgian International Air Services (BIAS) in 1967 een samenwerkingsverband met Sabena voor het uitvoeren van lijndiensten vanuit Brussel. Deze kreeg de naam Common Market Commuter en voor de uitvoering van de diensten werd een deHavilland DH-114 Heron aangekocht, de OO-BIA.
Brussel - Eindhoven - Rotterdamvan 28 augustus 1967 tot 30 augustus 1968                         
BIAS
DH-114 HeronOO-BIA
DC-3 DakotaOO-AUV (Sabena)
CV-440OO-SCP (Sabena)
Se-210 CaravelleOO-SRF (Sabena)

OO-BIA DeHavilland DH-114 Heron in volledige Sabena kleuren op de lijndienst op Rotterdam.                (Nico Terlouw, 1967, Rotterdam)


Op 28 augustus 1967 werd de dienst gestart, deze dienst werd volgens het hier afgebeelde schema gevlogen. Door de weeks 2x per dag via Eindhoven, Op zaterdag en zondag 1x per dag direct. Het tarief bedroeg fl. 36,- voor een enkele reis, retour fl. 68,- . Special tarief fl. 59,- retour. Ter vervanging van de DH-114 Heron werd een enkele keer een vervangend vliegtuig ingezet, zoals een DC-3 Dakota, CV-440 of zelfs eenmaal een Se-210 Caravelle. De dienst werd een jaar gevlogen en werd op 30 augustus 1968 beeindigd.

BIAS


OO-VAN DC-4 in de eerste kleuren van BIAS tijdens zijn eerste bezoek aan Rotterdam.                              (Nico Terlouw, 7 juli 1959, Zestienhoven)
BIAS (Belgian International Air Services) was een van de eerste charterbedrijven in Belgie. Op 1 juli 1959 werd door de Antwerpse zakenman Charles van Antwerpen de luchtvaartmaatschappij BIAS opgericht. Als eerste toestel werd aangekocht de Douglas DC-4 Skymaster D-ANUK (c/n 10452) afkomstig van Trans-Avia Dusseldorf. Dit toestel werd op 7 juli 1959 ingeschreven als de OO-VAN. De OO-VAN was geschikt voor het vervoeren van 70 passagier en voorzien van een vrachtdeur en vrachtvloer geschikt voor het meenemen van 7,5 ton vracht. De thuisbasis van de nieuwe maatschappij werd Brussel, waar ook het onderhoud door Sabena werd uitgevoerd. Op 7 juli 1959 werd de eerste commerciele vlucht uitgevoerd, een charter vanaf Rotterdam naar London-Gatwick. De DC-4 was daarna snel in geheel Europa te zien met vakantiegangers vanaf Brussel naar het zuiden van Europa en vrachtcharter vanaf Manchester en Southend en zelfs nu en dan een trans Atlantische charter. In december 1960 werd een tweede toestel aan de vloot toegevoegd, eveneens een DC-4 Skymaster en wel de D-AMIR (c/n 10563) afkomstig van LTU. Dit toestel ontving de registratie OO-RIC en zou het eerste toestel zijn welke van een eigen BIAS kleurenschema zou worden voorzien. Dit kleurenschema werd kort daarop ook op de OO-VAN aangebracht. Beide Skymasters werden in het begin van de jaren zestig veelvuldig ingezet in de Kongo, waar na de onafhankelijkheid problemen ontstonden tussen de verschillende bevolkingsgroepen en werden tevens ingezet bij het transport van vluchtelingen en militairen. De Skymasters vlogen daarbij steeds meer in opdracht van de United Nations en de vraag voor het vervoer was daarbij zo groot dat op 1 juni 1962 een derde DC-4 Skymaster werd aangekocht, de N30048 (c/n 18384) van Seven Seas, welke de registratie OO-DEP ontving en direct in Kongo werd ingezet. Met de Skymasters werkzaam in de Kongo werd voor het vervoer binnen Europa een DC-6 van Sabena gehuurd, de OO-SDC (c/n 43064) welke van maart tot en met september 1963 werd ingezet op de vakantievluchten vanaf Brussel naar Barcelona, Nice, Palma, Tarbes, Rimini en Venetie. Deze zes werd hierbij voorzien van complete BIAS kleuren.

Op 29 november 1964 werd de DC-4 OO-DEP bij een ongeval afgeschreven. In de avond vertrok het toestel vol met vluchtelingen van het vliegveld van Stanleyville in de Kongo. Bij de start werd het toestel beschoten door rebellen. Het toestel raakte in brand en zakte door zijn neuswiel waarbij het toestel naast de baan terecht kwam. Hierbij kwamen vijf mensen om het leven waaronder de bemanning. Ook de OO-VAN keerde niet terug uit Kongo en werd op 27 maart 1964 verkocht aan air Congo als 9Q-CHB.

