Tor Air

De gebruikers van de Curtiss C-46 Commando binnen Europa waren op twee handen te tellen. Naast SAM in Italie, Luxembourg Airlines, Lufthansa en Fred Olsen was het Transair Sweden die tot de grote gebruikers kon worden gerekend. Juist deze zweedse Commando's kwamen na hun Transair tijd nog bij een aantal, kort lopende, maatschappijen terecht. Een daarvan was het op Gothenborg gebaseerde Tor Air, een bedrijf dat naast de C-46 eveneens met de DC-3 Dakota vloog.
Tor-Air's Viking symbool staat zowel op de romp als in de staart van de DC-3 Dakota SE-CPT zoals te zien is op deze opname tijdens een bezoek aan Zestienhoven                                                                                                             (Nico Terlouw, Zestienhoven, 19 juni 1965)    
Transair Sweden was, naast de door de staat gesteunde maatschappijen als SAS en Linjeflyg, de eerste grote chartermaatschappij in Zweden. Dit initiatief werd in het begin van de jaren zestig gevolgd door een nieuwe maatschappij genaamd Loadair A.B. gebaseerd op Stockholm-Bromma. Deze maatschappij startte in 1963 de activiteiten met een van Linjeflyg overgenomen Lockheed L-18 Lodestar (SE-BUU), kort daarop gevolgd door een tweetal Dakota's de SE-CFT (c/n 42962) en SE-BSN (c/n 11638). Loadair werd echter al na een jaar, in de zomer van 1964, failliet verklaard en zoals in die tijd meer ging, maakten de piloten van Loadair met geleend geld in augustus 1964 een doorstart met de twee Dakota's onder de naam van de nieuwe maatschappij Tor Air A.B. Aangezien Tor Air direct alle gemaakte charterafspraken van Loadair overnam kon snel worden gestart en na het gereed maken van alle papieren en het aantrekken van vier piloten werd op 16 november 1964 de eerste charter uitgevoerd met de SE-BSN en wel van Göthenborg naar Groningen-Eelde, vandaar naar Liverpool voor een retourvlucht naar Göthenborg. De tweede DC-3 Dakota SE-CFT maakte enkele weken later zijn eerste vlucht voor de nieuwe maatschappij. Al snel werden twee belangrijke contracten in de wacht gesleept en wel een tweewekelijkse vlucht (op zondag en woensdag) met bloemen van Kopenhagen naar Helsinki en een vlucht op maandag, dinsdag en vrijdag met kippen/kuikens van Billund naar verschillende bestemmingen in Engeland (Southend en Birmingham). In de eerste maanden werden de twee Dakota's voorzien van een nieuw kleurenschema, een rode band over de romp met het logo bestaande uit een Vikingkop voor het opschrift op de romp en in de staart.

De start van de maatschappij was veel belovend en in juni 1965 werd naar vlootuitbreiding gezocht. Deze werd gevonden in de aanschaf van drie Curtiss C-46 Super Commando's van Trans-Air Sweden. Door deze aankoop kreeg Tor Air meteen de vrachtdienst naar Southend erbij. De vrachtdienst werd wekelijks of, naar gelang het aanbod van vracht, tweewekelijks gevlogen waarbij de Transair C-46 Commando's van Malmö naar Southend vlogen en op de terugweg Schiphol aandeden voor het oppikken van vracht alvorens weer naar Malmö terug te keren. Curtiss C-46 SE-CFA (c/n 30483) was de eerste machine die werd overgedragen en na zijn laatste Transair vlucht op 1 juni 1965 werd deze machine op 4 juni 1965 door Tor Air in gebruik genomen. De tweede Commando was de SE-CFD die zijn laatste Transair vlucht Southend - Amsterdam - Malmö vloog op 7 juli 1965 en een dag later aan Tor Air werd overgedragen om een week later door Tor Air op dezelfde route te worden ingezet. De C-46 vloot werd met een derde exemplaar uitgebreid met de komst van de SE-CFE op 1 november van dat jaar.
De samenwerking met Transair was in 1965 hecht, voor Transair werden in 1965 nog een aantal vakantievluchten uitgevoerd naar het Middellandsezee gebied (Tor Air vloog als een van de laatste maatschappijen in Europa passagiersvluchten met de C-46) en de Dakota's en Commando's zorgden voor de aanvoer van passagiers vanuit Zweden voor de vakantievluchten van Transair naar het zuiden van Europa en andere bestemmingen. De Dakota's werden dat jaar, naast de vaste verplichtingen, ingezet op veel charterwerk en daarbij veel ingehuurd door maatschappijen als Faroe Airways, Polaris Air Transport en Wideroes Flyveselskap.   
De Dakota SE-CFT was de eerste machine die de Tor Air vloot zou verlaten door de verkoop aan Faroe Airways als OY-DNC in mei 1968.
De C-46 Commando's voerden daarbij het merendeel van het werk uit op de dienst Malmö - Southend, waarbij op de terugweg niet alleen Schiphol werd aangedaan maar ook via Düsseldorf of Hamburg werd gevlogen. Omdat de C-46 SE-CFA in december 1965 tijdelijk uit dienst werd genomen en de SE-CFD in maart 1966 uit de vaart werd genomen voor een grote check, werd door Tor Air de laatste Transair C-46  SE-EDS ingehuurd voor een periode van drie maanden.

