Air Alsace

Klein begonnen in de Elzas, in twintig jaar uitgegroeid tot een middelgrote luchtvaartmaatschappij, Fokker gebruiker. Echter na 22 jaar moest ook deze maatschappij de activiteiten staken.

Slechts twee keer kwam de Nord 262 F-BVRV in de fraaie kleuren van Air Alsace (rood met oranje streep) langs op Rotterdam, beide keren een dagcharter waarbij de Nord voor het , toen nog, lage hek werd geparkeerd.                   (Wim Zwakhals, Rotterdam, 17 september 1976)
Air Alsace werd op 15 augustus 1962 opgericht als een luchttaxibedrijf door een zakenman uit Colmar, in de Elzas en startte een jaar later het vliegbedrijf met een Piper Pa-23-160 Apache, de F-BICZ. Gevlogen werd vanaf het aerodrome Colmar-Houssen, toen niet meer dan een plaatselijk vliegveld met een grasbaan. In 1965 werd deze Piper vervangen door de F-BKXT, een Cessna 320A en het taxi bedrijf bleef met dit ene toestel doorvliegen. In het begin van de jaren zeventig nam ook in de Elzas de vraag naar vervoer door de lucht toe, met name naar het zakencentrum in Parijs, waarop besloten werd het taxi bedrijf verder uit te breiden.
In juli 1971 werd een nieuwe Piper Pa-31 Navajo afgeleverd, de N7206L c/n 31-717, welke werd ingeschreven als de F-BSTI. Kort daarop gevolgd door een tweede Cessna twin, de CT-310Q HB-LFV (c/n 0112) welke in november 1972 werd ingeschreven als de F-BTDZ. De zakenvloot werd daarop de volgende jaren uitgebreid met de aanschaf in april 1973 van de Piper Pa-27-250 Aztec F-BTYQ (c/n 27-304972), gevolgd in maart 1974 door de Piper Pa-27-150 Aztec  F-BUYK (c/n 27-7405263).

In 1974 werd gestart met het uitvoeren van lijndiensten. Hiervoor werd nieuw van de fabriek geleverd een Nord 262A, met 26 stoelen, welke op 31 mei 1974, voorzien van een nieuw ontworpen kleurenschema werd afgeleverd als de F-BVRV (c/n 100). In juni 1974 werden de eerste lijndiensten gestart met een reguliere verbindingen tussen Colmar, Strassbourg, Belfort en Mulhouse.
Een verbinding met Parijs werd in eerste instantie geweigerd, echter eind 1974 werd Air Alsace aangeboden om voor Air France een aantal nieuw op te starten lijndiensten vanaf Strassbourg uit te voeren (na het besluit om het Europees parlement deels in Strassbourg te laten vergaderen) en wel de verbindingen met Rome, Brussel, Amsterdam en Keulen en vanaf Lille naar Strassbourg, Milaan en London-Heathrow. Om deze diensten uit te kunnen voeren werden vier Aerospatiale SN.601 Corvette's besteld. De SN-601 Corvette was een ontwikkeling van Sud-Aviation voor een multi purpose twin jet welke samen met Nord Aviation werd ontwikkeld. De SN-601 Corvette kon voorzien worden van dertien stoelen en maakte zijn eerste vlucht in december 1972 waarna in januari 1974 de eerste toestellen konden worden afgeleverd. Het liep niet storm met bestellingen voor dit nieuwe ontwerp en de eerste twee bestellingen van Air Alsace, de F-BUQP (c/n 4) en F-BVPO (c/n 10) waren in december 1974 direct leverbaar, waarbij de overige twee bestelde toestellen F-BVPE (c/n 21) en F-BVPF (c/n 23) werden geleverd in oktober respectievelijk december 1975. Het eerste toestel, F-BUQP, werd gehuurd van SNIAS (Société Nationale des Industries Aéronautiques et Spatiales), welke later werd aangeduid als Aérospatiale.De F-BVPE, F-BVPF en F-BVPO werden daarbij direct voorzien van Air France kleuren met Air Alsace aangebracht op de motoren.
    

F-BVPF was een van de nieuwe SN-601 Corvettes welk werd afgeleverd in Air France kleuren met Air Alsace opschriften op de motorgondel.

