Lloyd International

In de geschiedenis van Zestienhoven vinden we een aantal namen van regelmatig verschijnende maatschappijen terug. Een van de namen is Lloyd International, een maatschappij welke een tijdlang een dienst Stansted - Rotterdam -Hongkong uitvoerde.

Lloyd's Skymaster G-ARWI werd in maart 1962 overgenomen van Alaska Airlines en zou tot juni 1966 de maatschappij trouw blijven. Hier zien we de DC-4 tijdens een van de charters op Rotterdam. Let op het kasteeltje op de neus.                             (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1962)
In 1960 startte Brian Lloyd (naar wie de maatschappij benoemd zou worden) en Alistair McLoed (die het kasteel uit het familiewapen zou meenemen, welke later op de neus of in de staart te zien zou zijn), twee ervaren managers uit de scheepvaartwereld, de plannen om een bestaande luchtvaartmaatschappij over te nemen of een nieuwe maatschappij te starten. Financiering was het probleem, echter geldschieters voor hun plannen werden uiteindelijk gevonden met de Boliviaanse tin magnaat J.Ortiz-Patino en de Griekse scheepsmagnaat Nicholas Mavroleon. De nieuwe opgezette maatschappij zou gespecialiseerd worden op inzet in het Verre oosten, gericht op scheepsbemanningen en vracht, op 18 januari 1961 werd de maatschappij opgericht met de naam Lloyd International Airways. Gestart werd in maart 1961 met de aanschaf van de Douglas C-54A G-ARLF (c/n 10278) afkomstig van Loftleidir (ex TF-RVH) en als thuisbasis werd gekozen voor Cambridge. Deze eerste Douglas C-54 ontving in Engeland een uitgebreide onderhoudsbeurt en werd op 1 juni 1961 in volledige kleuren aan de nieuwe maatschappij afgeleverd. Twee dagen later, op 3 juni 1961, werd richting London-Gatwick gevlogen voor het uitvoeren van de eerste chartervlucht met passagiers richting Bazel. De G-ARLF maakte in juni eveneens zijn eerste verre reis en wel een charter naar Hongkong die tevens de eerste van een reeks zou zijn. Daar de machine vaak een week op retourvracht moest wachten, was de DC-4 dus veertien dagen onderweg.  Het geld werd daarom vooral verdiend met het vervoer van vakantiegangers naar het zonnige zuiden van Europa en de slag was daarom groot toen op 8 november 1961 tijdens een van deze charters, op Malaga, tijdens een tankstop brand uitbrak waarbij de G-ARLF verloren ging.  Als vervangend toestel werd direct van Trans World Leasing de DC-4 G-APID (c/n 10408) gehuurd waarmee de contractueel vastgestelde vluchten naar het Verre Oosten uitgevoerd konden worden. Deze C-54D G-APID bleef tot in maart 1962 in dienst en keerde daarbij terug naar Trans World Leasing. Dit met de komst van de C-54B G-ARWI (c/n 18349) afkomstig van Alaska Airlines (ex N90450). Dit toestel werd eerst gehuurd en in januari 1964 aangekocht, direct gevolgd door een tweede toestel de G-ARWK C-54G (c/n 35936) eveneens afkomstig van Alaska Airlines (ex N904) welke op 3 mei 1962 in gebruik werd genomen. Met deze twee toestellen werden zowel de vluchten op Hongkong gevlogen als een groot vakantieprogramma vanaf London-Gatwick naar Palma en Perpignan en vanaf Glasgow naar Oostende, Perpignan en Taragona. Daarnaast werd contractwerk uitgevoerd voor het Ministerie van Defensie voor het uitvoeren van vluchten naar West-Duitsland.  In 1963 werd zelfs met beide DC-4'en een nog uitgebreider zomerprogramma gevlogen waarin ook vanaf Gatwick en Glasgow meerdere vakantiebestemmingen werden aangedaan.


