Airnautic

Na Engelse, Duitse en Scandinavische maatschappijen was het Airnautic welke als eerste Franse luchtvaartmaatschappij Zestienhoven bezocht. We zouden in de begin jaren van Zestienhoven deze maatschappij nog een enkele keer aantreffen. 

F-BEIS Douglas C-53 Dakota Airnautic met de Turbomeca Pallas hulpjets onder de vleugel.                                                             (foto Airnautic)

Airnautic werd in 1958 opgericht, met als thuisbasis Nice, voor het uitvoeren van passagiers en vrachtvluchten. Deze vluchten concentreerden zich vooral op het Middellandse Zeegebied en de Franse kolonien in noord en midden Afrika. Airnautic startte de vluchten in juni 1958 met de Vickers V.610 Viking 1B F-BFDN (c/n 248) overgenomen van Eagle Aviation (ex G-AJBW). Gestart werd met het vervoeren van de eerste vakantiegangers vanuit Nice naar Corsica waarbij de Viking werd voorzien van 36 stoelen. De Viking kan daarbij snel omgebouwd worden voor het vervoeren van vracht. Nog datzelfde jaar werd in december de vloot uitgebreid met de komst van de Vikings F-BJAH (c/n 242) eveneens afkomstig van Eagle Aviation (ex G-AJBP) en de F-BJES, een V.610 Viking 1B (c/n 257) van Aerotour, ex D-BLYK.

F-BFDN  Vickers V.610 Viking 1B Airnautic tijdens zijn bezoek aan Rotterdam. In september 1959 verongelukte dit toestel op Corsica.                                                                                                                                               (Nico Terlouw, Zestienhoven 1959)

Daarnaast werd in 1959 de Douglas C-53 Dakota F-BEIS (c/n 11746) gehuurd van SNACSO (Societe Nationale des Constructions Aeronautiques du Sud-Ouest). Deze C-53 Dakota was een van de SNCASO prototypes welke voorzien werden van de Turbomeca Pallas hulpjets onder de vleugel. Deze extra hulpjets zorgden voor extra stuwkracht voor de start vanaf korte hoog gelegen vliegvelden of strips in een warm klimaat. Airnautic huurde deze Dakota, met jet stuwing onder de vleugel, slechts voor een goed jaar want op 24 juli 1959 vertrok deze Dakota al naar de Franse Luchtmacht waar het voorzien werd van het serial 68819.
De Vickers Viking F-BJAH was maar heel kort in gebruik bij Airnautic. Op 23 december 1959 raakte dit toestel in de mist bij een landing op Dusseldorf de landingslichten vlak voor de baan, waarbij het toestel zwaar beschadigd werd. Het toestel werd nog wel overgevlogen naar Nice, maar werd niet opgeknapt en werd verder gebruikt voor onderdelen. Als verder uitbreiding van de vloot en vervanging van dit laatstgenoemde toestel werden een aantal Vikings aangekocht in West-Duitsland. Na het faillissement van Trans-Avia Dusseldorf werden drie Vikings uit deze vloot overgenomen waarvan de eerste twee in februari 1959 in gebruik genomen werden als de F-BIPT (ex D-BACU) en F-BIUX (ex D-BASE), gevolgd door de F-BJER (ex D-BEPO) in december 1959. 1959 was niet het beste jaar voor Airnautic want op 5 september 1959 werd ook de Viking F-BFDN afgeschreven bij een ongeval. Deze Viking was op een vrachtvlucht vanaf Athene op weg naar Bastia op Corsica. Vlak voor de eindbestemming moest de Viking een noodlanding maken in zee voor de kustlijn, waarbij de beide piloten naar de kust konden waden, maar de Viking wel afgeschreven werd. Daarnaast werd een van de recent daarvoor van Trans-Avia Dusseldorf aangekochte Vickers Vikings verkocht, de F-BIUX, welke als I-RASC vertrok naar de nieuwe Italiaanse maatschappij Mediterranea. Van Aerotour werd op 15 oktober 1959 aangekocht de V.610 Viking 1B D-BLUP (c/n 298), welke bij Airnautic als F-BJEQ werd ingeschreven.
In november 1959 werd de vloot verder uitgebreid met de komst van drie Boeing B.307 Stratoliners. Deze drie toestellen, de F-BELU (c/n 1998), F-BELY (c/n 2000) en F-BELZ (c/n 2001) werden aangekocht van Aigle Azur Transport. De Boeing 307 Stratoliner werd ontworpen als airliner uit het ontwerp van de Boeing B-17 Flying Fortness en vloog voor de eerste maal in mei 1937. Het was het eerste verkeersvliegtuig met een luchtdrukcabine. De eerste toestellen werden in juli 1940 afgeleverd aan Pan American en Trans World Airlines, welke de toestellen inzette op de dienst tussen New York en Los Angelos. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden er maar 10 stuks van gebouwd. In 1951 verkocht TWA zijn vijf toestellen aan Aigle Azur Transport welke twee toestellen inzette in Zuid-Oost Azie (Frans Indo-China) en drie toestellen in Frankrijk en de Franse gebieden in Afrika. Als 40 zitter waren dit de laatste drie vliegende Boeing 307 Stratoliners in Europa.

