Nordair

Een eenmalig bezoek aan Zestienhoven, maar wel een maatschappij welke met een voormalige DC-6 van de KLM vloog, we hebben het over het Deense Nordair.

De DC-6 OY-AOB behoorde tot de eerste zessen in dienst bij Nordair                                                                        (archief Wim Zwakhals)
Nordair A/S werd in september 1960 opgericht door Erik Ostbriek, Alex Lauesen en Egil Asbjorn Schmeltz, allen eerder werkzaam bij Scandinavian Airlne System (SAS). In de tijd van de oprichting van deze nieuwe maatschappij had SAS kenbaar gemaakt geen interesse te hebben in het uitvoeren van charters, en zich alleen op de lijndiensten wilde concentreren. Echter met de oprichting van Nordair veranderde de visie en kocht SAS zich in voor een minderheid van de aandelen (45%) en verzorgde daarbij de technische ondersteuning van de nieuwe maatschappij.
Mede met deze financiering werd op 29 december 1960 het eerste toestel voor de nieuwe maatschappij afgeleverd, een ex American Airlines DC-6 N90622 (c/n 42889). welke werd ingeschreven als de OY-AOA en de naam "Nordfalken" kreeg. Het toestel werd voorzien van de nieuwe Nordair kleuren bestaande uit een blauwe band over de romp met rood vlak in de staart met daarin aangebracht een "d"in het wit. Na een periode van crew training werd op 4 februari 1961 de eerste vlucht uitgevoerd. Met reisbureaus werden afspraken gemaakt voor het uitvoeren van charters naar het zuiden van Europa en voor het zomerseizoen werd de vloot uitgebreid met nog twee van American Airlines afkomstige DC-6'en, de OY-AOB (c/n 42885 ex N90718) "Nordstjernen" welke werd afgeleverd op 1 maart 1961 en de DC-6 OY-AOC (c/n 42892 ex N90725) "Nordyset" op 15 mei 1961. Reizen naar het zuiden van Europa was in die tijd alleen nog weggelegd voor de welgestelden en alle toestellen werden uitgerust in een American Airlines "Royal coach version", voorzien van 80 stoelen en werden in het Deense register ingeschreven als de DC-6 Cloudmaster. Na een succesvol eerste seizoen werd in 1962 de vloot verdubbeld tot zes toestellen met de aanschaf van wederom drie ex American Airlines DC-6'en welke werden ingeschreven als de OY-AOD (c/n 42886 ex N90719) "Nordbaggen" op 20 april 1962, de OY-AOE (c/n 42883 ex N90716) "Nordpillen' op 10 mei 1962 en de OY-AOF (c/n 42857 ex N90704) "Nordhaven"  op 12 december 1962. De thuisbasis voor de vloot was Kopenhagen/Kastrup maar er werden ook veel vluchten uitgevoerd vanaf Malmo/Bulltofta, de oude luchthaven van Malmo in gebruik tot 1972 en daarna vervangen door Malmo/Sturup. Bestemmingen vanuit deze luchthavens waren vooral bestemmingen in het zuiden van Europa, waarbij Palma de meest aangevlogen bestemming was. Daarnaast werd Nordair regelmatig ingehuurd om als subcharter te vliegen voor Icelandair en Loftleidir.   
In december 1963 werd de DC-6 OY-AOC verhuurd aan Wideroes Flyveselskap. Wideroe, welk op dat moment met kleinere toestellen als de DC-3 Dakota en Nord 260 rond vloog, wilde met grotere toestellen de chartermarkt op en huurde daarvoor de DC-6 OY-AOC welke werd voorzien werd van Wideroe/ Nordair opschriften. Gestart werd in december 1963 met vluchten vanaf Oslo. Al snel bleek dat deze vluchten niet het gewenste succes opleverden en werden al snel, in maart 1964, gestopt. Nordair zat op dat moment met een cash probleem waarop deze DC-6 verkocht werd aan Global Air Services als tussenpersoon voor de aflevering naar Mexicana waar het toestel diezelfde maand in gebruik genomen werd als de XA-PIT.
Om de vraag naar capaciteit te kunnen voldoen werden in 1964 een tweetal DC-6'en ingehuurd. De eerste machine die gehuurd werd, was de OY-AOH, de voormalige KLM DC-6 PH-DPT (c/n 43116). Deze DC-6 was na zijn gebruik bij KLM West Indies in juni 1963 op Schiphol in opslag gezet en werd op 27 juli 1963 verkocht aan het in Panama gevestigde bedrijf Linn Aeronautica SA. Via Global Aero Services werd dit toestel op 14 maart 1964 verhuurd aan Nordair als OY-AOH. Het toestel werd op Malmo voorzien van de kleuren van Nordair. Deze verhuur ging op het laatste moment niet door en een goede week later keerde het toestel als PH-DPT terug naar Linn Aeronautica SA. Als vervanger werd de DC-6 SE-CMC (c/n 43138) van Sveaflyg ingehuurd welke op 21 april 1964 werd afgeleverd als de OY-AOI en in Sveaflyg kleuren bleef vliegen maar voorzien werd van Nordair opschriften. Als laatste werd in juni 1964 de ex KLM DC-6 PH-DPB (c/n 43117) van Linn Aeronautica SA ingehuurd door Global Air Services. Dit toestel werd op Schiphol voorzien van Nordair kleuren en op 12 juni 1964 afgeleverd als de OY-AOJ. 