Om aan de grotere vraag naar capaciteit te kunnen voldoen werd in maart 1964 de vloot uitgebreid met een eveneens van Alaska Airlines afkomstige DC-6C, welke werd ingeschreven als de G-ASTW.                                                                                            (archief Wim Zwakhals)
In de eerste twee jaar van het bestaan werd verlies geleden welk voor een groot deel werd veroorzaakt door het verhuren van de toestellen op de IT markt met het vervoer van toeristen naar het zuiden van Europa.  In 1964 werd weer winst gemaakt door de keuze zich op de markt in Azie te storten met de opening van een kantoor in Hongkong. De winst werd behaald door de kosten streng onder controle te houden. Opdrachten werden aangenomen nadat in detail een prijsraming was opgesteld en elke vlucht werden de actuele kosten vergeleken met de raming. In Hongkong werd een samenwerking aangegaan met de Hong Kong Aircraft Engineering Company en kreeg daarbij de mogelijkheid om een grote hoeveelheid DC-4 onderdelen hier op te slaan. In tegenstelling tot andere maatschappijen welke met een DC-4 naar het Verre Oosten vlogen werden geen posten met onderdelen op de route van Europa naar het verre Oosten ingericht, maar koos Lloyd International ervoor om een reserveonderdelen pakket, bestaande uit minimaal een compleet hoofdwiel en remmen mee te nemen met een boordwerktuigkundige.
In 1964 verkocht een van de oprichters, Brian Lloyd, zijn aandelenpakket van 33% aan de handelsfirma Wheelock Marden. Deze handelsfirma bracht daarbij zijn kantoren in Bangkok, Kuala Lumpur, Singapore en Tokyo in de maatschappij. Ter uitbreiding van de vloot werd een Douglas DC-6A/B aangekocht, afkomstig van Alaska Airlines (N91306 c/n 43826) welke in februari 1964 werd aangekocht en in juni 1964, na een grote onderhoudsbeurt, als de G-ASTW in gebruik werd genomen. Met de komst van deze DC-6A/B werd de thuisbasis van Lloyd International van Cambridge overgebracht naar London-Gatwick. Deze DC-6A/B was voorzien van een drukcabine, moderne avionics inclusief een weerradarsysteem en was daarmee  ideaal voor het langere afstands charterwerk op het Verre Oosten met plaatsen als Hongkong, Kuala Lumpur en Singapore. Met deze "zes" werden in de week vrachtvluchten uitgevoerd en in het weekend, voorzien van 98 stoelen, ingezet bij IT charters. Oktober 1964 zou echter de laatste maand zijn dat deze DC-6A/B passagiers bij Lloyd zou vliegen. Dit was het gevolg van de toename voor het uitvoeren van vrachtvluchten voor het Ministerie van Defensie met opdracht voor het vliegen van defensiemateriaal naar Aden, Malta, Cyprus, Hongkong en Singapore. Vanaf 1964 kreeg Lloyd toestemming om rechtstreeks van Lyneham te vliegen waarbij richting Verre oosten een eerste tussenstop werd gemaakt op Istanbul. De DC-4'en werden in 1964 vooral ingezet op de IT-markt waarbij voor Mercury Air Holidays een volledig programma vanaf London-Gatwick en Glasgow werd gevlogen. Daarnaast werden vele charters uitgevoerd naar o.a. Athene, Barcelona, Belgrado, Kopenhagen, Lyon, Marseille, Rimini, Rotterdam en Tarbes.
In 1965 werd een gelijksoortig programma uitgevoerd waarbij Lloyd in januari 1965 bekend maakte dat als vervanging van de vloot een tweetal Bristol B-175 Britannia's van BOAC werden overgenomen. De eerste Britannia. G-AOVP, werd na een onderhoudsbeurt bij Aviation Traders en het aanbrengen van de Lloyd international kleuren, op 30 juni 1965 afgeleverd en onmiddellijk ingezet op de Mercury Holidays vakantievluchten vanaf Glasgow ter vervanging van een DC-4. Met de komst van de Britannia was de rol van de DC-4 als passagierskist uitgespeeld en werd vanaf midden 1965 alleen nog maar ingezet als vrachtkist. De tweede Britannia, G-AOVS, volgde op 4 juli maar werd na zijn onderhoudsbeurt op 17 augustus 1965 direct verhuurd aan British Eagle voor een periode van 3 maanden en vertrekt na deze verhuurperiode op 1 december 1965 naar Aviation Traders voor een ingrijpende verbouwing waarbij het toestel werd voorzien van een grote vrachtdeur en laadvloer voor het vervoer van pallets. Met de komst van de Britannia in zowel passagiers- als vrachtuitvoering was de rol van de Douglas DC-6A/B G-ASTW uitgespeeld. Toen de G-ASTW op 16 februari 1966 op Gatwick terugkeerde na heer laatste charter voor Lloyd werd het DC-6 tijdperk bij Lloyd International afgesloten. De zes werd die dag naar Southend overgevlogen voor een onderhoudsbeurt waarbij het toestel werd voorzien van de kleuren van de nieuwe eigenaar, Belgian International Air Services. Op 6 april 1966 werd deze DC-6A/B als OO-GER aan zijn nieuwe eigenaar afgeleverd.      G-ANCE B-175 Britannia srs 307F Lloyd International tijdens een van de bezoeken op Rotterdam       (archief Frank de Koster, Rotterdam, 1969)
