Intercontinental

Samen met de DC-4'en van Seven Seas behoorden de DC-4'en van Intercontinental Airways tot de opmerkelijke DC-4 Skymaster verschijningen op Zestienhoven in 1960.

N30045 DC-4 Skymaster   Intercontinental op Rotterdam                                                                           (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1960)
Intercontinental US Inc. werd in december 1959 opgericht. Het was het moment dat American International Airways de activiteiten moest staken. American International was een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij, opgericht in 1958, met thuisbasis Brussel. Men vloog vooral vluchten voor de USAF tussen de Verenigde Staten en Europa waarbij de maatschappij gebruik maakte van C-54's gehuurd van Slick Airways. Op het moment dat American International Airways de activiteiten moest stoppen en er al werkafspraken lagen voor het uitvoeren van chartercontracten voor de USAF voor het vervoer van personeel en goederen van en naar Europa, moest snel gehandeld worden en zo werd in een hotelkamer in New York, Intercontinental US. Inc. opgericht. President van de nieuwe maatschappij werd John O´Connell, de vier investeerders, elk met een aandeel van 25%, waren Lawrence Kesselman, Bernard Goldberg, Benjamin B.Pack en Henry Pransky.
Gestart werd met 2 DC-4 Skymasters welke op dat moment goedkoop in aanschaf waren en waarbij voldoende reserveonderdelen beschikbaar waren. De aankoop van de vliegtuigen werd gefinancieerd door de door hun opgerichte maatschappij Winston Factors. Naast Intercontinental Airways met rechten om te vliegen vanuit Brussel, was dezelfde groep ook bezig om de vliegrechten te verkrijgen vanuit Luxenburg, dit lukte in begin 1960 en leidde tot de oprichting van Interocean Airways waarbij de financieringsgroep Winston Factors en de twee luchtvaartmaatschappijen Intercontinental en Interocean allen ingeschreven waren op hetzelfde adres in New York. Zij waren ook nauw verwand aan de U.S.Transport Corporation, welk weer de eigenaar was van een van de DC-4'en welke door Intercontinental in gebuik werd genomen.


De tweede DC-4 welk in gebruik werd genomen door Intercontinental was de N30042. Dit toestel was bij het eerste bezoek aan Zestienhoven nog niet voorzien van maatschappij opschriften.                                                                  (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1960)
De twee DC-4 Skymasters welke door Interocean Airways in gebruik werden genomen waren beide ex United Airlies DC-4'en. In de VS werden ze voorzien van 70 stoelen. Het eerste toestel welk in april 1960 in dienst genomen werd was de N30045 DC-4 (c/n 10434) afkomstig van Transocean Airlines. het tweede toestel, de N30042 (c/n 18342) volgde een maand later en werd gehuurd van de US Transport Corp. Naast de vluchten uitgevoerd voor de USAF richtte Intercontinental Airways zich op het vervoeren van grote groepen reizigers, zoals Mekka gangers en emigrantenvluchten vanuit Europa naar Australië. Ook werden de toestellen ingezet voor vakantievluchten vanuit Engeland naar het zuiden van Europa. De DC-4 N30045 werd daarbij voor het eerst in Europa gezien op London-Gatwick op 21 maart 1960, gevolgd door de N30042 op Gatwick op 23 april. De activiteiten van Intercontinental Airways concentreerde zich in 1960 op Europa en hoewel gestart werd in Brussel werd al snel Luxemburg als thuisbasis gekozen. Niet voor niets koos Intercontinental net als Seven Seas voor deze vestigingsplaats. Binnen Europa werden de prijsafspraken gemaakt in IATA verband en vele landen stonden niet toe dat niet-IATA carriers als Intercontinental en Seven Seas zich binnen deze landen vestigden.
Inmiddels werd door dezelfde stichters van Intercontinental, vanuit hetzelfde adres in New York, in maart 1960 Interocean Airways opgericht. De Intercontinental DC-4 N30045 werd al snel op naam van deze maatschappij overgeschreven en werd op 1 juli 1960 in het register van Luxemburg ingeschreven als de LX-IOA.