OY-AOJ DC-6 Nordair is de voormalige PH-DPB van de KLM.                                                                                     (archief Wim Zwakhals)
De DC-6'en behoorden tot de oudste zessen, de OY-AOE was de vijfde gebouwde zes met bouwjaar 1946. De overige ex American Airlines stamden uit 1947, de ex KLM DC-6 uit 1949. Aan het eind van het 1964 seizoen werden de toestellen uit dienst genomen. Hoewel nog steeds luchtwaardig werden de toestellen te oud en werden hoge kosten gemaakt voor het onderhoud van deze DC-6 vloot. Als vervanger had Nordair twee Boeing 707- 23B's van American Airlines op het oog, deze konden voor een bedrag van $ 1,5 miljoen worden aangekocht. Getracht werd de financiering rond te krijgen door de verkoop van een groot deel van de aandelen aan de SAS, die daarmee groot aandeelhouder zou worden. Toen deze financiering niet door ging kon Nordair de lopende verplichtingen niet meer betalen en werd de maatschappij failiet verklaard.
SAS had inmiddels zijn eigen charterafdeling opgericht, namenlijk Scanair, welk alle lopende contracten overnam. Alle toestellen vonden een nieuwe bestemming. De DC-6 OY-AOA werd in oktober 1964 verkocht aan Global Aero Services welke eveneens de OY-AOJ weer terug kreeg. Deze toestellen vonden al snel weer een nieuwe gebruiker waarbij de de OY-AOA vertrok naar Aeronavas de Mexico als XA-PID, en de OY-AOJ verhuurd werd aan Interocean als N12977. De oudste DC-6 OY-AOF vertrok eveneens in oktober 1964 naar Mexicana als XA-PDN en de overige zessen OY-AOB en OY-AOE werden verkocht in Amerika en ontvingen de registraties N90718 respectievelijk N90716 en zouden daarna verder vliegen in Midden - en Zuid Amerika. Als laatste de DC-6 OY-AOI welke in opslag werd gezet waarbij de registratie pas op 5 april 1965 uit het Deense register werd geschreven als zijnde vertrokken naar Zweden als SE-CMC op naam van Ostermanair. Dit toestel werd echter nooit bij Ostermanair Charter in dienst genomen en na de fusie van Ostermanair en Aero-Nord in december 1961 tot Internord, bleef het toestel in opslag tot dat het in 1966 aangekocht werd door TMA of Lebanon en overgevlogen werd naar Beirut om daar als onderdelen bron gebruikt te worden.
De Deense reisbureaus werden, door de aanbieding van de reis en verblijf formules, steeds meer betrokken bij de financiering van de totale formule en mede oprichter Erik Ostbrik kocht de gehele administratie van de maatschappij en richtte direct een nieuwe reis organisatie met eigen vliegtuigen op onder de naam Aero-Nord.          

Nordair op Zestienhoven

Nordair was slechte een enkele keer te zien op Rotterdam. Op 29 januari 1964 bracht de DC-6 OY-AOC een bezoek aan de luchthaven. Deze DC-6 kwam uit Munchen en vertrok naar Oslo. Dit was in de tijd dat het toestel verhuurd was aan Wideroe, dus het zal een Wideroe charter geweest zijn. Helaas zijn geen opnamen van dit bezoek bekend.

OY-AOC DC-6 Nordair in 1964 op London-Gatwick met een prachtige achtergrond van Dan-Air B-170, As-57 en DC-3's en een AS-57 Ambassador en B-175 Brittania.

Nordair vlootlijst

De ex KLM DC-6 PH-DPB werd in juni 1964 op Schiphol voorzien van Nordair kleuren om daarna als OY-AOJ in gebruik genomen te worden.                                                                                                                                                                     (archief Wim Zwakhals) 
Bron: Airnieuws archieven
Wim Zwakhals, mei 2015