Doordat de B-175 Britannia G-AOVS pas na haar verbouwing tot vrachtkist in juni 1966 werd afgeleverd, werden de beide DC-4'en weer ingezet op de vrachtvluchten naar het Midden- en Verre Oosten. Met de aflevering van de G-AOVS aan Lloyd werd de DC-4 G-ARWK te koop aangeboden en vertrok in januari 1967 als D-ADAD naar All-Air in West-Duitsland en bleef de andere DC-4 G-ARWI in de vloot stand by op Gatwick om waar nodig een passagiers- of vrachtcharter uit te voeren. Daar het onderhoud van de Bristol B-175 Britannia's plaats vond bij Aviation Traders op Stansted werd in het midden van 1966 besloten de thuisbasis van Gatwick te verruilen voor Stansted. In 1966 ontving Lloyd International van de Hong Kong Transport Licensing Authority (ATLA) een vergunning voor het uitvoeren van een vrachtdienst 2x per week tussen Hongkong en London met ingang van 1 april 1966 met een geldigheid van vijf jaar. In 1966 werd met Neckerman Reizen tevens een overkomst gesloten voor het uitvoeren van een aantal IT reizen vanaf Berlijn-Tegel naar het zuiden van Europa en de Canarische Eilanden. In combinatie met het IT pakket gevlogen vanaf Glasgow zorgde dit voor een bezetting van een volledige Britannia voor het zomerseizoen. Voor het uitvoeren van alle activiteiten werd de vloot versterkt met de komst van een derde Britannia, de G-APNA, welke gehuurd werd van Donaldson. Dit toestel werd op 2 oktober 1967 afgeleverd en werd, nadat het toestel voorzien was van volledige Lloyd International kleuren, in dienst genomen. Met de komst van deze Britannia was er eindelijk tijd om de Britannia G-AOVP tot series 312F freighter te verbouwen. De G-AOVP werd op 21 november 1967 van Southend naar Stansted gevlogen voor het uitvoeren van deze verbouwing en werd voorzien van vrachtdeur en laadvloer weer op 6 april 1968 afgeleverd. In juni 1967 werd de laatste DC-4 G-ARWI aan Air Ferry verhuurd, waarbij het toestel in volledige Air Ferry kleuren als passagierskist in gebruik werd genomen. Na terugkeer van deze verhuur in oktober 1968 werd de DC-4 G-ARWI te koop aangeboden en vertrok in december 1968 naar de Nigerian Air Force en ontving daar de registratie NAF 311. Hiermee werd het zuigermotoren tijdperk bij Lloyd International beeindigd. In het zomerseizoen 1968 werden twee van de drie Britannia's ingezet op de IT charters waarbij vanaf Glasgow, London-Stansted en Berlijn-Tegel gevlogen werd naar de bestemmingen Barcelona, Constanza, Dubrovnik, Palma, Las Palmas, Genua, Rimini en Ibiza. De derde Britannia werd ingezet op de reguliere vrachtvluchten naar Hong-Kong en vele charters voor het Ministerie van Defensie naar Dubai, Teheran. Jeddah, Akroti en Singapore.       
In september 1968 werden de chartervluchten vanaf Berlijn-Tegel overgenomen door de HS.121 Tridents van Channel Airways.  Mede door het vrijkomen van dit werkpakket werd een nieuwe 14-daagse charter ingevoerd en wel vanaf Stansted, via Rotterdam en Bangkok naar Hongkong. Lloyd kreeg geen toestemming om op basis van een lijndienst wekelijks deze vlucht naar Hongkong uit te voeren en startte nu op charterbasis deze vlucht afhankelijk van het aanbod van vracht.  
Begin 1969 startte Mercury Holidays vluchten met haar eigen luchtvaartmaatschappij, de twee jaar daarvoor opgerichte Donaldson Airways, Hierdoor viel naast een groot IT-vervoer pakket, ook de van Donaldson gehuurd Britannia G-APNA weg. Gelijktijdig werden echter twee als freighters opererende  B-175 Britannia's van British United (G-ANCD en G-ANCE) te koop aangeboden. Met de aanschaf van deze twee machines in januari/februari 1969 werd de vloot van Lloyd International op vier machines gebracht. allemaal vliegtuigen die voorzien waren van vrachtdeur en vrachtvloer en tevens snel tot passagiersconfiguratie (132 passagiers) omgebouwd konden worden. Twee van deze toestellen werden vanaf midden 1969 vrijwel constant verhuurd aan derden, de een vloog veel voor El Al en de andere Britannia voor British European Airways in afwachting van het verbouwingsprogramma van de Vickers Vanguard tot freighter. Met een derde Britannia vrijwel constant in gebruik voor vrachtcharters naar Midden- en Verre oosten, bleef slechts een machine over voor het uitvoeren van passagiersvluchten. In 1969 en 1970 werden hier slechts kortere passagiersvluchten mee uitgevoerd vrijwel allemaal gelegen binnen Europa.

