Bergen Air Transport

Bergen Air Transport werd in 1961 opgericht door P.S.Finsadal in de tijd dat de eerste olie boorplatforms voor de Noorse kust verschenen.


LN-ORS Sud Aviation SA.321J Super Frelon BAT werd voorgevlogen op de Parijse Luchtvaartshow in 1967.          (Nico Terlouw, Le Bourget)

Vier olievelden werden er voor de Noorse kust ontdekt en in exploitatie genomen, waarbij het meest noordelijke veld gelegen was voor de kust van de plaats Bergen in de provincie Vestland. Dit noordelijke olieveld kende twee winplaatsen, het Frigg veld gelegen 95 nm ten zuidwesten van Bergen en het Statfjord veld gelegen 120 nm ten noordwesten van Bergen. De exploitatie kwam rond 1964 op gang en Bergen Air Transport was de eerste maatschappij welke ondersteunende helikopter vluchten aanbood. Voor dit doel werd op 12 maart 1964 ingeschreven de Bell 47G LN-ORU, een helikopter welke in Zweden werd aangekocht (ex SE-HAD). Deze helikopter werd ingeschreven op naam van Fana Fly A/S, een van de bedrijven op naam van P.S.Finsadal, en werd direct in gebruik genomen door Bergen Air Transport. De Bell 47G kon maar een passagier meenemen en een jaar later werd een tweede Bell 47G aan de vloot toegevoegd, eveneens afkomstig vanuit Zweden (ex SE-HAR) en werd op 13 mei 1965 ingeschreven als LN-ORW. Veel geluk had Bergen Air Transport, kortweg BAT, niet met dit toestel want binnen een maand werd het toestel bij een ongeval afgeschreven.

In september 1967 kreeg Bergen Air Transport een driejarig contract voor het uitvoeren van patrouille vluchten rond Groenland om ijsverplaatsingen te registreren. Dit contract werd eerder gevlogen door Greenlandair welke daarbij gebruik maakte van o.a DC-4'en van Icelandair. Om het contract uit te kunnen voeren werd voor dit doel de Douglas C-54B Skymaster van de US Coast Guard s/n 9147 (c/n 27372) gekocht welke op 20 september 1967 werd ingeschreven als LN-MOB op naam van Fana Fly A/s en de naam "Moby Dick" kreeg. De vluchten werden uitgevoerd vanaf Narsarsuaq in Groenland en bestonden uit twee lange vluchten per week.


LN-MOB Douglas C-54B in de kleuren van Nordic Air, zonder opschriften                                   (Wim Zwakhals, Rotterdam, 13 april 1973)

Inmiddels kreeg de olie offshore industrie een enorme boost en werd het vliegveld van Sola in 1966 ingericht als helikopter basis met een eigen helikopter terminal en werd een nieuwe maatschappij gevestigd onder de naam Helikopter Service A/S, welke de activiteiten startte met de Sikorsky S-61N welke 30 passagiers kon meenemen. Deze ontwikkeling in de markt werd door andere investeerders gevolgd en op 15 november 1967 kreeg Helicopter Service A/S concurrentie door het inschrijven in het register van de LN-ORS, een Sud-Aviation SA.321J Super Frelon (c/n 113, ex F-BOFL) op naam van Fana Invester A/S, maar gevlogen door Bergen Air Transport. De SA-321J was de civiele versie van de Super Frelon welke 27 passagiers kon meenemen en Bergen Air Transport was de eerste civiel gebruiker van deze civiele versie en werd ingezet vanaf Sola naar booreilanden welke 200 nm uit de kust gelegen waren.

In 1968 werd een SE.3160 Alouette 3 aan de vloot toegevoegd. Deze heli werd in februari 1968 ingeschreven als de LN-ORV (ex F-BOFL). De helikopterdiensten werden in 1968/1969 afgebouwd, waarbij de SE.3160 Alouette 3 LN-ORV al na enkele maanden (september1968) weer naar Frankrijk vertrok (als F-BRAQ). Eind 1969 vertrok ook de SA.321J Super Frelon LN-ORS, welke via Frankrijk verkocht werd naar Australie (VH-PDM). Met het uit dienst nemen van de eerste Bell 47G LN-ORU in eind 1970 werden de helikopter activiteiten van BAT beeindigd. Ook werd in 1970 het contract voor het spotten van ijsbergen beeindigd en werd de DC-4 LN-MOB in december 1970 verkocht aan het nieuw opgerichte bedrijf Nordic Air.


LN-TVA Douglas C-47A Dakota met duidelijke BAT opschriften op Rotterdam.                       (David Booster, Rotterdam, 16 februari 1972)

De naam BAT (Bergen Air Transport) lijkt dan even van het toneel verdwenen tot in september 1972 de Douglas C-47B Dakota c/n 10201 ex Oman Air Force s/n 502 ingeschreven wordt als de LN-TVA op naam van W.Narvang, Oslo, operated by Bergen Air Transport. Voorzien van BAT opschriften op de romp werd het toestel in gebruik genomen voor vrachtvluchten waarbij veel gevlogen werd voor de olie-industrie, maar ook charters werden uitgevoerd binnen Europa en Noord-Afrika. Thuisbasis werd Stavanger. De DC-4 LN-MOB werd bij Nordic Air overbodig door de komst van de Lockheed L-188 Electra bij deze maatschappij en zo werd deze "vier" op 4 april 1973 weer aangekocht door P.S.Finsadal en nu ondergebracht bij Bergen Air Transport. Het toestel vloog de eerste maanden zonder opschriften, maar had nog wel het "Moby Dick" embleem op de neus. Het werk trok aan en nog datzelfde jaar werd een tweede DC-4 aangekocht. Dit was de Douglas C-54E Skymaster OY-DRG van Greenlandair (c/n 37336), welke op 6 september 1973 werd ingeschreven als LN-MOJ. Het toestel bleef doorvliegen in de rode Greenlandair kleuren met opschriften BAT op de romp. Veel vluchten werden uitgevoerd binnen Europa en de toestellen werden ook ingezet bij het voedselprogramma van de FAO van de UN.


