Air Ferry

Van Viking naar Viscount was het patroon van een aantal engelse luchtvaartmaatschappijen in de jaren zestig. Air Ferry was daar een van, echter naast de Vickers Viking en Viscount werd ook gevlogen met propliners als de DC-4, DC-6, B-170 en Carvair. Zestienhoven behoorde tot de velden waar de maatschappij met regelmaat te zien was. 
G-AIVF Vickers V.6120 Viking Air Ferry in de landing op Rotterdam                                                     (Nico Terlouw, Rotterdam, maart 1963)
Air Ferry werd op 1 juli 1962 opgericht door Wing Commander Hugh Kennard, die eerder actief was bij Silver City Airways en voor die tijd oprichter was van Air Kruise. Manston werd als thuisbasis gekozen en in samenwerking met het reisbureau Leroy Tours (Mr. Lewis A.Leroy werd meteen chairman bij Air Ferry) werd voor het seizoen 1963 een IT-pakket van reizen opgezet. In februari 1963 werden twee Vickers Vikings afkomstig van Balair (HB-AAR c/n 217 en HB-AAN c/n 219) aangekocht die werden ingeschreven als G-AIVD en G-AIVF en werden ingericht als 40 zitter, direct gevolgd met de aanschaf van een tweetal DC-4 Skymasters, de G-APYK een C-54A c/n 10279 afkomstig van Starways en de G-ASFY een C-54A c/n 10336 afkomstig van Balair ex HB-ILC, welke werden voorzien van 80 stoelen. Na een maand van crew training werd op 30 maart 1963 de eerste commerciele vlucht uitgevoerd. Tijdens het eerste zomerseizoen werd een uitgebreid IT programma gevlogen met vluchten naar meer dan 20 Europese bestemmingen waaronder Barcelona, Bazel, Canarische Eilanden, Dijon, Kopenhagen, Malaga, Napels, Oostende, Palma, Perpignan, Pisa, Rimini, Ventie, Verona.
Tevens werden er in 1963 lijndiensten gestart vanaf Manston naar Le Touquet en Oostende. Als verdere vlootversterking werd in augustus 1963 de Vickers V.621 Viking D-BABY (c/n 150) van LTU aangekocht, deze werd in oktober 1963 ingeschreven als de G-AOCH. Het eerste seizoen werd een groot succes voor de nieuwe maatschappij, er werden meer dan 120.000 passagiers vervoerd.
DC-4 Skymaster G-ASFY in het eerste kleurenschema van Air Ferry                                                   (Nico Terlouw, Rotterdam, maart 1963)
Voor het tweede seizoen (1964) werd de vloot verder uitgebreid met de komst van nog eens twee Vickers Vikings, de G-AHOW (c/n 124) en G-AJBX (c/n 249) beiden afkomstig van Eros Airlines en een derde DC-4, de G-ASOG (c/n 10259) eveneens weer afkomstig van Balair (ex HB-ILB). In 1964 werd vrijwel hetzelfde IT-charter programma gevlogen als van het jaar daarvoor. De grootste verandering voor de maatschappij was dat Air Ferry door British United Airways werd overgenomen, een direct gevolg van de overname van Leroy Tours door de Air Holdings Group. Dit had tot onmiddellijk gevolg dat de oprichter van Air Ferry, Wing Commander Hugh Kennard uit de maatschappij stapte en direct op Manston weer een nieuwe maatschappij oprichtte, namelijk Invicta Airways.
In januari 1965 werd door Air Ferry op de lijndienst tussen Manston en Le Touquet de Bristol B-170 Mk.32 Super Freighter ingezet om aan de stijgende vraag naar het vervoer van auto's over het Kanaal te kunnen voldoen. Als eerste werd de B-170 Super freighter G-ANVR (c/n 13251) van British United Air Ferries gehuurd, kort daarop gevolgd door de Bristol B-170 Freighter Mk.31 G-AMLL (c/n 13074) die werd gehuurd van Handley Page. Air Ferry had grote plannen met de uitbreiding van voor deze ferry vluchten vanaf Manston met diensten naar Calais, Oostende en Rotterdam en de introductie van de Carvair op een nieuwe verbinding met Belfast. Al deze plannen gingen niet door en aan het eind van het jaar werd zelfs de enige verbinding met Le Touquet gestaakt waarbij de Bristol B-170 Freighter G-AMLL weer terug keerde naar Handley Page.
In november 1965 riep Rhodesie de onafhankelijkheid uit. Met de onafhankelijkheidsverklaring werd de doorgaande weg naar Zambia afgesloten, wat onmiddelijk leidde tot de noodzaak van aanvoer van olie van Dar-es-Salaam naar de hoofdstad van Zambia, Lusaka. De ATL-98 Carvair was de ideale machine om olievaten tussen deze twee plaatsen te vervoeren. Daar de grootste Carvair gebruiker op dat moment, British United Air Ferries, zijn naam niet verbonden wilde zien aan dit onafhankelijkheidsconflict, werd dit opgelost door de BUA Carvairs onder een andere naam van de Air Holdings Group te laten vliegen. Bij twee ATL-98 Carvairs , de G-ASKG en G-APNH, werden in december 1965 de British United opschriften vervangen door die van Air Ferry. Na enkele maanden keerde de beide machines weer terug op Southend waarna ze weer bij British United in dienst werden genomen.