Net zoals vele andere Engelse maatschappijen koos Lloyd International voor de Boeing 707 als passagiersjet voor de lange afstand. Kort na het failliessement werd de G-AZJM op thuisbasis Stansted gefotografeerd.                                (Wim Zwakhals, London -Stansted, 24 juli 1972)

In april 1970 maakt Lloyd de stap naar het jet-tijdperk met de huur van een voormalige Pan American Boeing 707-321 (N749PA), die ingeschreven werd als de G-AYAG. Deze machine was voorzien van 189 stoelen en maakte op 2 april zijn eerste vlucht voor Lloyd vanaf Stansted richting Kuala Lumpur via Karachi.  Vanaf dat moment werd deze B-707 voor passagiersvluchten op de lange afstand gebruikt, vanaf London-Stansted naar het Verre- en Midden Oosten, alsmede naar Noord Amerika. Met de start van deze vluchten werd een behoorlijke uitbreidings impuls gegeven aan London's derde luchthaven Stansted. Vanaf januari 1971 werd met de Bristol Britannia een nieuwe vrachtdienst gestart vanaf London-Heathrow naar Das-es-Salaam, Enthebbe, Lusaka en Nairobi. Deze dienst werd uitgevoerd in opdracht van East African. De B-175 Britannia's G-AOVP en G-ANCD hebben daarbij met aanvullende East African opschriften op de romp gevlogen. Dat jaar werd de vloot verder uitgebreid met de komst van een tweede B-707, eveneens afkomstig van Pan American (ex N758PA) welke werd ingeschreven als de G-AYRZ en in november 1971 met de komst van de G-AZJM afkomstig van Continental Airways (N17323), deze machine was een series 324C welke zowel voor vracht als passagiersvluchten kon worden ingezet. Begin 1972 werden de vrachtvluchten naar Hong-Kong opgevoerd tot twee per week. De bezetting op deze vluchten was daarbij goed, 79% gevuld op de heenvlucht, 71% op de retourvlucht.
Echter de financiele positie van Lloyd ging snel achteruit. Met twee Boeing 707's ingezet op de Noord-Atlantische vluchten waren het juist deze vluchten in een markt met overcapaciteit en te lage prijzen. De weigering van de British Airport Authorities om de tarieven op Stansted te verlagen, betekende het einde van de maatschappij welk op 16 juni 1972 alle activiteiten staakte. Hierbij werden direct alle toestellen op Stansted aan de grond gezet. De vier Bristol B-175 Britannia's vertrokken na de afwikkeling van het faillissement begin 1973 naar nieuwe eigenaren; de G-AOVS in januari naar IAS, gevolgd door de G-ANCD en de G-AOVP naar dezelfde firma in juli 1973 en de G-ANCE in juni naar Monarch. De beide ex Pan American B-707's vertrokken in december 1972 naar Bahamas World (VP-BDF ex G-AYAG en VP-BDG ex G-AYRZ) en de B-707 G-AZJM werd in maart 1973 in gebruik genomen door British Caledonian.                   

