Condor Flugdienst

Lijndienst
Op 4 januari 1965 startte Condor Flugdienst met een eerste lijndienst verbinding naar het buitenland en wel een dienst tussen Dusseldorf en Rotterdam. Deze lijndienst werd gevlogen door de twee aangeschafte Beech 65 Queen Air 80's welke daarbij werden voorzien van Lufthansa opschrift op de neus. Gevlogen werd een dagelijkse vlucht van maandag tot en met vrijdag. Onder vluchtnummer LH288 werd om 12.15 uur vertrokken uit Dusseldorf met aankomst 13.30 uur op Rotterdam. een half uur later werd onder vluchtnummer LH289 weer koers gezet richting Dusseldorf met een aankomsttijd van 15.10 uur. In januari 1965 bedroeg de prijs voor een enkele reis fl. 38,- en moest voor een retour fl. 73,- betaald worden 
 Dusseldorf - Rotterdam 04/1/1965 t/m 31/12/1965 
 Condor Flugdienst 
 Beech 65 Queen Air 80 D-ILBA, D-ILLE, D-ILBI

D-ILBA Beech 65 Queen Air 80 met Lufthansa opschrift op de neus                                              (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1965)

Lufthansa advertentie van de nieuwe dienst met de mogelijke doorverbindingen. Daarnaast overzicht van alle binnenkomende lijndiensten in januari 1965                                                                                                                                               (Bron Vlieggids Rotterdam).


D-ADIL CV-440 in de kleuren van Condor Luftrederei Hamburg tijdens een bezoek aan Rotterdam.        (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1960)

Het werd de West Duitsers pas in 1953 toegestaan om weer een eigen luchtvaartmaatschappij te hebben, welk resulteerde in 1954 in de oprichting van Lufthansa. Lufthansa kreeg daarbij een monopolie voor het uitvoeren van de lijndiensten binnen West Duitsland. Het kleinste vliegtuigtype welke door de Lufthansa gevlogen werd was de Convair 440 met 44 zitplaatsen. In het begin van de jaren zestig werd met dit type toestel de lijndiensten onderhouden, veelal vanuit Frankfurt naar de grotere plaatsen als Hamburg, Bremen, Hannover, Dusseldorf, Keulen/Bonn, Stuttgart, Munchen en Nurnberg. Echter West-Duitsland kende nog een dertigtal kleinere vliegvelden zoals Kassel, Bielefeld, Emden, Konstanz en Regensburg.  

Het was de Wirtschafstminister van Noordrijn-Westfalen, Gerhard Kienbaum die zich begin zestiger jaren mateloos ergerde aan het monopolie en vooral dat Lufthansa daarbij geen bereidheid toonde om ook kleinere, minder winstgevende, luchtverbindingen te startten. In 1964 zorgde hij voor verruiming van de regels voor het verstrekken van vergunningen voor het uitvoeren van lijndienstvluchten en gaf nieuw gestarte luchtvaartmaatschappijen als Air Lloyd en LTU toestemming om vluchten te starten tussen Dusseldorf, Essen-Mulheim, Keulen/Bonn, Munster, Bremen, Hannover en Luxenburg.

Lufthansa liet zich niet uit het veld slaan en zette zijn 100% dochtermaatschappij Condor Flugdienst in om een aantal kleinere routes te gaan vliegen. In 1964 werd gestart met de dagelijkse lijnverbinding Dusseldorf - Bremen en Dusseldorf - Munster - Hannover, deze laatste dienst werd in pool gevlogen met Air Lloyd. Voor deze diensten werden door Condor twee Beech 65 Queen Air 80's (7 zitplaatsen) aangeschaft, de D-ILBA en D-ILLE. (concurrent Air Lloyd kocht voor deze taak een 8 persoons Piaggio P-166 aan). Naast de hiervoor beschreven diensten werd eveneens de lijndienst tussen Dusseldorf en Rotterdam opgestart. De lijnvluchten werden in principe volgeboekt, echter het bleek dat per vlucht 3 of 4 plaatsen werden afgemeld, op een bezetting van 7 stoelen, of werden overgezet. Hierdoor was het werkelijke bezettingspercentage van de diensten, gevlogen door deze kleine toestellen, laag.  Het gehele lijnnennet ging het daarbij om 600 boekingen per maand. Dit was een van de belangrijkste reden om de subsidie door Noordrijn-Westfalen te staken waarbij alle lijndiensten door Condor op 31 december 1965 werden gestopt. 