G-ASKG  ATL-98 Carvair met Air Ferry opschriften kort voor vertrek naar Zambia                         (Nico Terlouw, Southend , december 1965)
Inmiddels hadden een paar wijzigingen in de vloot plaatsgevonden. De Vickers Viking G-AHOW werd in november 1964 verkocht aan Invicta Airways. De Vikings G-AIVD en G-AJBX werden in april resp. mei 1965 op Manston uit dienst genomen en fungeerde nog even voor onderdelen bron voordat ze werden gesloopt. Hierdoor werd de Vickers Viking vloot van Air Ferry gereduceerd tot de G-AIVF en G-AOCH.   
In december 1965 werd door de Air Holdings Groep besloten de twee DC-6'en G-APNO en G-APNP van British United naar Air Ferry over te plaatsen. In het eerste jaar (1966) werden daarbij ook enige diensten, die door de DC-6'en bij BUA gevlogen werden overgenomen. Een van deze diensten was de "Africargo" vrachtdienst tussen Heathrow en een aantal Afrikaanse bestemmingen in Oost-, Centraal- en Zuid-Afrika. Deze dienst werd in juni 1966 weer overgenomen door BUA met een B-175 Britannia. Met de komst van deze zessen werd ook een nieuw kleurenschema geintroduceerd. De blauwe kleuren van Air Ferry werden vervangen door de algemene zwarte band over de romp zoals bij alle BUA kisten met Air Ferry op de romp en "AF" in zwart in de staart.  Beide DC-6'en werden door Air Ferry ingezet op de IT-Charters van zowel Leroy Tours als Lyons Tours, daarnaast werden de beide machines gebruikt voor het vervoer van troepen in opdracht van het Ministerie van Defensie van London-Gatwick naar Dusseldorf en Hannover en in het voorjaar naar Rotterdam met dagjesmensen voor een bezoek aan de bollenvelden en Amsterdam. In de zomer werden met de machines IT-vluchten uitgevoerd vanaf Manston naar Bercelona, Bazel, Ibiza, Palma, Perpignan, Pisa, Rimini, Tarbes, Valencia en Verona. Daarnaast waren deze zessen, door hun vrachtdeur, ideaal voor ad-hoc charters die de beide toestellen naar het Midden-Oosten en Afrika brachten. Dit waren voornamelijk vluchten in opdracht van Airwork Services voor het vervoer van defensie materiaal naar Jeddah, vluchten die ook gevlogen werden met de DC-6'en van Saudi Arabian Airways.
In april 1966 werden de beiden laatste Vickers Viking in gebruik bij Air Ferry (G-AIVF en G-AOCH) verkocht aan Invicta Airways. Door de (Air Holdings) band met British United Airways werden de DC-4'en ingezet op de BUA lijndiensten en werd ook gevlogen voor andere maatschappijen zoals voor Lufthansa waarvoor Air Ferry de vrachtdiensten vloog vanaf London naar Dusseldorf en Frankfurt. Begin 1967 begon de tegenslag voor Air Ferry toen de DC-4, G-ASOG, op 21 januari tijdens het uitvoeren van een van deze in de nacht gevlogen diensten, verongelukte in de nadering van Frankfurt. Door een verkeerde instellingen van de hoogte werd de baan te laag aangevlogen en raakte de DC-4 op 2700 meter voor de landing de toppen van de bomen. Bij deze crash kwamen de beide bemanningsleden om. Midden in het toeristenseizoen werd Air Ferry geconfronteerd met een tweede crash en wel van de DC-4 G-APYK, welke tijdens een IT charter op 3 juni van Manston naar Perpignan, tijdens de landing op Perpignan tegen een van de in de omgeving liggende bergen vloog waarbij alle 88 inzittenden (83 passagiers en 5 bemanningsleden) omkwamen. Om toch het resterende zomerprogramma te kunnen volmaken werd als vervangende DC-4 direct de DC-4 G-ARWI van Lloyd International ingehuurd. 