Lloyd International op Zestienhoven

Douglas C-54G Skymaster G-ARWK werd in mei 1962 in dienst genomen, hier zien we het toestel tijdens een van de charters op Zestienhoven                                                                                                                                                                                                                (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1962)

De DC-4 G-APID was, zonder de opschriften van Lloyd International, in de eerste maanden van 1962 het eerste toestel van Lloyd welke Rotterdam-Zestienhoven zou bezoeken. In 1962 zouden ook de nieuw aangekochte DC-4'en G-ARWI en G-ARWK een bezoek brengen aan Rotterdam. Voor 1963 ontbreekt het volledige overzicht van bezoeken aan Rotterdam, in ieder geval is wel het bezoek bekend van de G-ARWI op 3 december van dat jaar met een charter vanaf Rotterdam naar Liverpool. In 1964 was het de DC-4 G-ARWI welke op 23 maart langs kwam om vracht mee te nemen richting Hongkong. Vier dagen later op 17 maart gevolgd door de DC-4 G-ARWK welk een bezoek bracht, gevolgd door de G-ARWI op 14 mei. In 1964 was ook de DC-6A/B G-ASTW tijdens een eenmalig bezoek op Rotterdam te bewonderen.

In 1965 waren de beide DC-4'en allebei nog eenmaal op Zestienhoven te zien. De G-ARWK voerde daarbij op 23 februari een charter uit en de G-ARWI had de eer om op 21 juni 1965 het laatste bezoek van een Lloyd DC-4 Skymaster aan Rotterdam te noteren. We zouden tot 1968 moeten wachten totdat de eerste Lloyd Bristol Britannia Rotterdam zou bezoeken. Het was de B-175 srs 312 G-APNA welke op 27 januari een charter maakte van Rotterdam richting Melbourne met als eerste stop Palermo. Zes dagen later keerde dit toestel terug met de komst op 1 februari met als laatste tussenstop Neurenberg. Op 13 februari was de G-APNA dat jaar voor het laatst op Rotterdam te zien toen het toestel om 7.45 uur landde vanuit Khartoum en om 09.40 leeg naar Stansted vertrok. De rest van het jaar zouden de Britannia's G-AOVS en G-AOVP een bezoek aan Rotterdam brengen. De G-AOVS voor het eerst op 29 maart komende vanuit Athene, op een van de vluchten vanuit Hongkong. Op 16 en 17 april was de Britannia G-AOVS een van de toestellen welke een dagreis voor Christoffel reizen naar Rome zou verzorgen. Britannia G-AOVP werd voor het eerst genoteerd op 3 juni met een vlucht vanuit Paramaribo met een tussenlanding op Santa Maria op de Azoren, een vlucht die drie dagen later herhaald werd. Daarna nog een aantal vluchten op Hongkong waarbij de G-AOVS en G-AOVP in de periode juni t/m september nog negen keer te zien waren.