N9757F was de tweede ATL-98 Carvair welke werd afgeleverd aan Intercontinental            (archief Nico Terlouw, Southend, november 1962)
In februari 1961 kreeg Interocean Airways een groot contract voor het uitvoeren van hulpvluchten voor de United Nations in Kongo. Voor het uitvoeren van deze taak werden een aantal DC-4'en aangeschaft. Inmiddels was ook de Aviation Traders ATL-98 Carvair op de markt beschikbaar en bij Aviation Traders werden twee ATL-98 Carvairs besteld. Hoewel Interocean twee DC-4'en voor de verbouwing beschikbaar stelde, was haast geboden en werden twee Carvairs op de productielijn beschikbaar gesteld. Zo vertrokken Carvair 4 en 5 naar deze maatschappij. Carvair 4/10338 was een voormalige Slick Airways C-54A welke door Aviation Traders werd aangekocht en Carvair 5/10365 was de voormalige BUA DC-4 G-AREK.
Beide Carvairs werden afgeleverd op naam van Intercontinental US Inc. Carvair 4/10338 vloog voor het eerst met de amerikaanse registratie N9758F op 5 september 1962 en werd na enige dagen van crew training op 20 september 1962 op aflevering overgevlogen naar Frankfurt om daar van de FAA officiële type goedkeuring te ontvangen. Carvair 5/10365 volgde als N9757F met een eerste vlucht op 2 november 1962 en een aflevering naar Luxemburg op 20 november 1962. Beide toestellen werden direct naar Kongo gevlogen om daar ingezet te worden bij de hulpvluchten. Op 17 december 1962 werden de beide ATL-98 Carvairs ingeschreven in het register van Luxemburg op naam van Interocean Airways als de LX-IOG (ex N9757F) en LX-IOH (ex N9758F).
De DC-4 N30042 werd in 1961 ingezet op zowel de vakantiecharters naar het zuiden in Europa als op verre bestemmingen zoals Hong Kong. Op 18 april 1962 werd deze laatste Intercontinental DC-4 N30042 op naam van Interocean ingeschreven als LX-IOF voor de overdracht aan Aviation Traders.

Naast de DC-4 werd in januari 1961 een eerste Lockheed L-1049H Super Constellation gehuurd van Seaboard & Western, de N1007C (c/n 4802) waarmee vracht en passagierscharters internationaal werden uitgevoerd. Deze Connie werd maar voor een periode van twee maanden gehuurd. Echter na de verkoop van de laatste DC-4 werden de activiteiten in juni 1962 weer opgepakt met het huren van twee andere L-1049H Super Constellations van Seaboard & Western, de N1005C c/n 4557 en N1009C c/n 4807 welke beiden van Intercontinental opschriften werden voorzien. In januari 1963 werd de vloot daarbij verder aangevuld met de N7776C c/n 4801, gevolgd door de N1006C (c/n 4802) in juni 1963 waarbij Intercontinental op dat moment vier L-1049H Super Constellations in dienst had. 
In november 1963 werd een aanvraag ingediend voor het starten van een New York - Buffalo "walk-on" dienst uitgevoerd door de Super Constellations uitgerust met 84 stoelen, echter hier werd geen toestemming voor gegeven.

Eind 1963 startte het CAB (Civil Aviation Bureau) een onderzoek naar het overtreden van de passagiersvervoer regels door Intercontinental binnen zijn afgegeven licentie. Intercontinental probeerde daarbij dit onderzoek nog te vermijden door een naamsverandering door te voeren naar Trans-State Airlines, waarbij de nieuwe maatschappij alle bestaande contracten zou overnemen. De vlieglicentie van Intercontinental verliep in maart 1964 waarbij het CAB weigerde deze licentie te verlengen. Hierop werd op 17 maart 1964 besloten alle activiteiten te staken.
In januari 1964 werden al twee L-1049H Super Constellations N1005C en N1009C aan hun verhuurder (Seaboard & Western) geretourneerd. Bij het stoppen van de activiteiten in maart 1964 volgden ook de laatste twee Super Constellations N7776C en N1006C.
   


N1005C L-1049H Super Constellation Intercontinental werd gehuurd van Seaboard & Western                                                                        (archief Wim Zwakhals, Schiphol, 1963)  

Intercontinental Airways op Zestienhoven

Vrij snel na de komst van de DC-4'en in Europa was Intercontinental op Rotterdam te zien. Op 15 april 1960 landde de N30045 op Zestienhoven om met een lading van 7 ton verse groenten te vertrekken naar Southend. In 1960 waren daarna de DC-4 N30042 en N30045 nog enkele keren te zien. Zoals de bijgevoegde foto laat zien was de N30042 daarbij niet voorzien van de Intercontinental opschriften. Foto's van dit toestel genomen in eind 1960 tonen het toestel met volledige Intercontinental opschriften zodat het bezoek van de N30042 in de zomer van 1960 moet hebben plaatsgevonden.
Nogmaals een opname van de N30045 DC-4 Skymaster van Intercontinental. Duidelijk is te zien dat ook bij deze DC-4 de ronde raampjes zijn beschilderd als vierkante ramen, om het publiek de indruk te wekken met een moderne DC-6 te maken te hebben.           (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1960)
Intercontinental Airways vlootlijst
bronnen:  Airnieiws archieven, Flight International, Propliner
Wim Zwakhals, oktober 2013