Eind 1974 werd een tweede Nord 262A aangekocht en wel de 5R-MCU van Air Madagascar (c/n 41) welke op 15 februari 1975, na een groot onderhoud op Geneve, in de kleuren van Air Alsace in dienst werd genomen als de F-BVPP. Met dit toestel werd de lijndienst van Belfort naar Parijs van Air Inter overgenomen Inmiddels was ook Parijs - Le Bourget toegevoegd aan de diensten en het lijndienstennet bestond nu uit de verbindingen Colmar / Nancy / London-Gatwick (1 x per dag) , Parijs- Colmar (44 vluchten per week), Parijs / Épinal (24 vluchten per week) en Parijs / Belfort (20 vluchten per week) en de eerder genoemde vluchten vanaf Strassbourg. Gestart werd in 1976 met de verbindingen tussen Dijon en Gatwick. Het aantal passagiers op deze diensten nam sterk toe en in 1976 werden er voor het eerst meer dan 50.000 passagiers vervoerd. Op marketing gebied werd samenwerking gezocht met Air Alpes en Air Rouerge waarbij tot een boekingssysteem werd overgegaan. 
Als een van de eerste maatschappijen plaatste Air Alsace een bestelling voor drie stuks voor de nieuwe VFW-614. De VFW-614 was een 44 zitter met de motoren boven op de vleugels geplaatst. Deze drie toestellen werden besteld als vervanger van de twee Nord 262's en twee SN-601 Corvettes op de Air France lijndiensten. Het eerste toestel, c/n G-5 ex D-BABE, werd op 30 april 1976 als F-GATG afgeleverd. Dit toestel was de vervanger van de Nord 262 F-BVPP welke te koop werd aangeboden en na een onderhoudsbeurt op Dinard op 6 januari 1977 als N418SA via Stornoway aan de nieuwe eigenaar Swift Air werd afgeleverd.
Meer dan een jaar later, op 29 september 1977, werden de tweede F-GATH (c/n G-13 ex D-BABM) en derde VFW-614 F-GATI (c/n G-15 ex D-BABO) aan Air Alsace afgeleverd. Deze twee nieuwe toestellen werden ingezet op de lijndiensten die gevlogen werden door Air France Strassbourg - Amsterdam  en Strassbourg - London en werden voorzien van Air Alsace kleuren met op de romp extra aangebracht het opschrift Air France.


F-GATH VFW-614 in Air Alsace kleuren met Air France opschrift op de romp.                                        (Rob Jonker, Schiphol, juli 1980)  

Ook de zakenvloot werd aangepast met het vertrek in 1975 van de C-320A F-BKXT welke vervangen werd door de Piper Pa-27-250 Aztec F-BTMQ.  In 1977 gevolgd door de aanschaf van een vierde Piper Pa-27-250 Aztec, de F-BVJK. Het jaar 1977 werd afgesloten met het vervoer van 85.960 passagiers.

De SN.601 Corvette was te klein geworden voor de diensten welke in opdracht van Air France werden gevlogen. In maart 1978 werd daarop een Fokker F-28 series 1000 Fellowship gehuurd van Fokker welke werd ingeschreven als de F-GBBX (c/n 11027), dit was de voormalige PH-ZBG welke door Fokker aan verschillende maatschappijen verhuurd werd. Met de komst van deze Fokker werd de Nord 262 F-BVRV uit dienst genomen en verkocht als N26224 aan Ransome Airlines en op 27 april 1978 werd afgeleverd. Na de aflevering van de twee VFW-614´s vertrok ook de eerste SN.601 Corvette en wel de F-BVPE welke in december 1978 werd overgedragen aan Sterling Airways als de OY-SBS.   
Vanaf 1979 werd Dijon in het lijnennet opgenomen en werd de vlucht Colmar - Dijon 2x per week doorgetrokken naar Bordeaux. De passagierscijfers stegen dat jaar met 38% tot een totaal van 140.000 en 1979 werd gebruikt om de aandacht op de lijndiensten te versterken met afbouw van de taxivluchten met vertrek van de Piper Pa-27-250 Aztec vloot F-BTYQ, F-BUYK, F-BTMQ en F-BVJK.
Midden 1979 werd besloten de SN.601 Corvette vloot en VFW-614's te vervangen door een vloot van Fokker F-27 Friendships en F-28 Fellowships.
De SN.601 F-BVPO vertrok in september 1979 naar Air National in de VS als N600AN, de F-BUQP keerde begin 1980 terug naar Aérospatiale en de F-BVPF vertrok in januari 1980 naar Sterling Airways als de OY-SBR.

Air Alsace vloog als laatste maatschappij met de VFW-614 welke na aflevering van de eerste Fokkers aan VFW/Fokker geretourneerd werden. Als eerste werd de F-GATI eind februari 1980 uit dienst genomen, gevolgd door de F-GATG en F-GATH in juli dat jaar. Alle toestellen werden overgevlogen naar Bremen alwaar zij snel werden gesloopt.

