SATA

Op 26 juni 1966 richtten Raymond Lambert, Charles Jacquat en Michiel Favre samen een luchtvaartbedrijf op met de naam Societe Anonyme de Transport Aerien (SATA) te Geneve. Met het ingebrachte geld van 60.000 zwitserse frank werden de HB-CSE een Cessna CF-172H (c/n 0329) aangeschaft. Gestart werd met het brengen van vakantiegangers vanaf het vliegveld van Geneve naar hun vakantiebestemmingen, een schot in de roos want binnen een jaar werd de vloot verder uitgebreid met een C-206 HB-CBU voor zes passagiers en werd voor charterwerk, taxiwerk, de rondvluchten in de Alpen en het vervoer van VIP's tussen Saint-Moritz en Saint Tropez een Cessna 401 (HB-LDP) aangekocht. Een samenwerking met de Aero Club de Geneve maakte het mogelijk dat een Hughes 500 kon worden ingehuurd voor het maken van een luchtfoto van het buitenverblijf of de te voeren gebeurtenis. Binnen de ski gebieden kwam steeds meer de vraag naar het bezoeken van de hoger gelegen gletchers en om aan deze vraag te kunnen voldoen werd een 8 persoons Pilatus PC-6 Turbo Porter HB-FCT (cn 637) aangekocht welke werd voorzien van skies om de landingen op de sneeuwvlaktes te kunnen uitvoeren. Wederom een zeer goede beslissing want deze Porter heeft de gehele tijd bij SATA dienst gedaan.
HB-FCT Pilatus PC-6 Turbo Porter met skies en bescheiden SATA opschriften                                                   (archief Wim Zwakhals)
Door het failisement van Globe Air ontstond een gat in de markt voor groepsreizen vanuit Zwitserland en SATA besloot met een aantal financiers dit gat op te vullen. Van Swissair werd op 3 april 1968 de CV-440 HB-IMM (c/n 412) aangekocht welke direct werd overgevlogen naar Aviolanda op Woensdrecht om tot CV-640 verbouwd te worden. Aviolanda had net de ombouw van twee Convairs voor Martinair verzorgd waarna de opdracht voor SATA de derde ombouw werd. Op 7 juni 1968 werd de eerste vlucht uitgevoerd waarna kort daarop deze CV-640 in SATA kleuren werd afgeleverd. Met de komst van deze CV-640 kwam SATA terecht in het segment van de vakantiereizen en in de winter van 1968/1969 werden er afspraken gemaakt voor het uitvoeren van vakantiecharters vanaf Zürich naar Palma, Barcelona en Palermo. De CV-640 met zijn 51 zitplaatsen was alleen niet voldoende voor dit doel en er werd uitgekeken naar uitbreiding van de capaciteit welke gevonden werd met het inhuren van een Vickers Viscount met 65 zitplaatsen van Aer Lingus. Voor het zomerseizoen 1969 werd de V.803 Viscount EI-AOE (c/n 177) gehuurd welke op 23 maart 1969 werd afgeleverd en aan het eind van het jaar, op 3 november 1969, werd geretourneerd, maar direct vervangen werd door de HB-ILR, een V.808C Viscount ex EI-AJK (c/n 291). Met de CV-640 en de V.808C Viscount kreeg SATA een voet in de groeiende chartermarkt en om aan de vraag voor het zomerseizoen 1970 te kunnen voldoen werd een verdere vlootuitbreiding voorzien. De keus viel op de Se-210 Caravelle, een type welk eveneens als bij Swissair in dienst was waarbij het onderhoud in Zwitserland uitgevoerd kon worden en zo werd op 6 maart 1970 aan SATA de HB-ICN een Se-210 Caravelle 10R (c/n 253), een nieuw exemplaar rechtstreeks geleverd van de fabriek, afgeleverd.
In 1970 werden al 65.000 passagiers vervoerd. Het seizoen daarop, in 1971, werd een tweede Caravelle gehuurd van de fabriek, eveneens een Caravelle 10R (c/n 255) welke door de fabriek aan Sterling was verhuurd (OY-SAY) en op 12 februari 1971 als de HB-ICO aan SATA werd afgeleverd. In de zomer van 1971 werd de CV-640 ingezet op vluchten van Bern, Bazel en Geneve naar Palma, de Viscount van Zürich naar Barcelona, Palma en Geneve naar Barcelona, Palma en Palermo en de Caravelles van Zürich naar Cagliari, Las Palmas, Verna, Mombassa, Ibiza, Izmir en vanaf Bazel naar Palma en vanaf Geneve naar Malaga, Ibiza, Las Palmas, Tunis, Athene en Rhodos.
Aan het eind van 1971 werd de Viscount HB-ILR geretourneerd aan zijn verhuurder Aer Lingus. Inmiddels waren ook veranderingen doorgevoerd aan de kleine luchtvloot. Cessna 172H HB-CSE werd in augustus 1971 vervangen door de HB-CVU, een moderner Cessna 172K. De CU.206A HB-CBV verliet de vloot in 1971 en de Cessna 401 HB-LDP had al eerder de vloot verlaten.
 