In september 1966 werden de vluchten van Tor Air abrupt gestaakt. Niet het vliegbedrijf maar de aankoop van het nieuwe hoofdkantoor op de luchthaven van Göthenborg zorgde voor financiele tekorten en een plotseling einde van het vliegbedrijf. De vrachtdienst op Southend werd onmiddelijk overgenomen door Transair die eerste de veel te grote DC-6 op dit traject inzette. De dienst werd echter snel uitbesteed aan een andere C-46 gebruiker, namelijk Fred Olsen Lines
De overige Tor-Air machines wisselden op 1 november 1966 van eigenaar waarbij de overgebleven DC-3 Dakota SE-BSN naar Faroe Airways vertrok als OY-DNP en de drie Curtiss C-46 Commando's overgenomen werden door een nieuwe starter, namelijk Fairline Sweden.


Tor Air op Rotterdam


Het eenmalig bezoek van een Tor Air C-46 Commando bracht in januari 1966 de SE-CFA naar de Rotterdamse luchthaven. Hoewel deze Commando in 1965 nog de Viking kop in de staart voerde, was deze nu niet meer aanwezig.                          (Zestienhoven, 5 januari 1966)

Het eerste bezoek van Tor Air aan Zestienhoven stamt uit juni 1965 toen de DC-3 Dakota SE-CFT op 18 juni met een scheepsbemanning neerstreek. Deze SE-CFT zou een maand later, op 10 juli 1965, nog een keer langskomen om na een night-stop weer te vertrekken. De tweede DC-3 Dakota SE-BSN maakte zijn eerste Tor Air charter op 30 juni van dat jaar en bleef hierbij eveneens overnachten om de volgende dag weer te vertrekken.
De DC-3 Dakota SE-BSN werd in september 1965 voor een maand verhuurd aan Polaris Air Transport maar behield daarbij zijn Tor Air opschriften. Polaris startte de huur op 4 september 1965 en een dag later was de machine al op Zestienhoven op een Polaris vlucht te zien. Elf dagen later, op 15 september, voerde de SE-BSN nog een charter Zestienhoven - Southend - Oslo uit, dit was tevens de laatste maal dat een Tor Air Dakota op Zestienhoven te zien was.

Schiphol was de plaats waar wekelijks de Tor Air C-46 Commando's te gast waren. Zestienhoven werd daarbij maar éénmaal aangedaan en wel op 4 januari 1966 waarbij de C-46 SE-CFA met een scheepsbemanning uit Stavanger aankwam. De volgende dag werden de motoren
weer gestart waarna deze Curtiss C-46 om 12.06 uur vertrok richting Schiphol om daar een retour vracht richting Zweden op te halen.   


Tor Air vlootlijst
 


 


Het vrachtdeel van het oude Schiphol was de plaats waar de Tor-Air C-46 Commando's in 1965 en 1966 wekelijks te zien waren.             (Nico Terlouw, Schiphol, 1965) 
bronnen: Propliner, Air Britain C-46 Commando production list en Airnieuws archieven
Wim Zwakhals, januari 2005