SAGA / Trollair

Onder de noemer van kort bestaande maatschappijen in Europa, ditmaal het verloop van SAGA /Trollair. De start van deze maatschappij kwam voort uit de in begin 1971 te koop staande DC-6'en van Braathens SAFE. Braathens SAFE was dat jaar overgestapt op de Boeing B-737 waarbij de laatste twee passagiers DC-6'en van de maatschappij (LN-SUI en LN-SUB) te koop werden aangeboden. Een nieuwe onderneming met de naam SAGA Norsk Flytjeneste A/S, met thuisbasis Thorp, diende zich daarbij als koper aan.

LN-MTV DC-6B in de kleuren van SAGA Norsk Flytjeneste  op Rotterdam                                           (archief Wim Zwakhals, Rotterdam, 26 juni 1971)
Beide passagierstoestellen werden weer bedrijfsklaar gemaakt en op 13 mei 1971 werd de voormalige DC-6B LN-SUI (c/n 43830) als eerste machine, onder de nieuwe registratie LN-MTU, ingeschreven en kort daarop in een geheel nieuw kleurenschema in gebruik genomen. Het tweede exemplaar, DC-6B LN-SUB c/n 45496 ( TT 28.500 hrs) volgde enkele weken later, op 22 juni 1972, als LN-MTV. In de eerste zes maanden voerden de beide zessen van SAGA Norsk Flytjeneste vooral charters uit binnen Europa met bestemmingen als Bazel/Mulhouse, Dusseldorf, Hannover, Geneve, London-Gatwick, Parijs- Le Bourget, Neurenberg en Stockholm-Arlanda. Daarbij was de maatschappij ook al snel te zien in Nederland, want de LN-MTV werd op 22 juni 1971 gezien op Schiphol.

Begin 1972 traden er een paar veranderingen op. Allereerst werd de naam van de maatschappij in januari gewijzigd in Trollair. De DC-6B LN-MTU werd daarbij direct voorzien van een gewijzigd kleurenschema met de nieuwe naam Trollair. Echter de DC-6B LN-MTV werd die maand voorzien van de kleuren van de net nieuw opgerichte maatschappij Bangladesh Biman. Bangladesh werd op 4 februari 1972 onafhankelijk verklaard. Voor die tijd was de naam van het gebied Oost-Pakistan en het toestel van de nieuwe maatschappij werd direct na de onafhankelijkheid ingezet op de route tussen de nieuwe thuisbasis Dhaka en Calcutta. Als vervangende capaciteit werd direct de uit 1951 stammende DC-6B OY-EAO (c/n 42374) van Sterling gehuurd. welke bleef vliegen in Sterling kleuren met Trollair opschriften.


LN-MTV DC-6B in de kleuren van Bangladesh Biman                                                                                                         (ALPS, Malmo, september 1972)

In de winter van 1971/1972 werd Bangladesh Biman geteisterd door hevige overstromingen en Trollair kreeg van de United Nations de opdracht om hulpvluchten te organiseren naar het geteisterde gebied. Direct werd in maart 1972 de DC-6B OY-EAO naar het gebied gestuurd en werd een tweede toestel van Sterling gehuurd en wel de met en vrachtdeur uitgeruste DC-6A/B OY-STZ (c/n 43828). Bij dit toestel werden de Sterling opschriften en logo in de staart verwijderd en werd dit toestel zonder Trollair opschriften in gebruik genomen.

In het eerste halfjaar van 1972 werd het merendeel van de vluchten uitgevoerd in Bangladesh met de stationering aldaar van de LN-MTV en OY-STZ en werden de zessen LN-MTU en OY-EAO vooral binnen Europa ingezet waarbij met de OY-EAO weinig werd gevlogen. Het contract voor de huur van de OY-EAO bij Sterling werd op 31 mei 1972 beeindigd, waarbij het toestel terugkeerde op Kopenhagen-Kastrup en daar in opslag werd gezet. Het beeindigen van het United Nations contract zowel het stop zetten van de inzet van de DC-6B voor Bangladesh Biman (op de lijndienst werd nu de Fokker F-27 ingezet) betekende eveneens het plotseling einde van de maatschappij waarbij de activiteiten op 14 juni 1972 werden stop gezet. De eveneens van Sterling gehuurde DC-6A/B OY-STZ keerde terug op Kopenhagen-Kastrup en de beide Trollair machines werden op Malmo-Bulltofta (LN-MTV op 17/6 en LN-MTU op 28/6) in opslag gezet. Na een paar maanden werd een nieuwe koper voor beide machines gevonden en wel Delta Air Transport. De eerste DC-6B welke van Malmo naar Antwerpen werd overgevlogen was de LN-MTV welke met een dubbele registratie OO-LVG/LN-MTV op 24 november 1972 in complete Bangladesh Biman kleuren aankwam. Gevolgd een maand later door de LN-MTU op 22 december 1972. Daar Delta Air Transport net aan het omschakelen was van de DC-3 naar de DC-6 duurde het nog enkele maanden voordat beide toestellen voorzien waren van de complete DAT kleuren waarbij de toestellen als OO-VGB en OO-VGL in gebruik werden genomen.


LN-MTU  DC-6B Trollair  na aankomst op Antwerpen                                                                                         (Wim Zwakhals, Antwerpen, 6 januari 1973)

SAGA/ Trollair op Rotterdam


Nadat de DC-6B LN-MTV op 22 juni 1971 te zien was op Schiphol, was hetzelfde toestel vier dagen later, op 26 juni 1971, te zien op Rotterdam. Het toestel vloog een retourtje Oslo om hier een groep van 97 muzikanten met gevolg op te halen, we kunnen aannemen dat dezelfde groep vier dagen eerder op Schiphol werd afgezet. Het bleef daarbij het enige bezoek van de DC-6B in SAGA Norsk Flytjeneste kleuren, echter na de naamsverandering in Trollair bracht ook de DC-6B LN-MTU op 21 maart 1972 een bezoek aan Rotterdam. Het toestel kwam uit Cairo en vertrok daarna naar Stavanger.


SAGA / Trollair vlootlijst   



OY-EAO  DC-6B in Sterling kleuren met Trollair opschriften in opslag op Kopenhagen                                (Wim Zwakhals. Kopenhagen, 4 juli 1972)


OY-STZ  DC-6B in Sterling kleuren zonder opschriften op Kopenhagen                                                           (Wim Zwakhals, Kopenhagen, 4 juli 1972)
bron: Airnieuws archieven
Wim Zwakhals, februari 2018