HB-IMM Convair CV-640 SATA                                                                                (Wim Zwakhals, Rotterdam, 27 januari 1973)

Voor het zomerseizoen van 1972 werd vanaf 7 maart 1970 een Caravelle 6R van de fabriek gehuurd, c/n 234 welke daarvoor werd gebruikt door Luxair als LX-LGE. Deze Caravelle ontving de registratie HB-ICP en werd op 24 janauri geretourneerd met de aflevering van de eigen kisten. In 1973 werd de vloot verder uitgebreid met een tweetal Se-210 Caravelle's, de HB-ICQ een Caravelle 10R afkomstig van UTA F-BNRB (c/n 222) welke op 5 januari 1973 werd afgeleverd en de HB-ICK een Caravelle 10R afkomstig van Alia JY-ACT (c/n 200) welke op 21 maart 1973 in gebruik werd genomen.

Op 17 juli 1973 kreeg SATA voor het eerst met een ongeval te maken. De CV-640 HB-IMM maakte een harde landing op Tromso waarbij het toestel opveerde en daarna deels op het neuswiel terugkwam welk daarbij inklapte. Het toestel kwam daarbij 15 meter na de baan tot stilstand. Doordat kort daarop de CV-640 door vandalen verder werd vernield, moest dit toestel worden afgeschreven. Als vervanger werd een vijfde Caravelle gehuurd, weer de HB-ICP (c/n 234) een Caravelle 6R van SNIAS gehuurd werd (ex F-BRGX) en in augustus 1973 in gebruik genomen werd.

In het begin van de jaren zeventig sloeg de oliecrises toe en SATA ging op zoek naar vervanging van de vloot door een vliegtuigtype welke per gevlogen mile per stoel meer opleverde. In juli 1973 werd bij Airbus een A.300B besteld voor aflevering in 1975 en werden afspraken gemaakt voor de huur van een 305 zits A.300B van de fabriek per oktober 1973. Voor de daadwerkelijke aflevering van de eerste Airbus werden al deze plannen ingetrokken. Het waren Swissair en Balair welke grote bezwaren hadden dat SATA in hetzelfde luchtvaartsegment als deze twee maatschappijen ging begeven waarbij Swissair aangaf dat SATA niet langer van het Swissair reserveringssysteem gebruik kon maken indien de plannen werden doorgezet.

HB-ILR  Vickers V.808C Viscount   SATA  op London-Gatwick in 1970                                                                     (archief Wim Zwakhals)

Echter met het niet doorgaan van de Airbus deal werd toch gekeken op welke manier de vloot versterkt kon worden met een vliegtuigtype voor de lange afstand en viel de keus op de DC-8. Van Flying Tiger Line werd de DC-8-63CF N799FT (c/n 46001) aangekocht welke de registratie HB-IDM kreeg. Dit toestel kon zowel worden voorzien van 250 zitplaatsen als worden ingezet als vrachtkist, kreeg de naam "Ville de Carouge" en werd op 18 juni 1974 in gebruik genomen. Dit toestel werd direct ingezet bij de vluchten vanaf Zürich en Geneve naar Palma, Agadir en Istanbul. Met dit toestel kon eveneens een nieuwe markt worden betreden. Met reisbureaus werden nu vluchten afgesproken naar New York en Los Angelos en werd ook de vrachtmarkt betreden met vluchten naar het Midden- en Verre Oosten. In september 1975 werd de vloot verder uitgebreid met een tweede DC-8-63CF afkomstig van Capitol N4908C (c/n 45968) welke op 30 september werd ingeschreven als de HB-IDS en de naam "Ville de Lausanne" kreeg. Van juli tot november 1975 werd een DC-8-63CF van Flying Tiger Line gehuurd, de N791FT (c/n 46045) welke voorzien werd van een SATA sticker op de romp. Met de komst van de DC-8 werd wel de gehuurde Caravelle HB-ICP geretourneerd aan de verhuurder SNIAS. In 1975 vervoerde SATA 320.000 passagiers en 790 ton vracht. In december 1975 kreeg SATA als tweede Europese maatschappij, naast Air France, de rechten om vluchten vanuit Europa te vervoeren naar de Antillen waarop een derde DC-8 werd aangeschaft, de HB-IDB, een DC-8-53 (c/n 45417) afkomstig van Swissair welke op 25 februari werd afgeleverd. De de komst van deze acht werden de vluchten op het Caraibische gebied gestart maar werden ook de vluchten naar New York/JFK opgevoerd tot 4x per week.

