Polaris Air Transport

Op 10 november 1963 sloot de Engelse luchtvaartmaatschappij Starways een samenwerking met British Eagle waarbij op 1 januari 1964 Starways ophield met bestaan. Echter alleen de naam mocht niet meer gebruikt worden. Een groot deel van de vloot bestaande uit DC-3 Dakota's en DC-4 Skymasters, werd niet overgedragen aan British Eagle, maar werd ondergebracht in een nieuw opgerichte onderneming onder de naam Aviation Overhauls. Dit nieuwe bedrijf verhuurde of verkocht daarbij de voormalige Starways vloot. Een van de overgebleven DC-3 Dakota's was de G-AMPO (c/n 16437/33185) en deze Dakota werd begin 1965 verhuurd aan een nieuw opgerichte onderneming die onder de naam Polaris Air Transport vanaf Oslo-Fornebu startte met passagiers- en vrachtvluchten
Dit eerste toestel van de maatschappij werd op 9 februari 1965 in het Noorse register ingeschreven als de LN-RTO. Het toestel werd voorzien van een nieuw kleurenschema bestaande uit een blauwe band over de romp, blauw staartvlak met daarin afgebeeld de poolster. Polaris had een goede start met vracht- en passagierscharters binnen Scandinavie en de omliggende landen.  In september 1965 werd er zelfs voor de periode van een maand (4 september t/m 5 oktober) een tweede Dakota ingehuurd en wel de SE-BSN (c/n 11638) van Torair. Voor zover bekend werden daarbij geen Polaris opschritfen aangebracht. Na een goed eerste jaar werd in juni 1966 en tweede machine aangeschaft en wel een Convair 240 (aanduiding voor een tweemotorig vliegtuig voor 40 passagiers) met bouwjaar 1949. Het toestel was de voormalige Sabena CV-240 OO-AWP welke na zijn Sabena periode verkocht werd aan LOT en in december 1965 vertrok naar Westernair of Albuquerque als N653W en in juni 1966 werd ingeschreven als de LN-KAP.
Polaris Air Transport startte in 1965 met de DC-3 Dakota LN-RTO. Rotterdam-Zestienhoven was een van de velden die in het eerste jaar werden aangedaan.                                                                                                                               (David Booster, Zestienhoven, 1965)     
Voorzien van Polaris kleuren (band over de romp en opschriften) en de naam "Vega" op de neus en de letters PAT in de staart werd dit toestel naast de DC-3 Dakota in gebruik genomen. Zo werd de Convair vooral ingezet op de passagiersvluchten en de Dakota zowel als passagiers- als vrachtmachine. Er werden vooral veel aflossingen van scheepsbemanningen gevlogen en derhalve werd Rotterdam-Zestienhoven regelmatig aangedaan.
In 1967 werd de vloot verder uitgebreid met een tweetal CV-240's. De voormalige USAF T-28 51-7998 die na zijn diensttijd bij de US Corps of Engineers (de Rijkswaterstaat van Amerika) was terecht gekomen onder de civiele registratie N406E werd op 14 april 1967 ingeschreven als LN-KLT. Dit toestel werd ingeschreven op naam van Europetrol Bahamas die op hun beurt deze CV-240 verhuurde aan Polaris met de naam "Castor". In september van dat jaar kwam de derde CV-240 de vloot versterken, een voormalige American Airlines CV-240. Dit toestel werd gehuurd van de  Miami Aviation Corp. (N1661K) en ingeschreven als LN-KLU en ontving de naam "Capella". Vaak vlogen de Convairs vanuit Oslo de driehoek Noorwegen - Nederland - Engeland -Noorwegen, waarbij Southend - Rotterdm een veelvoudig gevlogen route was. De Dakota vloot werd in januari 1968 verdubbeld met de aanschaf van de LN-RTE een Douglas C-53B Dakota die al enige tijd in Noorwegen rondvloog en van Wideroe werd overgenomen.
Aankomst van de LN-KAP CV-240 Polaris op Rotterdam                                                                    (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1968)     
Echter de vloot van vijf toestellen bleek duidelijk te groot. Dit leidde tot het vertrek van de beide gehuurde Convairs LN-KLU en LN-KLT. De LN-KLU werd in oktober 1968 weer aan de Miami Aviation Corp. geretourneerd en als N564MA in gebruik genomen. De LN-KLT was toe aan een onderhoudsbeurt en stond vanaf juni 1968 bij Aviolanda op Woensdrecht geparkeerd. Door de benarde financiele situatie konden de onderhoudskosten niet betaald worden zodat de Convair op Woensdrecht achterbleef.  Met twee Dakota's (LN-RTO en LN-RTE) en één CV-240 (LN-KAP) werd doorgevlogen. Als eerste vertrok de DC-3 Dokota LN-RTO in juni 1969 naar Field Aircraft Services waar deze Dakota weer als G-AMPO werd ingeschreven. In september 1969 werden de activiteiten overgenomen door H.O. Meyer die kort daarop de nieuwe maatschappij Mey-Air Transport startte. De CV-240 LN-KAP werd op 4 oktober 1969 in gebruik genomen echter met alleen de Polaris opschriften verwijderd. Ook de Dakota LN-RTE werd op 17 oktober 1969 overgeschreven op de naam van H.O.Meyer, dit toestel werd echter niet in gebruik genomen en op Oslo geparkeerd waar dit enige tijd later gesloopt werd.
De naam Polaris bleef daarna achter op de Convair 240 LN-KLT. Geparkeerd op Woensdrecht werd geen nieuwe gebruiker gevonden en na enige jaren van opslag werden de vleugels en romp gedemonteerd en vertrok in augustus 1975 op diepladers over de weg naar Valkeveen. Daar zou deze CV-240 een onderdeel van een pretpark gaan vormen. Deze plannen gingen echter niet door en deze CV-240 werd begin jaren tachtig op Valkeveen gesloopt.
De tweede Dakota van Polaris Air Transport, de LN-RTE, werd in 1968 van Wideroe overgenomen en bleef in de kleuren van deze maatschappij rondvliegen met op de romp aangebracht de maatschappijnaam Polaris Air Transport                             (David Booster, 1968) 

