Avions Fairey

Het productieprogramma van de Lockheed F-104G Starfighter omvatte ondermeer de productielijn voor dit toestel op Gosselies waar SABCA Starfighters zowel voor de Belgische Luchtmacht (100 stuks) als voor de Luftwaffe (188 stuks) ging produceren. De onderdelen kwamen daarbij uit de verschillende deelnemende landen zoals Fokker op Schiphol. De langste afstand voor de overdracht was vanaf noord Italie en over de weg, vooral met besneeuwde bergpassen, kon het vervoer enkele dagen duren.
Bristol B-170 Freighter Mk.21 OO-FAH op Zestienhoven                                                                          (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1964) 
Avions Fairey SA, een van de deelnemers van het Starfighter programma, werd gevraagd een luchtbrug te starten tussen de assemblagelijn op Gosselies en de andere Europese fabrieken, hierdoor werd de levertijd van de onderdelen teruggebracht tot 10 uur. Voor het uitvoeren van deze taak werden twee Bristol Freighters aangeschaft. Het eerste toestel welk in gebruik werd genomen was de OO-FAG, een Bristol B-170 Freighter Mk.21 (c/n 12791). Dit was de voormalige D-BODO van LTU welke in maart 1961 werd aangekocht door Panavia Ltd. als de G-AIMA en nu verkocht werd aan Avions Fairey. Deze Bristol Freighter werd op 4 juni 1962 ingeschreven in het Belgische register. Het toestel werd voorzien van de naam Avions Fairey midden op de romp en kreeg de naam "My Fair Lady". Een jaar later, op 11 september 1963, werd de vloot versterkt met een tweede Bristol Freighter Mk.21. Deze werd aangekocht van Trans World Leasing, ex G-AILW c/n 12787, en op die datum ingeschreven als de OO-FAH. Deze Bristol Freighter werd niet voorzien van de maatschappijnaam.

De langste afstand die gevlogen werd was vanaf Gosselies naar Turijn-Caselle waar de rompdelen van de Starfighter gemaakt bij de Fiat fabrieken werden opgehaald. Om ook de lege heenvlucht beter te benutten werd steeds meer vracht aangetrokken en naast de Starfighter onderdelen waren de Bristol Freighters ook beschikbaar voor het vervoeren van vracht door geheel Europa. In augustus 1964 werd de vloot uitgebreid met een derde toestel. Ditmaal een DC-4 welke aangekocht werd van British Eagle (G-ASRS), c/n 27353, en welke na een overhaul op Prestwick werd afgeleverd en op 19 augustus 1964, werd ingeschreven als de OO-FAI. Bij deze DC-4 Skymaster werden de opschriften Fairey Freight aangebracht.

In mei 1965 liep de productie van de bouw van de Belgische en Duitse Starfighters op Gosselies ten einde en in begin juli 1965 werd de laatste gebouwde Starfighter door SEGA/Fairey afgeleverd. Dit betekende dat een van de Bristol Freighters niet langer meer nodig was voor het ophalen van de verschillende onderdelen en te koop werd gezet. Al snel werd een koper gevonden en op 15 juni 1965 werd de Bristol B-170 OO-FAH uitgeschreven met de verkoop van het toestel in Italië aan de Societe Avio Transporti Torino (SATT) welke het toestel op 2 augustus 1965 inschreef als de I-SATC.

Sega/Fairey bleef echter daarna nog onderdelen produceren voor de bouw van 200 Lockheed Starfighters voor de Italiaanse Luchtmacht, welke eveneens per luchtvracht werden afgeleverd. Toen echter ook deze productie werd beëindigd, werd ook de tweede Bristol Freighter afgestoten. Ook deze Bristol Freighter, de OO-FAG, werd verkocht aan SATT. Deze Freighter vertrok in december 1966 naar Turijn en werd op 19 december 1966 uit het register geschreven, Deze Freighter werd door SATT aangekocht voor onderdelen en werd in 1967 op Turijn verschroot.

Ook de DC-4 werd na beëindiging van de productie te koop aangeboden en op 6 oktober werd de OO-FAI verkocht aan de Allgemeiner Lufttransport GmbH (Allair) als de D-ACAB.



DC-4 OO-FAI met Fairey Freight opschriften op Rotterdam in begin 1965.                                                              (archief Wim Zwakhals)


Avions Fairey op Rotterdam-Zestienhoven   
De beiden Bristol B-170 Mk.21 Freighters OO-FAG en OO-FAH waren in 1964 te zien op Rotterdam. Voor de DC-4 Skymaster OO-FAI moest tot het voorjaar van 1965 gewacht worden. Op woensdag 3 maart 1965 streek deze DC-4 voor het eerst neer op het Rotterdams beton. In de daarop volgende drie maanden werd de OO-FAI een regelmatige bezoeker met zes bezoeken in maart, vier bezoeken in april, drie in mei en twee in juni. Deze vrachtkist was daarbij voor het laatst te zien op zaterdag 5 juni 1965.

Avion Fairey vlootoverzicht.

 
Bron: Aeronews of Belgium, Airnieuws archieven
Wim Zwakhals, juli 2008