LN-MOJ Douglas C-54E in de Greenlandair kleuren met BAT opschrift.                                              (Wim Zwakhals, Rotterdam, 6 april 1974)

Met de inzet van de tweede DC-4 werd de DC-3 Dakota LN-TVA uit dienst genomen. Zonder opschriften stond het toestel vanaf begin 1974 geparkeerd op Stavanger. Op papier werd het toestel op 20 augustus 1975 overgeschreven op naam van een andere werkmaatschappij van Finsadal, Norwegian Overseas Airways. Pas op 22 oktober 1975 vertrok het toestel naar Canada waar het op St.Andrews in opslag werd gezet om pas in december 1980 ingeschreven te worden als C-GTSA.

Midden 1975 ontving de DC-4 Skymaster LN-MOB een groot onderhoud en werd daarbij van een nieuw kleurenschema voorzien. Medio 1977 stopte Finsadal de activiteiten van Bergen Air Transport. Voor de beide Skymaster werd al snel een koper gevonden. Beide toestellen werden verkocht aan Zaire Aero Service, de C-54B LN-MOB werd in juni 1977 de 9Q-CFB en de C-54R LN-MOJ in augustus 1977 de 9Q-CPK.

Bergen Air Transport op Rotterdam-Zestienhoven   



Douglas C-54B LN-MOB nu met BAT opschriften                                                                            (Wim Zwakhals, Rotterdam, 19 maart 1974)
De eerste komst van DC-3 LN-TVA van Bergen Air Transport was op donderdag 28 september 1972 , vanaf Napels voor een brandstofstop op weg naar Stavanger. De BAT DC-3 zou daarop nog menig keer Rotterdam als tussenstop om te tanken gebruiken. Zoals de weken daarna, op 2 oktober vanuit Stavanger op weg naar Bordeaux, een dag later op de terugweg vanuit Le Bourget met bestemming Sola. Op 29 november vanuit Stavanger op weg naar Rome, twee dagen later vanuit Rome op weg naar Oslo en tot slot dat jaar op 27 december 1972 vanuit Stavanger richting Frankrijk.
Ook in het daarop volgende jaar, 1973, kwam de Dakota LN-TVA met regelmaat langs voor een tankstop. Op 13 april dat jaar het eerste bezoek van de DC-4 LN-MOB. Ontdaan van de opschriften van de vorige gebruiker, Nordic Air, kwam het toestel vanuit Stavanger voor een fuel stop op weg naar Lissabon. Drie maanden later, op 7 juli, bracht de LN-MOB een tweede bezoek aan Rotterdam. De "vier" kwam weer uit Stavanger en vertrok de volgende dag met vracht naar Barcelona om een dag later een tweede vlucht naar Barcelona te maken. Een week later kwam het toestel leeg binnen vanuit Stansted voor een derde vlucht op Barcelona. Op 5 december 1973 kwam de DC-3 Dakota LN-TVA voor het laatst langs op Rotterdam. De Dakota kwam uit Stavanger en vertrok op 7 december weer naar Oslo. In 1973 was BAT in totaal 15 maal te zien op de luchthaven.
Op dinsdag 19 maart 1974 kwam de DC-4 LN-MOB leeg vanuit Athene, was nu voorzien van BAT opschriften op de romp en had kleine FAO opschriften op de romp en werd te koop aangeboden. Op 23 maart vertrok het toestel weer (onverkocht) richting Stavanger. De LN-MOB zou daarna dat jaar nog een enkel keer langskomen (7 en 9 mei en 21 juni). Op 3 april 1974 het eerste bezoek van de DC-4 LN-MOJ, nog voorzien van Greenlandair kleuren met BAT opschriften. Het toestel kwam uit Gothenburg. Op 4 en 8 april werden vluchten uitgevoerd naar Genua en op 19 april naar Lissabon. In totaal zou BAT in 1974 12 vluchten uitvoeren.

Een jaar later, 1975, was de DC-4 LN-MOJ in de periode 22 t/m 27 maart maar liefst 11 maal te zien en wel op vluchten van en naar Southend in opdracht van British Air Ferries. Daarna voerde het toestel nog charters uit en wel op 30 april (2x voor BAF), 7 mei, 13 juni en 27 augustus. Op 28 augustus de komst van de DC-4 LN-MOB in het nieuwe kleurenschema, het toestel zou daarna weer te zien zijn op 2 november met groenten uit Cairo. In 1975 kwam BAT 7 maal langs.

Daarna werd BAT een zeldzamer bezoeker aan de luchthaven. We noteerden op 14 mei 1976 de komst van de LN-MOJ en op 17 november de DC-4 LN-MOB met een vlucht voor BAF.  


LN-MOB Dougas C-54B Skymaster in de nieuwe BAT kleuren.                                          (David Booster, Rotterdam, 28 augustus 1975)


Bergen Air Transport vlootoverzicht.



LN-TVA C-47A Dakota zonder opschriften in opslag op Stavanger                                               (Wim Zwakhals, Stavanger, 24 mei 1974)


Bron: Ainieuws archieven,
Wim Zwakhals, augustus 2022