Pomair Ostend

Oostende kende in het begin van de jaren zeventig een eigen home-carrier, een maatschappij welke door zijn paars/witte kleurenschema een van de opvallendste luchtvaartmaatschappijen in die tijd was.
Transpommair startte het bedrijf met de van Sabena overgenomen DC-6B OO-CTK. Nog in Sabena kleuren met Transpommair opschriften start de DC-6B hier op Rotterdam op voor een voetbalcharter naar Milaan.                                      (Wim Zwakhals, Rotterdam, 6 mei 1970)  
Begin 1970 richtte Charles Pommé op Oostende een luchtvaartmaatschappij onder de naam Transpommair op. Charles Pommé was al op Oostende aktief met een afhandelingsbedrijf met de naam Inair. Op 28 februari 1970 werd het eerste toestel afgeleverd, de van Sabena afkomstige DC-6B OO-CTK (c/n 43831) welke werd voorzien van Transpommair opschriften en op 1 maart 1970 zijn eerste chartervlucht uitvoerde vanaf Oostende naar Jersey.  Al snel werden de Sabena kleuren vervangen door een rode band met rode staart met daarin aangebracht de letters "tpa". Deze nieuwe luchtvaartmaatschappij richtte zich op zowel passagiers- als vrachtvluchten. Omdat binnen België een transportbedrijf onder dezelfde naam functioneerde, werd Charles Pommé gedwongen de naam van de luchtvaart maatschappij te veranderen, welk leidde tot de officiële naamsverandering van de maatschappij op 3 mei 1971 in Pomair Ostend. Charles Pommé werd daarbij 33% eigenaar, mede eigenaren werden de Boreas Corperation en de Groep Van Hool. Gelijktijdig met de naamsverandering werd een nieuw kleurenschema geïntroduceerd en op 27 april 1971 rolde de OO-CTK de hangaar uit in een nieuwe wit/paars kleurenschema met een zeepaardje in de staart. Voor het 1971 seizoen werd de OO-CTK ingezet op passagiersvluchten met een zomerprogramma vanaf Oostende, Antwerpen en Brussel naar o.a Alicante, Calvi, Lourdes en Palma en werd in opdracht van British Air Ferries vele lijnvluchten tussen Oostende en Southend uitgevoerd.
Ook het vervoer van vracht nam sterk toe en Pomair huurde daarvoor een DC-6B van Fragtflug Iceland in, in eerste instantie de TF-OAB voor de periode januari - mei 1971, afgelost door de TF-OAA voor de periode mei - december 1971.    
Met de Boreas Corperation als aandeelhouder werd de vloot sterk uitgebreid. Om alle passagiersvluchten naar de zomerlokaties te kunnen uitvoeren werd een tweede DC-6B ingehuurd welke eigendom was van de Boreas Corp. en via Fragtflug met de registratie TF-OAD aan Pomair werd verhuurd. Dit was een voormalige United DC-6B (c/n 45133) N37581 welke op Miami van de volledige nieuwe Pomair kleuren werd voorzien en op 19 mei 1971 op Oostende werd afgeleverd.
TF-OAD DC-6B werd voor één seizoen gehuurd en daarbij voorzien van de volledige paars/witte Pomair Ostend kleuren.           (Nico Terlouw, Oostende,1971)
 