F-BELZ Boeing 307 Stratoliner Airnautic verongelukte in december 1962 op de Monte Renosa nabij Ajaccio       (archief Wim Zwakhals)

In december 1959 werd een Douglas DC-2 aan de vloot toegevoegd. Deze, laatste vliegende DC-2 in Europa, stond te koop in Libie (ZS-DFX) waar het de laatste jaren vrachtvluchten had uitgevoerd voor de olie industrie voordat het verkocht werd aan Airnautic en op 12 december 1959 ingeschreven werd al de F-BJHR en in gebruik genomen werd als vrachtvliegtuig.
In tegenstelling tot andere Europese landen was binnen Frankrijk het binnenlandse luchtverkeer niet goed ontwikkeld. In 1954 werd gestart met het onderhouden van binnenlandse vluchten waarvoor Air Inter werd opgericht. De activiteiten van Air Inter werden in 1959 echter gestaakt. In 1960 werd een doorstart gemaakt.  Air Inter bezat toen geen eigen vliegtuigen en Airnautic werd ingehuurd voor het overnemen van de lijndienst tussen Parijs en Pau, welke vanaf 14 maart 1960 vijf maal per week door de Vikings van Airnautic gevlogen werd. Daarnaast werd Airnautic regelmatig ingehuurd om voor Air France diensten uit te voeren.
Het toeristenvervoer naar het zonnige stranden in zuid Frankrijk en Spanje nam in het begin van de jaren zestig enorm toe, vooral met de komst van de Engelse zonzoekers waarbij Airnautic ook werd ingezet om vanuit London vakantiegangers naar Perpignan-La Llabanere Airport en Nice- Cote d´Azur te vervoeren. De luchthaven van Perpignan was toen de aanvliegroute voor de opkomende Costa Brava in Spanje en in 1962 werden er door Airnautic zo´n 40.000 passagiers vanuit London naar dit veld vervoerd. Airnautic vervoerde daarbij 2/3 van het aantal passagiers welke op Perpignan aankwam. Deze toenemende activiteiten zorgde voor een verdere uitbreiding in april 1961 van de vloot met de aanschaf van de Viking F-BJRS afkomstig van Cunard Eagle Airways, ex G-AKBH (c/n 264).
Begin 1962 vergroot Air France zijn aandeel in Airnautic tot 75% waarbij de vloot in de twee volgende jaren werd uitgebreid met drie DC-6'en en 2 DC-4'en. De eerste DC-6B was afkomstig van 20th Century Aircraft N3024C (c/n 45119) en werd in juni 1962 ingeschreven als de F-BJKZ. Een jaar later gevolgd door twee ex Air Liban DC-6'en. Dit waren de DC-6A OD-ADC (c/n 45226) welke in maart 1963 werd ingeschreven als de F-BKBQ, gevolgd door een tweede toestel in oktober dat jaar, een DC-6A/C F-BLOE (c/n 45482) ex OD-ADH. Daarnaast werden twee DC-4 Skymasters vanuit de Air France bij Airnautic ondergebracht. Hierbij werd in mei 1963 de DC-4 F-BBDH (c/n 42940) in gebruik genomen en werd dat jaar voor korte tijd gebruik gemaakt van een tweede DC-4, de F-BBDK. Met de komst van de DC-6'en en DC-4'en werd de thuisbasis verplaatst van Nice naar Parijs-Le Bourget. De DC-6'en werden ingezet voor passagiers- en vrachtvluchten naar Indo-China en de Franse gebieden in Afrika, daarbij werden veel vluchten uitgevoerd voor het Franse leger. In 1962 nam Airnautic contact op met Aviation Traders om de mogelijkheden na te gaan tot verbouwing van twee DC-4'en tot ATL-98 Carvair, echter deze vraag werd nooit omgezet in een daadwerkelijke bestelling.
Airnautic bleef in deze periode niet geheel ongevallen vrij. Op 29 december 1962 werd een van de Boeing B.307 Stratoliners, de F-BELZ, afgeschreven bij een ongeval waarbij het toestel neerstortte op Monte Renosa, nabij Ajaccio waarbij alle inzittenden, 3 bemanningsleden en 22 passagiers, omkwamen. Bijna een jaar later, op 11 september 1963, had Airnautic weer te maken met een zwaar ongeval toen de Vickers Viking F-BJER tegen een van de bergen in de Pyreneen vloog. Het toestel was op weg van London-Gatwick naar Perpignan met 36 passagiers en drie bemanningsleden. Bij slecht weer raakte de Vickers Viking de top van de La Roquette op een hoogte van 5400 ft, 40 miles ten westen van Perpignan waarbij alle inzittenden om het leven kwamen.
De inzet van de DC-4 en DC-6 op de passagiersvluchten betekende het vertrek van twee Vickers Vikings F-BJES en F-BJRS in februari 1964 naar de nieuwe Franse maatschappij EAS en het op 30 december 1964 op Nice uit dienst nemen van Viking F-BIPT, waarbij allen nog met Viking F-BJEQ doorgevlogen werd. In 1965 werd in Spanje de luchthaven nabij Gerona geopend waardoor het vervoer van de vakantiegangers naar de Costa Brava niet meer via de luchthaven van Perpignan verliep. Inmiddels waren ook een aantal chartermaatschappijen in Spanje gestart, waarbij Airnautic een groot deel van het vakantievervoer naar de Spaanse kust kwijt raakte. De overgebleven twee Boeing B.307 Stratoliners bleven in dienst als passagierskist en werden veel ingezet op dagcharters vanuit Le Bourget en waren o.a. te zien bij het vervoer van Franse rugbysupporters naar de rugby meetings in Engeland en Schotland.
In 1965 har Airnautic met grote financiele problemen te kampen. Dit werd nog erger toen de Vickers Viking F-BJEQ op 8 februari 1965 werd afgeschreven op Calvi, Corsica toen het toestel tijdens de start door zijn landingsgestel ging waarbij het toestel economisch niet meer was te repareren. De schulden liepen daarbij zo hoog op dat in september 1965 alle activiteiten werden stil gelegd. Eind 1965 werden de activiteiten wel weer gestart, echter dit was voor korte duur want op 1 januari 1966 werd Airnautic volledig overgenomen door Air France en hield hiermee op te bestaan.