Polaris Air Transport op Rotterdam

Het eerste bezoek van Polaris Air Transport aan Zestienhoven stamt van 10 april 1965 toen de de DC-3 Dakota LN-RTO langs kwam. Naast Braathens SAFE DC-4 en DC-6' en was in die tijd de Polaris Dakota een regelmatige Noorse verschijning op het vliegveld. In 1965 werd 22 maal het veld bezocht met top de maanden juli, augustus en september. Naast de LN-RTO bracht eveneens de van Torair gehuurde SE-BSN op 5 en 15 september 1965 een bezoek aan Rotterdam, waarbij het toestel als Torair vlucht genoteerd werd. In het jaar 1966 moest gewacht worden tot maart toen de LN-RTO voor het eerst langs kwam. Deze Dakota was daarop nog acht keer te zien waarbij de LN-RTO Rotterdam-Zestienhoven als tankstop gebruikte zoals op 11 april 1966 toen de LN-RTO om 21.30 uur vanuit Marseille binnen kwam en om 22.21 uur weer het luchtruim koos richting de thuisbasis Oslo. Er werd niet alleen van en naar Oslo gevlogen, de LN-RTO maakte een charter Stavanger- Rotterdam waarbij de Dakota op zaterdag 11 juni om 13.08 uur binnen kwam en een uur later (14.07 uur) weer vertrok. De nieuw aangeschafte Convair 240 LN-KAP zou op 12 september 1966 voor het eerst op de luchthaven verschijnen. Om 17.16 uur streek deze CV-240 neer komende vanuit Southend waarna om 18.20 uur weer koers gezet werd richting Oslo. Deze Convair zou daarna dat jaar nog eenmaal Zestienhoven aandoen en wel op 4 oktober tien het toestel om 03.45 uur binnen kwam en diezelfde dag om 13.15 uur weer vertrok.        

Het jaar 1967 werd het Polaris Convair jaar op Zestienhoven met de nieuwe CV-240 LN-KLT als eerste kist op 11 mei komende uit Bergen om een uur later naar Kopenhagen te vertrekken. Deze Convair vloog daarbij nog geheel in de kleuren van de vorige gebruiker, US Corps of Engineers, met alleen de nieuwe Noorse registratie aangebracht. Naast de LN-KAP zou ook de LN-KLU verschijnen en wel voor de eerste maal op 28 oktober waarbij de kist om 21.15 uur vanuit Parijs aankwam en na een overnachting de volgende morgen vroeg om 07.15 uur richting Bergen te vertrekken. De DC-3 LN-RTO zou in 1967 tweemaal langskomen, beide keren als tankstop vanuit het zuiden van Europa op weg naar het noorden. De eerste keer was op 21 januari toen deze DC-3 om 16.39 uur landde vanuit Bilbao om een uur later (om 17.31 uur) te vertrekken richting thuisbasis Oslo. Later dat jaar was de LN-RTO voor de tweede en laatste keer op Zestienhoven te zien toen vanuit Lissabon weer gestopt voor brandstof om daarna direct weer richtiing Oslo te vertrekken.
In 1968 waren de drie Polaris CV-240's 38 keer te zien op Zestienhoven met als eerste de LN-KAP welke op 9 januari een retourtje Oslo uitvoerde. Bestemmingen die dat jaar gevlogen werden naast Oslo waren Southend, Bergen, Hamburg, Oostende, Brussel, Genua, Gothenburg, Tripoli, Le Bourget, Marseille, Kopenhagen, Billund, Dusseldorf en Manston. De Dakota's werden niet meer gezien zodat de LN-RTE nooit op Zestienhoven te zien was. Het jaar 1969 was het laatste jaar waarbij Polaris Air Transport te zien zou zijn, echter op een zeer bescheiden schaal. Alleen de overgebleven CV-240 LN-KAP bracht een eenmalig bezoek en wel op 27 juli waarbij de vlucht Oslo- Bournemouth - Rotterdam - Oslo werd gevlogen.
De CV-240 LN-KLT stond bij Aviolanda in onderhoud toen Polaris de activiteiten staakte.                         (Nico Terlouw, Woensdrecht, 1969 

Polaris Air Transport vlootlijst

CV-240 LN-KLT belandde uiteindelijk in Valkeveen waar het toestel begin jaren tachtig gesloopt werd.                        (archief David Booster, Valkeveen, mei 1980)
Wim Zwakhals, oktober 2008