Het nieuwe Pomair Ostend startte ook met het verkrijgen van landingsrechten in de Verenigde Staten en na maandenlange onderhandelingen werd van de Civil Aeronautics Board de landingsrechten verkregen voor het vliegen vanuit Europa naar 55 Amerikaanse steden. De vloot werd hierbij uitgebreid met een DC-8-33 (c/n 45265) afkomstig van Pan American N812PA welke door de Boreas Corp werd aangekocht, eveneens op Miami voorzien werd van de nieuwe Pomair Ostend kleuren en op 7 mei 1971 op Oostende werd afgeleverd als de OO-TCP (Transport Charles Pommé). Op 31 mei 1971 werd deze jet voor het eerste ingezet op charter vanaf Oostende naar Parijs-Le Bourget als snel gevolgd met vluchten naar Ascension, Bangkok, Kuala Lumpour, Mauritius, Niagara Falls, Paramaribo, Singapore, Toronto.
De DC-6B TF-OAD werd maar voor één seizoen gehuurd en werd in oktober 1971 geretourneerd aan de Boreas Corp. en een maand later weer ingeschreven als de N37581 waarbij in 1972 doorgevlogen werd met de DC-6B OO-CTK en DC-8-33 OO-TCP.
In mei 1973 werd de DC-6B OO-CTK verkocht aan Delta Air Transport en werden twee DC-8-32's gehuurd van de Luchtvaart Investerings Maatschappij (L.I.M.). Beide toestellen waren ex KLM toestellen (PH-DCA en PH-DCG) welke een jaar daarvoor als respectievelijk OO-AMI en OO-AMB waren afgeleverd aan de Compagnie Maritime Belge (destijds de grootste aandeelhouder van BIAS). Na BIAS werd Delta Air Transport in februari 1973 de nieuwe gebruiker, maar omdat de toestellen niet rendabel te exploiteren waren werden de activiteiten gestopt, waarna beiden toestellen aan Pom Air Ostend werden verhuurd. Beide toestellen waren nog voorzien van de rode BIAS kleuren en met de introductie van deze twee toestellen verdween het paarse kleurenschema en hanteerde Pomair Ostend nu dit rode kleurenschema als standaard waarbij het zeepaard embleem in de staart werd aangebracht. Ook de DC-8 OO-TCP, welke voor enkele maanden in 1973 verhuurd werd aan Air France, ontving in november 1973 bij zijn E-inspectie (9000 vlieguren) dit kleurenschema.
Met de DC-8 vloot werd het aantal vluchten op de Verenigde Staten sterk uitgebreid. Naast vanaf Brussel werd er ook veel gevlogen vanaf Frankfurt waarbij in opdracht van de USAF families van de in Duitsland gelegerde soldaten gedurende de vakantie werden overgevlogen. Ook de vluchten naar het Midellandsezeegebied bleven intact waarbij o.a. voor touroperator Jetair werd gevlogen vanaf Oostende en Brussel. Daarnaast werd de DC-8 vloot ingezet op vluchten voor verschillende maatschappijen zoals Air Inter, British Caledonian, East African, Sudan Airways, Nigeria Airways, UTA en JAT. In 1973 vervoerden de vier Pomair toestellen 128.154 passagiers, gespreid over 460 vluchten.
De Amerikaanse vluchten betekende wel het einde van de maatschappij, door het achterblijven van betalingen moest in september 1974 het faillisement aangevraagd worden. Op zondog 13 oktober 1974 werd de laatste vlucht uitgevoerd door de DC-8-33 OO-TCP op een retour Oostende - Alicante v.v.. Beide gehuurde DC-8'en OO-AMI en OO-CMB keerden direct die maand terug naar hun verhuurder, de Luchtvaart Investerings Maatschappij, en werden zonder opschriften naar Schiphol overgevlogen waarbij de OO-AMI die maand weer als PH-DCA werd ingeschreven en direct verhuurd werd aan Martinair. De DC-8-33 OO-TCP stond enige maanden aan de grond maar vond in mei 1975 een nieuwe eigenaar bij Capitol International die het toestel als N900CL in gebruik nam.     


OO-AMI DC-8-33 in de rode BIAS kleuren met Pomair Ostend opschriften tijdens zijn eenmalig bezoek aan Rotterdam                                                                                                                                                                                          (David Booster, Rotterdam, 11 augustus 1973)
Pomair Ostend op Rotterdam
Op de eerste dag van aflevering, 28 februari 1970, werd het toestel gelijk gebruikt om de nieuwe vliegbemanningen uit te checken. Bij deze eerste vlucht werd ook de baan van Rotterdam betrokken zodat de OO-CTK op deze dag nog voorzien van Sabena kleuren en Transpomair opschriften laag boven de baan te zien was. Voor de eerste charter moest enkele maanden gewacht worden. Deze DC-6B werd daarbij ingezet op de luchtbrug van voetbalsupporters vanaf Rotterdam naar Milaan waar op 6 mei 1970 de finale Europacup 1 tussen Feijenoord en Celtic werd gespeelt. De OO-CTK kwam daarbij om 08.00 uur 's morgens uit Oostende en vertrok om 09.35 richting Milaan. Na de wedstrijd (die door Feijenoord met 2-1 gewonnen werd) keerde de supporters in de vroege uren van de volgende dag met dit toestel terug, waarna de OO-CTK weer leeg naar de thuisbasis vloog.
Een jaar later weer voetbalcharters voor de Europacup finale, ditmaal op 2 juni in Londen op Wembley tussen Ajax en het griekse Panathinaikos. Een deel van de supporters stroom liep via Rotterdam en door Pomair werd daarbij de OO-CTK ingezet, nu voorzien van de paars/witte kleuren welke 3x die dag op en neer tussen Rotterdam en London zou vliegen. Op deze luchtbrug werd ook de nieuwe DC-8-33 OO-TCP ingezet. Ajax won de finale met 2-0 en de volgende dag, 3 juni, waren zowel de OO-TCP als OO-CTK (3x) weer te aanschouwen.
Bij zijn vertrek naar de Verenigde Staten kwam ook de DC-6B TF-OAD nog eenmaal langs op Rotterdam en wel op 13 oktober 1971, komende vanaf Oostende en op weg naar Bradley. 
In 1972 was de DC-6B OO-CTK eenmaal te zien en wel op 27 december toen het toestel door British Air Ferries werd ingehuurd om de lijnvlucht Southend- Rotterdam - Southend uit te voeren. Daarna zouden we Pomair Ostend nog eenmaal meemaken. Op 11 augustus 1973 kwam de DC-8-32 OO-AMI binnen vanuit Boston en vertrok daarna leeg naar Oostende.
  


OO-TCP DC-8-32 Pomair Ostend tijdens zijn enige bezoek aan Rotterdam.                                                         (Wim Zwakhals, Rotterdam, 2 juni 1971)   

Pomair Ostend vlootlijst 


De DC-6B OO-CTK in de paars/witte Pomair Ostend kleuren op Rotterdam.                                                                                              (Rotterdam, 2 juni 1971)
bronnen: Deurne Aeronews, Airnieuws archieven
Wim Zwakhals, augustus 2011