Na het beeindigen van de activiteiten in Kongo, kon BIAS zich volledig richten op de Europese markt. Na de goede resultaten met de DC-6 OO-SDC in 1963, werd voor het 1964 seizoen een eigen DC-6 aangeschaft en wel een DC-6A/B, een vracht/passagiers versie afkomstig van World Airways N90780 (c/n 44915) welke als OO-ABE op 19 maart 1964 in gebruik werd genomen. Deze DC-6A/B vloog enige tijd rond in de kleuren van World Airways met BIAS opschriften en werd daarna voorzien van het nieuwe BIAS kleurenschema, een rode band over de romp welke in de staart doorliep. In juni 1965 werd de vloot versterkt met een tweede DC-6, ditmaal een DC-6B afkomstig van Transair Sweden, de SE-CCY (c/n 43829) welke werd ingeschreven als de OO-ABG. Beide zessen werden tijdens de zomermaanden volledig ingezet voor de Belgische touroperators. De DC-4 OO-RIC werd vooral ingezet bij de vrachtcharters. In de zomermaanden van 1965 en 1966 werd de capaciteit verbreed door het inhuren van de LN-SUB een DC-6B van Braathens SAFE.

In 1965 beeindigde Sabena zijn activiteiten voor de olie-industrie in Lybie. Deze activiteiten werden direct overgenomen door BIAS welke ook de vloot van zeven C-47 Dakota's overnam, de OO-AUW, OO-AWJ, OO-CBX, OO-CBY, OO-SBC, OO-SBH en OO-UBT. De activiteiten werden daarbij voortgezet onder de naam Linair.


OO-PAY DC-6B in de nieuwe BIAS kleuren met alleen opschrift in de staart

Op 18 februari 1966 werd de DC-6B OO-ABG afgeschreven bij een ongeval op Milaan/Malpensa. De zes was met 214 kalveren vanaf Brussel op weg naar Milaan. Het toestel maakte in de nacht een ILS approach op baan 35R. Het zicht was slecht en werd opgegeven als 250 meter. Het vliegtuig kwam te laag binnen en raakte de drempel van de baan, veerde naar rechts en kwam aan het eind van de baan in de langs de baan gelegen bossen terecht waar het vlam vatte. Bij dit ongeval kwam de bemanning en de lading om het leven. Als vervanger voor deze zes werd direct van Lloyd International de DC-6A/B G-ASTW (c/n 43826) aangekocht. Dit toestel werd op 6 april 1966 afgeleverd als de OO-GER.

In oktober 1966 werd de DC-6A/B OO-ABE verhuurd aan Air Congo, In september 1967 werd ook de OO-GER verhuurd aan Air Congo en werd daarbij op Brussel van volledige Air Congo kleuren voorzien. De DC-4 OO-RIC welke de laatste jaren vooral ingezet werd in de vrachtrol, met een verghuurperiode aan Air Congo, werd in augustus 1967 verkocht aan Transportflug als D-ACAB.

In 1965 beeindigde Sabena de activiteiten voor de olieindustrie in Libie. Deze activiteiten werden overgenomen door BIAS welke ook de vloot van zeven C-47 Dakota's overnam, de OO-AUW, AWJ, CBX, CBY, SBC, SBH en UBT. Alle toestellen werden daarbij gevlogen onder de naam Linair.

Sabena startte in 1967 met cummuterlijnen als aanvoerlijn voor de verdere vervoersstroom vanuit Brussel. BIAS kreeg hiervoor het contract en voor dit doel werd een DH-114 Heron aangekocht, de 4X-ARL van Avitar (c/n 14053). Dit toestel werd op 23 augustus 1967 in gebruik genomen als de OO-BIA, werd voorzien van Sabena kleuren en naast de deur werd de tekst "Common Market Commuter" aangebracht. Er werd gestart met een dagelijkse vlucht vanuit Brussel naar de steden Keulen, Eindhoven en Rotterdam. De deHavilland Heron kampte echter regelmatig met problemen waardoor lijndiensten uitvielen of op het laatste moment vervangend materaal geregeld moest worden. Dit was de hoofdoorzaak voor Sabena om het contract voor deze commuter diensten in 1968 te gunnen aan Delta Air Transport. De DH-114 werd na het beeindigen van het contract in september 1968 verkocht in Engeland als G-ANCI aan Keegan Aviation. Het toestel zou kort daarop door Channel Airways in gebruik genomen worden. De samenwerking tussen BIAS en Sabena bleef echter wel bestaan. In april 1968 werd de Fokker F-27 Friendship srs 400 OO-SBP aangekocht welke van volledige Sabena kleuren werd voorzien en daarbij op de verschillende Sabena diensten werd ingezet. Deze Friendship OO-SBP bleef tot 1975 voor Sabena vliegen. Daarna vertrok het toestel naar Air Alpes en werd in november ingeschreven als de F-BYAA.