G-AVHE Vickers V.812 Viscount in Air Ferry kleuren op Rotterdam.                                                      (Nico Terlouw, Rotterdam, 1 juli 1968)
In 1968 startten de meeste IT-charter bedrijven met vervanging van hun verouderende door zuigermotoren uitgeruste vloot door modernere turboprop vliegtuigen. Air Ferry moest, om de benodigde contracten binnen te halen, mee doen aan deze trend en huurde vanaf januari 1968 twee Vickers V.812 Viscounts van Channel Airways. Deze twee Viscounts G-AVNJ (c/n 361) en G-AVHE (c/n 363) werden in volledige Air Ferry kleuren afgeleverd. Deze beide Viscounts werden dat jaar vrijwel uitsluitend ingezet op het IT charterwerk vanaf London-Gatwick, Manston, Newcastle en Manchester naar bestemmingen in het zuiden van Europa. De beide DC-6'en werden vooral ingezet op het overige charterwerk.
Aan het einde van het charterseizoen 1968 maakte de eigenaar van Air Ferry, de Air Holding Groep, bekend dar de activiteiten van Air Ferry weer zouden worden samengevoegd met die van British United Airways. De beide Viscounts werden daarop (eind oktober, begin november) weer aan de eigenaar Channel Airways overgedragen. De DC-4 G-ARWI keerde in oktober terug naar zijn eigenaar Lloyd International en de laatst overgebleven DC-4, de G-ASFY, werd te koop aangeboden en werd eind november 1968 ingeschreven als de N3454 van International Aviation Development, een op Malta gebaseerde onderneming die het toestel daarna verhuurde aan LAVCO. De beide overgebleven DC-6A/C's (G-APNO en G-APNP) werden in oktober 1968 op Lydd buiten gebruik gesteld en te koop aangeboden. Balair werd de nieuwe eigenaar waarbij de G-APNO werd ingeschreven als de HB-IBS en G-APNP als HB-IBT. Begin 1968 werden deze beide machines op Southend voorzien van een wit kleurenschema met Rode Kruis opschriften waarna de beide toestellen werden afgeleverd aan Balair die ze direct in gebruik nam bij het Biafra conflict.  
Air Ferry op Rotterdam

De laatste DC-4 in de Air Ferry vloot was de G-ARWI, hier zien we het toestel tijdens de bollenvluchten in 1968.       (archief Frank de Koster, Rotterdam, mei 1968)    
De verbintenis met Leroy Tours zorgden direct na de start van de maatschappij de betrokkenheid bij de bollenvluchten. Zo werden in het voorjaar 1963 de Vickers Vikings G-AIVD en G-AIVF en de DC-4'en G-APYK en G-ASFY op Rotterdam te zien. Een jaar later, tijdens de bollen 1964 verbreed tot de inzet van de Vikings G-AIVD, G-AIVF en G-AOCH en de DC-4'en G-APYK, G-ASFY en G-ASOG.