In 1969 bracht de gehele Britannia vloot van Lloyd (G-APNA, G-AOVP, G-AOVS, G-ANCD en G-ANCE) een bezoek aan Rotterdam waarbij in totaal 48 vluchten werden uitgevoerd. De meeste vluchten werden gevlogen op Hongkong waarbij de Britannia's vanuit Stansted werden overgevlogen naar Rotterdam en van hier uit vertrokken met als eerste stop Istanbul of Athene en een tweede stop Karachi, na een derde stop in het Verre Oosten werd doorgevlogen naar de eindbestemming. Naast Hongkong kwam de G-APNA op 13 februari aan vanuit Cairo en maakte de G-AOVP op 4 juli een vlucht vanuit Paramaribo (via de Azoren) Op 28 en 29 oktober kwamen de G-ANCD en G-AOVP met vracht uit Malta.

In 1970 bracht de Britannia G-AOVS op 8 januari als eerste een bezoek gevolgd, een maand later, door de G-ANCD welke voor Schreiner Aerocontractors de Alouette's PH-NNN en PH-NNO op kwam halen voor transport naar de vestiging in Perzie. Twee dagen later, op 10 februari, was het de G-AOVS welke werd ingezet om de overige spullen naar Teheran over te vliegen. De G-ANCD kwam daarna, op 13 februari, weer langs om de Alouette III PH-NNP op te halen om deze naar de Schreiner vestiging in Indonesie over te vliegen. Het hele jaar door werd gevlogen via Rotterdam naar Hongkong en terug waarbij de gehele Britannia vloot werd ingezet (G-ANCD, G-ANCE, G-AOVP en G-AOVS), deze vluchten veelal op basis van een keer in de veertien dagen. In totaal zouden er in 1970 door Lloyd 34 vluchten worden uitgevoerd.

Niet minder dan 73 vluchten werden er door Lloyd in 1971 uitgevoerd. Naast de bijna wekelijkse dienst op Hong Kong werden de Britannia's in de passagiers versie ingezet op het bollenprogramma van Clarkson Tours vanaf Cardiff en Bristol. In dit jaar werden ook enige keren de G-ANCD (april) en G-AOVP (september) voorzien van extra East African opschriften op Rotterdam te zien. Ook een jaar later werden de Lloyd Britannia's door Clarkson ingezet bij de bollenvluchten en ditmaal met een breed programma met dagvluchten vanaf Bristol, Cardiff, Birmingham en Newcastle. In de periode 25 maart t/m 14 mei werden door de Britannia's G-ANCD en G-ANCE in totaal 85 vluchten uitgevoerd. Ook tijdens deze periode gingen de vrachtvluchten op Hong Kong door waardoor op 10 mei die dag drie Lloyd Britannia's (G-AOVS, G-ANCD en G-ANCE) op het platform te zien waren. Op 10 juni 1972 het laatste bezoek van een Lloyd Britannia aan Rotterdam met de komst van de G-AOVP welke met vracht richting Hongkong vertrok.

Lloyd International B-175 Britannia G-ANCD voorzien van aanvullende East African opschriften.           (David Booster,Zestienhoven, april 1971)

Lloyd International vlootlijst



De eerste B-707 in dienst bij Lloyd International was de G-AYAG, een ex Pan American machine. Bij de B-707's werd, net als bij de Britannia's, het kasteeltje niet op de neus maart in de staart aangebracht. 

bronnen:  Airniews archieven, Flight International, Propliner
Wim Zwakhals, oktober 2013