De DC-6A/B OO-GER zou zijn Air Congo kleuren behouden want na zijn verhuur aan Air Congo tot juli 1968 werd het toestel eind 1968 overgevlogen naar Libreville waar het toestel werd ingezet voor de Ierse hulporganisatie Africa concern. Vanuit Libreville en ook Sao Tome werden hulpvluchten naar Biafra uitgevoerd. Begin 1969 werd deze taak overgenomen door een door BIAS van Trans Union overgenomen DC-6B F-BOEX (c/n 45478) welke op 23 januari 1969 werd ingeschreven als de OO-HEX. Deze DC-6B werd voorzien van een grijs blauwe bovenkant romp welke als camouflage werd gebruikt als de zes op de grond tussen de bomen in Biafra geparkeerd stond. De DC-6A/B OO-GER werd begin 1969 weer naar Brussel overgevlogen en weer ingezet bij charters waarbij het toestel alleen een BIAS embleem op de neus voerde. In 1969 werd dit toestel voor korte tijd verhuurd aan SIDMA waarbij het toestel van volledige SIDMA kleuren werd voorzien. De komst van de OO-HEX betekende het vertrek van de DC-6A/B OO-ABE naar Trans-Union welke op 14 maart 1969 werd ingeschreven als de F-BRID.

Na terugkeer van de DC-6B OO-HEX eind 1969 uit Biafra, werd deze zes op Brussel geparkeerd in afwachting van een groot onderhoud, welke in februari/maart 1970 werd uitgevoerd. Hierbij werd het toestel voorzien van de nieuwe BIAS kleuren en kreeg het toestel de nieuwe registratie OO-PAY. Het in dienst nemen van de OO-PAY betekende het einde voor de DC-6A/B OO-GER welke te koop werd aangeboden en in april 1970 verkocht werd aan Lina Congo als de TN-ABR.


OO-CVA Se-210 Caravelle 6R in de nieuwe BIAS kleuren                                                                                  (Wim Zwakhals, Brussel, 18 september 1971)

De touroperators verlangden begin jaren zestig modernere vliegtuigen en om de contracten niet te verliezen werd ook door BIAS de stap gemaakt naar het jettijdperk. In maart 1971 werd van United Airlines de de Se-210 Caravelle N1012U (c/n 97) aangekocht welke op 10 maart 1971 werd ingeschreven als de OO-CVA. Op Brussel werd het toestel voorzien van het nieuwe BIAS kleurenschema en de naam "Stad Antwerpen". Deze Caravelle voerde naast de DC-6B OO-PAY het vakantieprogramma dat jaar uit. In 1972 werd de Compagnie Maritime Belge (CMB) grootaandeelhouder van BIAS en werden twee Douglas DC-8 srs 33 van de KLM aangekocht. Dit gebeurde om de concurrentie met andere maatschappijen welke vanaf Brussel vlogen aan te gaan. Sobelair vloog inmiddels met een Boeing 707, Spantax met de Convair CV-880 en Air Spain met de Douglas DC-8. De eerste DC-8-33, de ex KLM PH-DCG (c/n 45382), werd op 10 maart 1972 ingeschreven als de OO-CMB, het tweede toestel, de ex PH-DCA (c/n 45376) volgde in april dat jaar als de OO-AMI. Beide toestellen werden voorzien van BIAS International opschriften. Met het in dienst nemen van de DC-8'en werd de SE-210 Caravelle OO-CVA uit dienst genomen en verkocht aan Sovatour als F-BTON. De Douglas DC-6B vertrok kort daarvoor al, in december 1971, naar Delta Air Transport als OO-FVG.

De beide DC-8'en zouden maar kort in dienst bij BIAS vliegen. Na het zomerseizoen van 1972 bleek dat beide toestellen verliesgevend waren op de vluchten naar de Zuid-Europese vakantie bestemmingen. In februari 1973 werd de Compagnie Maritime Belge (CMB) eveneens hoofdaandeelhouder van Delta Air Transport, waarbij de beide toestellen op 4 april 1973 werden opgenomen in de vloot van Delta Air Transport. Dit betekende het eind van BIAS als luchtvaart maatschappij.