Condor Flugdienst

Condor werd in 1957 opgericht als de Condor Lufrederei Hamburg. Een van de grotere reisbureaus welk op dat moment scheepsreizen organiseerde was Dr.Oetker-Reisen (ja inderdaad, familie van de banketbakker). Dr.Oetker-Reisen wilde eveneens met vliegreizen starten en in 1958 werd gestart met een vliegprogramma vanaf Hamburg en Bazel naar Palma de Majorca. Voor dit doel werden aangekocht twee nieuwe Convair 440's, welke als D-ADAB (c/n 464) en D-ADIL (c/n 470) op respectievelijk 7 juli en 31 juli 1959 werden afgeleverd. Al snel werd het aantal aangevlogen bestemmingen uitgebreid naar plaatsen in Spanje, Noord-Afrika, Libanon en Zwarte Zee. Met de CV-440 nieuw van de fabriek en met drukinstelling richtte de Condor Luftrederei zich op de meer gefortuneerde vakantiegangers in de reiswereld die vanuit Duitsland op dat moment alleen met de Vickers Viking werd bediend.

In maart 1961 werden de aandelen van de Condor Luftrederei Hamburg, welke in handen waren van het Oetker concern, overgenomen door de Deutscher Flugdienst, inmiddels een 100% dochter van de Lufthansa en werden de activiteiten voortgezet onder de naam Condor Flugdienst. Met deze overname veranderde de vlootsamenstelling. Een van de CV-440's, de D-ADAB, werd door Lufthansa als D-ACAT op 22 maart 1961 in gebruik genomen, echter de D-ADIL bleef in dienst bij Condor maar vloog verder onder de registratie D-ACEK. Als vervanger van de CV-440 werd direct een Vickers V.814 Viscount (64 zitplaatsen) vanuit de Lufthansa vloot bij Condor Flugdienst ondergebracht. Als eerste de V.814 Viscount D-ANIP (c/n 341) per 1 november 1961. Voor het zomerseizoen 1962 werd de Viscount vloot uitgebreid met de D-ANUN (c/n 338) op 5 februari 1962. In 1962 vervoerde Condor Flugdienst 32.000 passagiers, waarvan alleen al 18.400 naar Majorca en had daarmee een marktpercentage van 63,3 %  van de Duitse reisorganisaties. Door de fusie met de Deutscher Flugdienst werden op 29 november 1961 ook twee Vickers V.610 Vikings (D-BONE en D-BORA) aan de vloot toegevoegd. Deze werden in het begin ingezet bij het vervoer van toeristen naar het zuiden van Europa, maar zouden de grootste tijd dienst doen als vrachtkist op de Lufthansa diensten.


D-ANIP Vicker V.814 Viscount in de  eerste kleuren van de Condor Flugdienst                                                           (archief Wim Zwakhals)

In de jaren 1963 en 1963 werd de vloot verder uitgebreid met de V.814 Viscounts D-ANUR (c/n 342) en D-ANOL (c/n 339) welke respectievelijk op 15 maart 1963 en 12 maart 1964 in gebruik werden genomen. Het aantal vervoerde passagiers liep daarbij op tot 66.000 per jaar, waarvan alleen als 36.000 naar Majorca. Echter er kwam meer concurrentie op de markt door de opkomst van nieuwe maatschappijen als LTU, Sudflug en Bavaria. Vlootvervanging was noodzakelijk en als eerste werden de twee Vickers Vikings D-BONE en D-BORA midden 1964 verkocht aan Autair en werden als vervanging twee Fokker F-27 Friendships aangekocht, de D-BARI (c/n 10268) en D-BARO (c/n 10270) welke in februari/maart 1965 nieuwe van de fabriek werden afgeleverd. Deze beiden Friendships werden niet voorzien van Condor kleuren maar werden voorzien van Lufthansa kleuren zodat de toestellen ook op de Lufthansa diensten ingezet konden worden.