Het jaar 1965 startte met de komst, en daarbij het eenmalige bezoek, van een Bristol B.170 Super Freighter van Air Ferry aan Rotterdam en wel de G-AMLL op woensdag 17 februari. De eerste DC-4 dat jaar was de G-ASOG welke op 20 februari langs kwam vanuit Liverpool. In begin maart was Air Ferry te zien met de Viking G-AHOW op 7 maart met een night stop. Ook in 1965 werd Air Ferry ingezet door Lyon Tours voor het bollenprogramma waarbij in de periode zaterdag 10 april t/m 24 mei te zien waren de Vickers Vikings G-AIVF, G-AOCH en G-AHOW en de DC-4'en G-APYK, G-ASFY en G-ASOG. De rest van het jaar was Air Ferry nog een regelmatig bezoeker op de luchthaven met de Vikings G-AHOW, G-AIVF en G-AOCH. Op 4 juni zagen we ook de DC-4 G-APYK nogmaals verschijnen. Het laatste Viking bezoek vond plaats met de G-AIVF op 8 december welk gelijk het laatste bezoek van een Air Ferry Viking aan Rotterdam betekende. 

In 1966 was Air Ferry vooral met de bollenvluchten te zien uitgevoerd in de periode 6 april t/m 14 mei met de DC-4 Skymasters G-APYK, G-ASFY en G-ASOG en de DC-6A/B G-APNO. Daarna was Air Ferry slechts nog maar twee keer dat jaar te zien en wel op 26 mei met de DC-4 G-ASOG voor een retourtje Manston en op 7 juni de DC-6A/B G-APNO met een retour Southend. Een jaar later, in 1967, zou Air Ferry weer vooral in het bollenseizoen te zien zijn. In de periode 23 maart t/m 14 mei werd met de DC-4'en G-APYK en G-ASFY en de DC-6A/B's G-APNO en G-APNP gevlogen vanaf Manston en Cardiff. In november dat jaar kwam Air Ferry nog langs met de DC-4 G-ASFY op 21 november vanuit Manston, bleef een nachtje staan om de volgende dag nogmaals een retourtje Manston te vliegen, weer te night-stoppen om op 23 november weer naar Manston te vertrekken. Op 22 december 1967 het eerste bezoek van de ingehuurde DC-4 G-ARWI welke met vracht vanuit Manston binnen kwam om de volgende dag weer te vertrekken. 
1968 was het jaar van Air Ferry waarbij de DC-4 G-ARWI op 24 februari voor het eerst te zien was komende vanuit Manston om te vertrekken naar Gothenburg, twee dagen later keerde de DC-4 vanuit Gothenburg terug om daarna naar de thuisbasis Manston te vertrekken. Het bollenprogramma 1968 werd gevlogen door de DC-4'en G-ASFY en G-ARWI vanuit Manston, Newcastle en Leeds en de DC-6A/B G-APNP vanuit Manston en Gatwick en wel in de periode 26 april t/m 10 mei. De beide Viscounts zouden in totaal maar drie keer op Zestienhoven verschijnen. Viscount G-AVNJ met een eenmalig bezoek op 15 april waarbij in de avonduren een retour Manston werd gevlogen en de Viscount G-AVHE voor het eerst op 23 mei komende vanuit Manston met een retourvlucht naar Gatwick met een tweede vlucht op 1 juli waarbij het toestel vanuit Rotterdam naar Athene vertrok. Dit was tevens het laatste bezoek van Air Ferry aan Rotterdam.  
G-APNP Douglas DC-6A/B  Air Ferry in de landing op Rotterdam                                                            (Nico Terlouw, Rotterdam, mei 1967)  

Air Ferry vlootlijst

G-AJBX V.610 Viking van Air ferry was alleen in 1964 op Zestienhoven te zien.                                    (Nico Terlouw, Rotterdam, april 1964)
Bronnen: Airnieuws archieven, Propliner, British Independant Airlines
Wim Zwakhals, april 2015