OO-CMB DC-8-33 met BIAS International opschift                                                                                                                                                     (Brussel, 1972)

BIAS op Rotterdam

OO-ABG in de BIAS kleuren van de jaren zestig ,rode band over romp doorlopend in de staart, op Rotterdam                              (Nico Terlouw, Rotterdam, 22 januari 1966)

Zoals al genoemd werd in 1959 de eerste commerciele vlucht van BIAS uitgevoerd op 7 juli 1959 met een chartervlucht met de DC-4 OO-VAN vanaf Rotterdam-Zestienhoven naar London-Gatwick. in dat jaar werden nog een aantal vluchten met de DC-4 OO-VAN uitgevoerd vanaf Rotterdam naar Southend waarbij vooral verse groenten en fruit vervoerd werd. Ook in 1960 was de DC-4 OO-VAN een bezoeker aan de luchthaven met o.a. een dagcharter op 5 september met 70 personen naar Southend.

In 1961 werd naast de Skymaster OO-VAN ook de OO-RIK ingezet. Een jaar later bracht ook de derde DC-4 , de OO-DEP, een bezoek aan Rotterdam. Acht dagen nadat het toestel in het Belgische register werd ingeschreven kwam deze DC-4 op 9 juni 1962 vanuit Brussel op Rotterdam aan om vracht op te halen voor vertrek naar Luluaburg in de Kongo.

In 1963 het eerste bezoek van een BIAS DC-6 aan Rotterdam met de komst van de OO-SDC op 22 mei 1963 met een dagcharter naar Southend. Een jaar later bracht de DC-6A/B OO-ABE een bezoek aan Rotterdam, op 2 september 1964 werden 98 passagiers voor een dagtrip naar Southend vervoerd. In 1965 werd de DC-6B OO-ABG ingezet bij het vervoer van de Feyenoord supporters naar Madrid voor de Europacup wedstrijd tegen Real Madrid. Hierbij vloog de OO-ABG op 21 september naar Madrid en keerde twee dagen later terug. De DC-6B OO-ABG zagen we het jaar daarop, 1966, nog twee maal langs komen. Op 21 januari 1966 komende uit Munchen en met vertrek naar Manchester en een dag later vanuit Brussel met eveneens bestemming Manchester. Een maand later zou het toestel bij Milaan verongelukken. Een paar maanden later het eerste bezoek van de DC-6A/B OO-GER. Dit toestel kwam op 12 juni 1966 om 08.44 uur binnen en vertrok om 10.23 uur naar thuisbasis Brussel.

In 1967 op zaterdag 12 juni het enige bezoek van de DC-6A/B OO-ABE aan Rotterdam, het toestel kwam 's ochtends om acht uur aan vanuit Sevilla en vertrok twee uur later leeg naar Brussel. Drie dagen later, op 20 juni, het laatste bezoek van een BIAS DC-4 aan Rotterdam met de komst van de OO-RIC om kwart voorzeven 's ochtends vanuit Gothenburg en vertrek om tien voor tien naar Milaan. Meer dan een jaar later, op dinsdag 17 september 1968 de DC-6A/B OO-GER welke die dag langs kwam voor een retourtje Brussel, 16.35 uur binnen, vertrek op 18.12 uur. Verder dat jaar op vrijdag 27 september de komst van de DC-6B OO-ABG 's morgens om kwart voor acht leeg binnen vanuit Antwerpen en om tien voor negen te vertrekken met een groep reizigers naar London-Gatwick. De volgende dag keerde de groep met hetzelfde toestel om tien uur 's avonds terug, waarna het toestel naar Brussel vertrok.

De DC-6A/B OO-GER bracht in 1969 zijn laatste bezoek aan de luchthaven. Op 25 februari kwam het toestel om 12.37 uur aan vanuit Brussel en vertrok twee uur later (14.43 uur) met vracht richting Munchen. In 1970 werd ook BIAS ingezet bij het vervoeren van de Feyenoord supporters naar de Europacup finale in Milaan. Op 6 mei landde de DC-6B OO-PAY om 06.06 uur vanuit Brussel en vertrok om 08.23 uur naar Milaan-Malpensa. De volgende ochtend, op 7 mei om vijf uur kwam het toestel terug en vertrok een half uur later richting Brussel. In 1971 het laatste bezoek van BIAS aan Rotterdam. Op 27 mei kwam de OO-PAY een dagcharter uitvoeren waarbij het toestel leeg uit Brussel kwam en met 26 passagiers naar Groningen/Eelde vertrok. Aan het eind van de dag kwam het toestel weer binnen vanuit Eelde om daarna weer leeg naar Brussel te vertrekken.

OO-GER DC-6A/B, zonder opschriften, tijdens het laden van vracht op Rotterdam                                             ( Rotterdam, 17 september 1968)

BIAS vlootlijst



OO-RIC DC-4 nog in de kleuren van Air Congo met BIAS opschriften                                                                                              (archief Wim Zwakhals)

bronnen , archief Airnieuws, Aeronews of Belgium, Propliner

Wim Zwakhals, juli 2018