Omdat vooral marktaandeel verloren werd op de kortere, Europese bestemmingen, verplaatste de aandacht van Condor zich op de nieuwe markten, verder gelegen bestemmingen als Bangkok, Colombo en Mombassa. Voor het uitvoeren van deze vluchten werd de Boeing 727 in de vloot opgenomen. Het werden van Lufthansa gehuurde B-727´s welke voorzien werden van een nieuw geel kleurenschema. Als eerste werd op 26 februari 1965 afgeleverd de D-ABIM (c/n 18368), een Boeing 727 srs 30 met 145 zitplaatsen, het jaar daarop op 6 april 1966 gevolgd door de D-ABIK (c/n 18366) en een derde exemplaar D-ABIR (c/n 18933) op 8 juli 1967. Deze waren nodig voor de uitbreiding van taken die bestonden uit het vervoer van gastarbeiders uit Turkije en de nieuwe werkzaamheden voor het reisbureau TUI.  


 D-BARI Fokker F-27 Friendship in Lufthansa kleuren                                                                                       (archief Wim Zwakhals)

Condor wilde ook graag de Amerikaanse markt betreden. In eerste instantie werd geprobeerd gebruik te maken van de landingsrechten van Lufthansa, dit werd echter geweigerd waardoor Condor een geheel nieuwe aanvraag moest indienen. In 1967 werd vergunning verkregen voor het uitvoeren van toeristen vluchten naar de Verenigde Staten en direct werd de Boeing B.707-330B D-ABOV (c/n 18462) van de Lufthansa gehuurd welke voorzien werd van complete Condor kleuren en op 23 februari 1967 werd afgeleverd en op 1 april zijn eerste groepscharter naar de VS uitvoerde. Naast Amerika werd ook gestart met vluchten op de Dominicaanse Republiek.

In 1967 werd Condor Executive gestart. Aangekocht werd de HS-125 srs 1B D-CKCF (c/n 25105). Naast VIP vluchten werden ook vluchten voor de ADAC en het Deutsche Rote Kreuz uitgevoerd. In maart 1973 werd deze HS-125 vervangen door een HS.125 srs 400B, de D-CFCF (c/n 252489) welke tot 1991 dienst zou doen

Met de komst van de B-727 vloot, begin 1968 versterkt met de D-ABIP (c/n 18370) en D-ABIL (c/n 18367) werd de propeller vloot afgebouwd. De CV-440 D-ACEK werd in april 1968 verkocht aan JAT als YU-ADO, de vier Viscounts D-ANIP, D-ANUN, D-ANUR en D-ANOL werden in 1968/69 geretourneerd aan moedermaatschappij Lufthansa. In juli 1968 werden de twee Fokker F-27 Friendships D-BARI en D-BARO verkocht aan Fokker waarbij de toestellen werden ingeschreven als de PH-ARI en PH-ARO. In december 1968 nam Condor Sudflug over. In de overname zat de Douglas DC-8-32 D-ADIM welke direct in gebruik werd genomen en in de periode december 1968 - maart 1969 van Condor opschriften werd voorzien. De Viscount vloot werd in 1969 vervangen door de huur van drie Boeing B.737 srs 130 van Lufthansa, dit waren de D-ABEK (c/n 19021), D-ABEL (c/n 19022) en D-ABEM (c/n 19023) welke voorzien van complete Condor kleuren dat seizoen in gebruik werden genomen. De eerste B.707 D-ABOV werd in 1970 vervangen door de D-ABUF (c/n 18928) en de D-ABUG (c/n 18929) welke eveneens van Lufthansa gehuurd werden. Begin zeventiger jaren kreeg Condor sterke concurrentie door de nieuw opgezette maatschappijen als Air Commerz, Calair, Hapag - Lloyd, Paninternational en Atlantis.


