Bavaria

In 1957 werd door de kunstvlieger Max Schwabe de Bavaria Flug Gesellschaft Schwabe & Co opgericht. Thuisbasis werd Munchen-Riem en binnen een jaar, in 1958, werden de luchtvaartactiviteiten gestart met de Piper Pa-23-180 Apache D-GISA.


D-IANA Beech D-18S met bescheiden Bavaria Flug Gesellschaft opschriften op de romp                                                         (archief Wim Zwakhals)

De taxivloot werd een jaar later uitgebreid met de komst van een Beech 18. In juli 1959 werd van de State of Ohio de Beech D-18S N20S (c/n A-850) aangekocht welke in juli 1959 werd overgevlogen en als D-IANA op naam van Bavaria Flug Gesellschaft werd ingeschreven. Deze Beech 18 was voorzien van zes stoelen en zou de eerste groepsreizen voor Bavaria gaan verzorgen en bracht de eerste reizigers vanuit Beieren naar de casino's in Monte Carlo en de zonzoekers naar de stranden van Nice en Palma. Eind1960 werd de vloot verder uitgebreid met de overname van twee Douglas C-47 Dakota's van de Lufthansa, de D-CADE (c/n 15663/27108) en D-CADO (c/n 13982/25427). Met de overname van deze toestellen werden ook een aantal post/vrachtdiensten overgenomen die nu in opdracht van Lufthansa gevlogen werden en wel de diensten tussen Munchen en Hamburg, Bremen, Hannover en Frankfurt, later uitgebreid met Stuttgart en Neurenberg. Bavaria vloog met deze Dakota's vooral binnen West-Duitsland met een enkele keer een vrachtcharter naar het buitenland waaronder naar Schiphol. Om naast deze lijndiensten eveneens meer charterwerk uit te kunnen voeren werd in 1961 de vloot verder uitgebreid met een tweede Piper Pa-23-180 Apache, de D-GIGI (c/n 23-1341) en in augustus 1963 met een derde C-47A Dakota, de D-CORA (c/n 16119/32867) welke in de VS werd aangekocht van de Boreas Corp. ex N5050.


D-CADE Douglas C-47B Dakota met Bavaria Flug Gesellschaft opschriften en "BAC" in de staart.                                             (archief Wim Zwakhals)
In november 1963 startte Max Schwabe de onderhandelingen met Handley Page over de aankoop van enkele Handley Page HPR-7 Heralds. Hierbij werd een contract getekend voor de levering van een Herald met de optie op twee toestellen. Op 1 mei 1964 werd het eerste toestel afgeleverd, de D-BIBI c/n 176, welke onder de naam "Herald of Munchen" in gebruik genomen werd. Met de komst van de Herald stortte Bavaria zich op de lucratieve Duitse vakantiemarkt met vluchten vanaf Munchen, alleen al in 1964 werden hierbij 12.000 toeristen vervoerd. In de twee daarop volgende jaren werd de vloot verder uitgebreid met twee HPR-7 Heralds. Op 29 maart 1965 door de nieuw van de fabriek geleverde D-BEBE (c/n 179), welke onder de naam "Herald of Bavaria" in gebruik genomen werd, gevolgd een jaar later door de D-BOBO (c/n 165) "Herald of the Alps", welke vanaf 4 april 1966 gehuurd werd van de fabriek (ex G-ATHE). Met de komst van deze derde Herald werd de Beech D-18S D-IANA verkocht aan Handley Page en kreeg in Engeland de registratie G-ATUM. Met de vloot van deze drie Heralds werden alleen charters gevlogen vooral gericht op het vakantievervoer en deze toestellen zouden vanaf dat moment veel te zien zijn op velden als Nice, Rhodos, Ibiza en Palma. Gevlogen werd daarbij onder IATA vluchtnummer BV.


D-BOBO Handley Page HPR-7 Herald van Bavaria met op de achtergrond Herald D-BIBI                                                        (archief Wim Zwakhals)    

Naast de HPR-7 Herald bestelde Bavaria in 1964 eveneens een Handley Page HP-137 Jetstream, waarbij een contract werd getekend voor de levering van een toestel met een optie op twee toestellen.