In 1976 werd gestart met de binnenlandse lijndienst tussen Geneve en Lugano welke vier keer per week werd gevlogen. Naast de C-401A HB-LFI werd een tweede Cessna twin aangeschaft, de HB-LHG een Cessna 421B. Deze lijndienst werd slecht een jaar gevlogen. De C-401A HB-LFI werd in 1977 verkocht, gevolgd door de verkoop van de HB-LHG in 1978. Op 18 december 1977 kreeg SATA te maken met een ernstig vliegtuigongeval. Met 62 passagiers en 5 bemanningsleden was vlucht SATA 730 op weg van Geneve naar Funchal op Madeira. het toestel steeg om 16.26 uur van Geneve op en om 19.38 uur werd contact opgenomen met Funchal tower. De daling verliep normaal en om 19.57 uur werd contact opgenomen met Funchal Approach dat de baan in zicht was en het toestel kreeg toestemming tot inzet van de daling. Op het eind van downwind meldde de piloot de baan niet meer in zicht te hebben. Het toestel vloog toen al onder de circuit grens van 720 feet. Het toestel draaide op het eind van downwind naar base waarbij het toestel al onder de 200 ft vloog. Met het landingsgestel en 20 graden flaps uit, raakte het toestel de zee. Bij dit ongeluk verloren 35 passagiers en 1 bemanningslid het leven.

In 1978 kreeg SATA te maken met enkele technische defecten aan de DC-8 vloot, waarbij zowel de HB-IDS als de HB-IDB betrokken waren. De HB-IDS verliet als eerste de vloot en werd op 12 februari 1978 verkocht aan Trans International als N871TV. Hoewel uitgekeken werd naar een vervanging van de DC-8 door een ander type, werd op 31 oktober 1978 SATA, door op de dag van vandaag nog steeds om onduidelijke redenen, failliet verklaard. Bij het faillisement lag al een noodplan klaar want de Caravelle vloot en een groot deel van het personeel werden al snel ondergebracht in een nieuw opgerichte onderneming met de naam CTA (Compagnie de Transport Aerien). Met de verkoop van de drie overgebleven Caravelles (HB-ICN, HB-ICO en HB-ICQ) aan CTA werden de openstaande schulden betaald, de DC-8-63CF HB-IDM vertrok eveneens naar Trans International als N872TV en de DC-8-53 HB-IDB vond een nieuw onderkomen bij TAG Aeronautics. De Turbo Porter HB-FCT kreeg als nieuwe eigenaar Air Glacier en bleef zijn vluchten naar de gletschers uitvoeren.   

HB-ICP Se-210 Caravelle 6R tijdens het eerste bezoek op Zestienhoven.                                       (Wim Zwakhals, Rotterdam, 31 mei 1972) 

SATA op Rotterdam

De eerste keer dat SATA te zien was op Zestienhoven was op 6 mei 1972.  De Convair 640 HB-IMM kwam die dag over na een onderhouds beurt op Woensdecht en zou een dag later weer richting Zwitserland vertrekken. Een paar weken later was het de SE-210 Caravelle HB-ICP welke op 31 mei met 99 passagiers een retourtje Milaan-Malpensa vloog. De CV-640 HB-IMM was daarna nog éénmaal te zien. Een jaar later, op zaterdag 26 januari 1973, bracht deze CV-640 nogmaals een bezoek aan Rotterdam met 56 passagiers uit Geneve, om een dag later te vertrekken. In 1973 werden de Caravelles van SATA wat meer gespot. De Caravelle HB-ICP verscheen op 12 november voor een vlucht met kuikens naar Tripoli en een tweede bezoek op 26 november, daarnaast de HB-ICK welke meerdere malen een bezoek bracht. In 1974 was het ook weer deze HB-ICK die driemaal langskwam.
De SATA Caravelle's waren daarna niet meer op Rotterdam te aanschouwen, echter in 1975 waren het de DC-8-63CF's van SATA die dat jaar een negental vluchten zouden uitvoeren. In april 1975 werden daarbij een aantal vluchten uitgevoerd door de HB-IDM en HB-IDS. De N791FT in Flying Tiger kleuren maar met SATA opschrift kwam in augustus vier keer langs. Alle vluchten werden uitgevoerd op Teheran, waarvan de laatste vier met eieren.



HB-IDM DC-8-63CF in volledige SATA kleuren.                                                                    (David Booster, Rotterdam, april 1975)

 
SATA vlootlijst    

 

N791FT DC-8-63CF in Flying Tiger Line kleuren maar wel met SATA opschriften                        (David Booster, Rotterdam, augustus 1975) 

Wim Zwakhals, augustus 2009