D-ABIQ een van de B-727 srs 30 in dienst bij Condor                                                                                           (archief Nico Terlouw)

In 1971 werd Condor de eerste chartermaatschappij welke de Boeing 747 Jumbo Jet (op dat moment het grootste passagiersvliegtuig ter wereld) in gebruik nam. Twee toestellen werden aangeschaft van het type 230B, de D-ABYF met c/n 20493 en D-ABYH c/n 20559. Het was de start van het Bangkok verkeer, ook wel aangeduid als de seksreizen. Het ging Condor voor de wind en in 1973 werd een winst gemaakt van 291 miljoen DM. Op dat moment bestond de Condor vloot uit 2 B-747, 3 B-707 en 10 B-727´s. In 1973/1974 werd de vloot van Boeing 727-30´s versterkt door een vloot van nieuwe Boeing 727 srs 230 (D-ABMI, NI, PI, TI, WI, KK en KL). Dit was de verlengde versie (6.10 meter) van de srs 30 met sterkere motoren. De oudere Boeing 727 srs 30 werden geleidelijk tussen 1976 en 1980 uit dienst genomen en werden voor het grootste deel opgekocht door Jet Aviation, die de toestellen na ombouw in de zakenmarkt inzette. Met een lagere dollarkoers, de energiecrises en veel overcapaciteit moest tot vlootverandering overgegaan worden. De beide Jumbo Jets D-ABYF en D-ABYH met 472/494 zitplaatsen werden in 1979 verkocht aan Korean Airlines als respectievelijk HL7447 en HL7442 en werden vervangen door twee DC.10-30´s D-ADFO (c/n 46595) en D-ADQO (c/n 46596) met 373 zitplaatsen. In het 1979 werd de eerste Airbus A.300B gehuurd van Lufthansa, de  D-AIBF c/n 077 welke in april in gebruik werd genomen tot januari 1980. Pas begin 1981 herstelde de toeristen markt en werd weer winst gemaakt. De DC-10 bleek echter voor de middellange afstand te groot en vanaf 1983 werden voor het uitvoeren van deze vluchten de Airbus A.300B met 301 zitplaatsen ingehuurd. Voor het 1983 seizoen waren dat de Airbus A.300B  D-AIBC (c/n 075) en D-AIBD (c/n 076) van Lufthansa. In 1984 werden twee Trans Australian A.300B´s ingehuurd, VH-TAA (c/n 134) en VH-TAB (c/n 151), welke werden ingeschreven als de D-AITA en D-AITB.  Daarna werd de Airbus gehuurd van Hapag Lloyd, D-AHLZ in 1986, D-AHLK in 1986 en D-AIBB (van Lufthansa) in 1988 en de D-AMAY in 1989.

Condor maakte daarbij als eerste de slag met het systeem Condor Individueel, waarbij passagiers direct hun vlucht kunnen boeken zonder gebruik te maken van een reisbureau. Extra capaciteit werd ook ingehuurd van een andere dochtermaatschappij van Lufthansa, German Cargo. Een van de nieuwe vracht DC-8 srs 73, D-ADUC (c/n 46106), werd gedurende twee zomerseizoen (1985 en 1986) ingezet door Condor. Deze DC-8 was een quick-change uitvoering waarbij het mogelijk was om het toestel om te bouwen tot passagierskist. Voorzien van volledige Condor kleuren heeft dit toestel op deze wijze dienst gedaan.

D-ABOC Boeing B-707 srs 430 Condor                                                                                                       (archief Wim Zwakhals)

In 1987 vervoerde Condor 3.080.000 passagiers, had een martaandeel van 23,9% en maakte een winst van DM 39,5 miljoen bij een omzet van DM 899 miljoen. Vanaf 1985 werd een grote vlootvernieuwing ingezet met de aanschaf van zeven Airbus A.310"s (D-AICM t/m CR, D-AIDA en DB), zeven nieuwe Boeing B.737-330's (D-ABWA t/m WH) in de periode 1987/1988. De vlootvernieuwing werd in 1990 verder doorgevoerd met het vervangen van de Boeing 727 srs 200 door de Boeing 757 srs 200 met 235 zitplaatsen. In 1990 werden de eerste vijf exemplaren geleverd, gevolgd door 6 stuks in 1993/94 oplopend tot een vloot van 20 B-757 series 200. In 1991 werden ook de eerste twee Boeing 767's in gebruik genomen. Met het in gebruik nemen van de B-767 introduceerde Condor voor de lange afstand een aparte en comfortabele Comfort Class (Business Class). In 1995 neemt Condor het 40% aandeel in het Turkse Sun Express van Lufthansa over. In 1996 wordt Condor met een bestelling van 12 Boeing 757 series 300 launch customer voor deze uitvoering. Inmiddels zijn de aandelen van Condor voor 40% in handen van C&N Touristic AG, het latere Thomas Cook AG.