F-BJKZ Douglas DC-6B in de kleuren van Airnautic                                                                                                       (foto MAP)

Air France had geen werk voor de overgebleven twee Boeing B.307 Stratoliners en de DC-6'en. Eind 1965 werden de F-BELU en F-BELY overgedragen aan CIC, de Commission Internationale de Controle, voor inzet op hulpvluchten in Laos en Cambodja. In 1970 werden beide toestellen ingeschreven als respectievelijk XW-TPF en XW-PGR en zouden tot midden jaren zeventig dienst doen. De DC-6 vloot stond enige maanden geparkeerd op Parijs-Le Bourget. De passagiers/vracht zessen F-BLOE en F-BKBQ werden in juli 1966 overgedragen aan de Franse Luchtmacht als de 45481 respectievelijk 45226 en de DC-6B F-BJKZ vertrok die maand als XU-IAJ naar Royal Air Cambodge. De DC-4 F-BBDH werd weer overgeschreven op naam van Air France en vertrok in november 1966 naar de nieuwe Franse Luchtvaartmaatschappij Trans-Union.

Airnautic op Rotterdam

Het was de C-53 Dakota, voorzien van Turbomeca Pallas hulpjets, F-BEIS ,welke in juni 1958 als eerste toestel van Airnautic, een bezoek aan Zestienhoven bracht. Een jaar later gevolgd door de komst van de Vickers Vikings F-BIUX en F-BFDN aan Rotterdam waarbij de Viking F-BIUX op 19 mei 1959 vanuit Malmo via Southend naar Zestienhoven vloog om daarna naar zuid Frankrijk te vliegen. Het laatste bezoek van Airnautic aan Rotterdam stamt ui 1964 met de komst van de DC-4 Skymaster F-BBDH welke daarbij enige dagen op het destijds achterste platform geparkeerd stond.


F-BBDH Douglas DC-4 Skymaster Airnautic tijdens zijn eenmalig bezoek aan Rotterdam                (archief Wim Zwakhals, Rotterdam, 1964)

Airnautic vlootlijst


F-BELU Boeing 307 Stratoliner in Airnautic kleuren met CIC opschriften in de staart.                                                               (archief Nico Terlouw)
Bronnen: Airnieuws archieven, Flight International, Propliner.
Wim Zwakhals, juni 2013