Terwijl LTU de opgang in vakantiereizen in het midden van de jaren zestig in Nord-Rhein Westfalen bediende, was het Bavaria welke insprong in de vraag vanuit Beieren. Op 29 oktober 1966 bestelde Bavaria twee BAC 1-11's srs 414EG met een optie op een derde. In afwachting van de aflevering van het eerste exemplaar werd vanaf maart 1967 t/m eind oktober 1967, de G-AVEJ een BAC 1-11 srs 402AP c/n 094 van de fabriek gehuurd. De eerst bestelde BAC 1-11, de D-ANDY c/n 127, werd op 29 december 1967 afgeleverd, waarbij de toestellen op de motorgondel de tekst "Holiday Jet" werd aangebracht. Als onderdeel van de aankoop van de BAC 1-11's werd de DC-3 Dakota vloot in maart 1967 aan BAC overgedragen die de toestellen daarna doorverkocht aan de South Arab Air Force (D-CADO werd de 201, de D-CADE de 202 en de D-CORA de 203).

Voor het zomerseizoen van 1968 werden de BAC 1-11's G-AVGP (c/n 114) en G-AWGG (c/n116) van BAC gehuurd, dit laatste toestel werd in april 1969 als de D-ALLI aan Bavaria overgedragen en daarbij beschouwd als de tweede bestelde BAC 1-11. De Bavaria BAC 1-11 series 400 werden geleverd in een 84 zits uitvoering met voldoende beenruimte voor de passagiers (de series 400 konden in de charteruitvoering voorzien worden van 119 stoelen). De introductie van de BAC 1-11 bij Bavaria betekende ook het einde van de HPR-7 Herald bij de maatschappij. Herald D-BIBI vertrok in juni 1967 naar Handley Page als de G-AVPN en in oktober 1968 werd de verhuur van de Herald D-BOBO beeindigd welke weer als G-ATHE naar Handley Page terug keerde. De overgebleven Herald in de vloot, de D-BEBE, werd sinds het vertrek van de DC-3 Dakota's in maart 1967, ingezet als vrachtkist, waarbij vooral in de nacht kranten werden gevlogen. In 1967 werden 80.000 passagiers vervoerd waarbij Bavaria circa 5% van de Duitse vakantie markt in handen had. Naast de vakantievluchten werden de nieuwe BAC 1-11's eveneens ingezet op lijndienst vluchten tussen Stuttgart en Munchen en Hannover, dit in opdracht en onder vluchtnummer van Lufthansa, daar Lufthansa met capaciteitsproblemen kampte met de overschakeling op de Boeing B-737. Vanaf 1 april 1969 nam Bavaria de lijndienst verbinding tussen Munchen en Hannover op eigen risico over.


G-AYHM  BAC 1-11 series 402AP werd in 197) door Bavaria voor een jaar gehuurd van de fabriek. Hier zien we het toestel na zijn verhuur zonder motoren op Hurn.

In 1968 werden 26% van de aandelen van de maatschappij aangekocht door de ondernemer uit Munchen Josef Schorghuber. De optie op de levering van een derde BAC 1-11 werd in 1969 opgenomen waarbij tevens twee BAC 1-11's werden besteld, welke in februari (D-AILY c/n 163), april (D-AISY c/n 158) en december 1970 (D-AMUC c/n 227) werden afgeleverd. Door vertraging in het productieprogramma werd de bestelde HP-137 Jetstream pas in oktober 1969 als D-INAH (c/n 205) afgeleverd. Begin 1970 startte Bavaria met deze Jetstream de dienst tussen Munchen en St.Moritz welke alleen in het weekend werd gevlogen. Op 6 maart 1970 verongelukt echter deze HP-137 Jetstream D-INAH waarbij het toestel tijdens de landing op St.Moritz de hoogspanningsleiding raakte. Aan boord bevond zich oprichter Max Schwabe met zijn familie, waarbij alle 9 inzittenden omkwamen. Het familieaandeel in Bavaria van 51% werd daarna overgedragen aan de bankier Hans Salb. Door hert verlies van de HP-137 Jetstream werd ook de dienst tussen Munchen - Neurenberg - Hannover, die men aangevraagd en verkregen had, niet gestart.