In 1998 werd Condor Berlin gestart met een vloot van A-320's met thuisbasis Berlijn-Schonefeld. Vanaf 2000 werd het Lufthansa aandeel geleidelijk overgenomen door Thomas Cook, dit werd vanaf 2003 zichtbaar op de toestellen door het aanbrengen van het Thomas Cook embleem in de staart en de tekst "Condor, used by Thomas Cook" op de romp. In 2006 was het aandeel Lufthansa in Condor teruggebracht tot 24,9% waarbij Lufthansa geen invloed meer had op het beleid van de maatschappij. In 2013 was de maatschappij geheel in bezit van Thomas Cook en werd op 4 februari 2013 bekend gemaakt dat Thomas Cook Airlines, Thomas Cook Airlines of Belgium, Condor-Berlin en Condor tot een maatschappij werden samengebracht. Hierbij werd een nieuw kleurenschema geintroduceerd bestaande uit grijs, geel en wit.

In 2015 werden er 28 bestemmingen op de korte afstand en 38 bestemmingen op de verre afstand aangevlogen. Voor de korte afstand werd gevlogen vanaf Berlijn/Schonefeld, Dresden, Frankfurt, Hamburg, Hannover, Keulen/Bonn, Munchen, Paderborn en Stuttgart naar bestemmingen in Bulgarije, Canarische Eilanden, Egypte, Griekenland, Turkije en Spanje, waarbij Mallorca nog steeds de meest aangevlogen bestemming is. De lange afstand bestemmingen worden gevlogen vanaf Frankfurt en Munchen met de B.767-300ER. Gevlogen wordt op bestemmingen in Afrika, Noord- en Zuid Amerika, Caraibisch gebied en Azie.     


D-ABYH is een van de twee B-747 Jumbo Jets in dienst bij Condor.                                 (Wim Zwakhals, Frankfurt, 1 september 1974)

Condor op Rotterdam.

Naast de lijndienst heeft Condor zelden een bezoek aan Rotterdam gebracht. Het eerste bezoek was echter goed raak. Nog onder de vlag van Condor Luftrederei Hamburg bracht de Convair 440 D-ADIL in 1960 een bezoek aan Rotterdam. Daarna was het lang wachten, de generatie van B-727's zou Rotterdam niet aan doen, pas in 1989 was Condor weer te zien en wel op 26 september. Het was de B.737-320 D-ABWD welke Feijenoord kwam ophalen voor een uitduel tegen Stuttgart. Daarna weer even stil tot Condor weer te zien was op 13 december 1995 toen de Boeing B.757-230 onderweg van Bridgetown/Barbados naar Hannover te veel tegenwind gehad had en een tankstop op Rotterdam moest maken.

In 1999 de komst van de eerste Airbus A.320 D-AICD op 2 april  welk kwam vanuit Edinburgh en vertrok naar Munchen-Riem. Een paar maanden later, op 14 juli, de komst van een Boeing B.767 en wel de D-ABUI, een B.767-330ER welke uit Palma de Majorca kwam en eveneens naar Munchen-Riem vertrok. Een jaar later twee bezoeken van Condor op een dag. Op 12 juli 2000 maakte de D-ABNK B.757-230 een retourtje Munchen en kwam de A.320 D-AICB binnen vanuit Berlijn-Tempelhof om daarna te vertrekken naar Madrid. 


D-ABNK B-757-230 Condor op Rotterdam                                                                                (David Booster, Rotterdam, 12 juli 2000)

Condor vloot 1958 - ca 1985

Een impressie van de vlootopbouw van Condor in de eerste 25 jaar van bestaan, de tijd van opbouw en uitvoeren van de lijndiensten, voordat de grote aantalen Airbussen, B-757's en B-767s werden aangeschaft.



D-ADPO Douglas DC-10 srs 30 bleef bijna 20 jaar in dienst bij Condor                                          (Wim Zwakhals, Frankfurt, 5 mei 1989)


 

D-AHLK Airbus A-300B werd gehuurd van Hapag-Lloyd                                                      (Wim Zwakhals, Frankfurt, 4 september 1987)

bronnen: archief Airnieuws, Flight International, British Independent Airlines,  

Wim Zwakhals, oktober 2015