Als eerste Fokker F-27 Friendship werd op 1 juli 1980 afgeleverd de F-GCMA, een serie 200 (c/n 10228) afkomstig van Air Senegal ex 6V-AEG, gevolgd in juli dat jaar door F-27 series 200 F-GCMR (c/n 10324) ex OO-PSF en de F-GCPA (c/n 10258) een series 100 afkomstig van Touraine Air Transport. Met de introductie van de Fokker F-27 Friendships werd ook een nieuw kleurenschema geïntroduceerd. 
Daarnaast werden twee Fokker F-28 series 4000 gehuurd van de British Commenwealth Shipping Company, de moedermaatschappij van Air UK, waarbij de ex Air Anglia F-28's G-WWJC (c/n 11133) en G-JCWW (c/n 11135) overbodig waren geworden. Beide toestellen werden daarop verhuurd aan Air Alsace, de G-WWJC per 1/4/1980, gevolgd door de G-JCWW per 23/8/1980.  Het was een verhuur periode van twee jaar en beide toestellen bleven onder engelse registratie vliegen tot 1 mei 1981 waarop de toestellen in het franse register werden ingeschreven als de F-GDFC respectievelijk F-GDFD. Alle F-28's vlogen daarbij in Air France kleuren met Air Alsace titels op de motor.
Met de komst van de Fokker F-28 Fellowships werd gestart met het uitvoeren van IT charters voor het reisbureau Imholz, waarbij vanaf Bazel werd gevlogen naar Heraklion, Olbia, Palma de Mallorca en Monastir. Daarnaast werden enkele nieuwe lijndiensten gestart waaronder de dagelijkse dienst tussen Strassbourg en Brussel en werden van Air Inter de diensten vanuit Bazel naar Nice en Lyon overgenomen.


Fokker F-27 series 400 Friendship F-BYAA werd voorzien van het nieuwe Air Alsace kleurenschema. De samenwerking met Air Lorraine zorgde ervoor dat in 1981 ook deze maatschappij op de romp genoemd werd.                                       (Rob Jonker, Schiphol, april 1981)  

Begin 1981 werd van Fokker een vierde F-27 Friendship, een series 400 c/n 10340 ex OO-SBP, gehuurd welke op 19 februari 1981 in gebruik genomen werd met de registratie F-BYAA. Vanaf 20 maart 1981 werd dit toestel eveneens gebruikt door Air Lorraine (Air Alsace en Air Lorraine deelden op dat moment dezelfde time-table) waarbij deze naam eveneens op de romp werd aangebracht.
Fokker F-28 Fellowship F-GBBX keerde op 1 januari 1981 terug naar Fokker en in plaats daarvan werd vanaf 1 april 1981 de F-28 series 1000 PH-MOL gehuurd.
In 1982 werd de vloot verder uitgebreid met de komst van de Fokker F-27 series 600 Friendship F-BYAB (c/n 10342) welke gehuurd werd van Air Alpes maar daarbij wel van de nieuwe kleuren van Air Alsace werd voorzien en de fonkel nieuwe F-28 Fellowship 4000 PH-LEX (c/n 11179) welke van Fokker werd gehuurd en op 29 april 1982 in gebruik werd genomen. De PH-LEX verving daarbij de PH-MOL die op 4 mei 1982 naar Fokker terugkeerde.

Echter de bezetting op de lijndiensten bleef dat jaar sterk achter bij de groeiprognoses en met een vloot van 5 Fokker F-27 Friendships en 3 F-28 Fellowships werden sterke verliezen geleden. In augustus 1982 werd het faillissement aangevraagd, echter de helpende hand kwam van Touraine Air Transport welke op 15 augustus 1982 de vloot, lijndiensten, de lopende contracten en al het personeel overnam.

Air Alsace op Rotterdam

Air Alsace was vooral een lijndiensten maatschappij, charters werden daarbij maar bescheiden uitgevoerd. Driemaal kwam Air Alsace langs op Rotterdam met een groter toestel. Tweemaal met een bezoek met een Nord 262, en eenmaal met een VFW.614 en daarnaast een enkele keer met een SN.601 Corvette.
Op 30 juli 1975 was Air Alsace voor het eerst op Rotterdam te zien met de Nord 262 F-BVRV. Op 12 december 1975 gevolgd door een charter uitgevoerd met de SN.601 F-BUQP, ruim een jaar later, op 17 september 1976, kwam deze Nord 262 voor een tweede bezoek langs, niet veel later werd dit toestel uit dienst genomen en verkocht in de Verenigde Staten.
De VFW-614 was niet veel te zien op Rotterdam, Air Alsace was een van de weinige civiele maatschappijen. Op 16 oktober 1979 kwam de VFW-614 F-GATG daarbij langs met een retourtje Parijs - Le Bourget,
   

F-GATG VFW-614 Air Alsace tijdens zijn eenmalig bezoek aan Rotterdam.                         (David Booster, Rotterdam, 16 oktober 1979)


Air Alsace vlootlijst


PH-MOL was een van de Fokker F-28 Fellowships welke van Fokker gehuurd werden. Deze F-28 Fellowship werd ingezet op de Air France lijndiensten en was daarbij voorzien van complete Air France kleuren met Air Alsace opschriften op de motorgondel.       (Wim Zwakhals, Lille, 7 augustus 1980)  

F-GCMA Fokker F-27 series 200 Friendship werd overgenomen van Air Senegal en vloog enige tijd in bovenstaand kleurenschema.
bronnen: Airnieuws archieven, Aviation Letter, Air Britain
Wim Zwakhals, februari 2013