Op 19 juli 1970 een tweede ongeval bij Bavaria waarbij de BAC 1-11 D-ANDY werd afgeschreven bij een ongeval bij de start vanaf Gerona. Door een misverstand tussen piloot en co-piloot werd het toestel kort voor het opstijgen van de baan gereden. Direct werd als vervangend toestel de BAC 1-11 G-AYHM voor een periode van 5 maanden van BAC gehuurd. Inmiddels werden wel drie nieuwe BAC 1-11's besteld, dit maal series 518FG welke voorzien konden worden van 109 of 114 stoelen. Deze drie toestellen werden in december 1970 (D-ANNO c/n 160), februari 1971 (D-ALFA c/n 234) en maart 1972 (D-ANUE c/n 238) afgeleverd. Naast vluchten naar het zuiden van Europa en Noord-Afrika werd vanaf 24 maart 1970 ook gestart met een wekelijkse vlucht op East-Midlands. In 1970 werden ook de plannen kenbaar gemaakt voor een verdere uitbreiding van de maatschappij, waarbij Bavaria mee wil doen op de lange afstandreizen door de overname van vier Boeing 707's van Lufthansa. Deze plannen werden echter niet gerealiseerd. Door de toenemende concurrentie op de chartermarkt kwam Bavaria in 1972 in een slechte financiele positie waarbij Hans Salb zijn aandeel in de jaren 1972 - 1974 verkocht aan Josef Schorghuber. De Schorghuber-Gruppe welke sinds 1970 ook al in het bezit was van de luchtvaartmaatschappij Germanair besloot daarop in de volgende jaren de activiteiten van de beide luchtvaartmaatschappijen samen te voegen.

In de daaropvolgende jaren waren er weinig veranderingen. Een van de BAC 1-11's, de D-ALLI, werd vanaf november 1975 verhuurd aan Gulf Air voor een periode van 18 maanden en werd de BAC 1-11 D-AILY in december 1975 verkocht aan de Hilton Hotels Group. Als vervangende capaciteit werd voor het zomerseizoen 1976 de BAC 1-11 G-AXMG (c/n 201) gehuurd van de Lloyds Associated Air Leasing.

Op 1 maart 1977 werden de twee maatschappijen van de Schorghubber-Gruppe samengevoegd tot een maatschappij Bavaria/Germanair. De vloot van drie BAC 1-11 series 528FL (D-AMUC, D-ALFA en D-ANUE) en twee series 414EG (D-ALLI en D-AISY) werden daarbij in de nieuwe combinatie opgenomen. En zo eindigde 20 jaar Bavaria geschiedenis.


D-ALLI  BAC 1-11 srs 408EF in Bavaria kleuren met de Holiday Jet opschriften op de motorgondel                                        (Palma, 22 mei 1974)

Bavaria Flug Gesellschaft op Rotterdam-Zestienhoven   
Het enige bezoek van Bavaria aan Rotterdam vond plaats op 13 maart 1969. De BAC 1-11 series 414EG D-ANDY kwam daarbij om 12.00 uur aan vanuit Munchen en zou na een nacht stop de volgende dag om 10.20 uur naar London-Gatwick vertrekken. Een jaar later zou deze BAC 1-11 worden afgeschreven bij een ongeval op Gerona.


D-ANDY BAC 1-11 srs 414EG  Bavaria op Rotterdam                                                                    (archief Frank de Koster, Rotterdam, 13 maart 1969)


Bavaria Flug Gesellschaft vlootoverzicht.



D-CORA Douglas C-47A Dakota voorzien van grote Bavaria opschriften                                                                                         (archief Wim Zwakhals)

 
Bron: Ainieuws archieven, Flight International
Wim Zwakhals, mei 2017