Trans Meridian London

Trans Meridian London werd op 5 oktober 1962 opgericht als Trans Meridian Flying Service door een aantal piloten. Al snel werd de samenwerking opgezocht met T.D. (Mike) Keegan, welke op dat moment net gestart was met zijn onderneming Trans World Leasing. 


Het eerst toestel van Trans Meridian, Douglas C-54 G-APID geparkeerd achter de grote hangaar op Zestienhoven.            (archief Wim Zwakhals, Rotterdam, 1963)

 In oktober 1962 werd door Trans Meridian Flying Services het contract getekend met Trans World Leasing over de huur van de Douglas C-54 Skymaster G-APID (c/n 10408), inclusief het onderhoud van het toestel bij Keegan Aviation. Direct werd gestart met het trainen van de nieuw aangenomen bemanning met de G-APID op Liverpool. Echter bij een van deze trainingsvluchten ging het mis en moest een landing uitgevoerd worden met ingetrokken landingsgestel. Inmiddels was door Trans World Leasing voor Trans Meridian een tweede Douglas C-54 Skymaster aangekocht, de N1101J van Liberty Air (c/n 18370) welke op 18 oktober 1962 werd ingeschreven als de G-ARXJ en in november 1962 aan de nieuwe maatschappij werd overgedragen, De C-54 G-APID werd door Scottish Aviation gereed gemaakt voor een overtocht naar het onderhoudsbedrijf op Prestwick om daar opgelapt te worden. Met de komst van de C-54 G-ARXJ stond Trans Meridian klaar voor het uitvoeren van passagiers- en vrachtcharters en op 15 december 1962 werd de eerste commerciele vlucht uitgevoerd met een charter van Liverpool naar Luxemburg. In 1963 werd gestart met een reeks van charters vanaf Liverpool en Manchester naar plaatsen binnen Europa en het Midden-Oosten zoals Munchen, Lyon, Nice en Amman. Voor het zomerseizoen werden de eerste afspraken gemaakt voor het vervoeren van toeristen naar het zuiden van Europa. De tweede DC-4, G-APID, was na zijn reparatie, pas weer op 7 juli 1963 beschikbaar en werd direct ingezet op het nieuwe contract voor het Ministerie van Defensie voor het vervoeren van vracht naar de RAF bases in Midden- en Verre Oosten. Na het zomerseizoen van 1963 nam het werk af waarbij de beiden Skymasters zelfs, van oktober tot half december, in opslag werden gezet. In het eerste volledige jaar werden door Trans Meridian 94 passagiers en 103 vrachtcharters uitgevoerd.  
Begin 1964 werden door de beiden Skymasters vooral passagiers uitgevoerd zoals aflossing scheepsbemanning naar Damascus, toeristen naar Portugal, Spanje en Griekenland en pelgrim vluchten vanaf Liverpool naar Lourdes en in de zomer werd in opdracht van British Eagle het vakantieprogramma vanaf Liverpool naar Palma gevlogen. Als thuisbasis voor de beiden Skymasters werd nu Luton aangehouden, waarbij het onderhoud aan de toestellen op Southend werd uitgevoerd. Naast deze passagiersvluchten liep ook het contract voor het Ministerie van Defensie door en daar dit contract verder werd uitgebreid werd eind 1964 uitgekeken naar een grotere vrachtkist.

Trans Meridian London's DC-7CF G-ATOB, in de eerste kleuren van TML, in de start                                                                 ( archief Nico Terlouw)

Deze werd gevonden door de aanschaf van een Douglas DC-7BF N6348C (c/n 45361), een voormalige United machine welke via Trans World Leasing werd aangekocht en op 23 december 1964 vanaf Boston naar Prestwick werd overgevlogen. Met de komst van deze DC-7BF voorzien van een drukcabine, werden de beide Skymasters uit dienst genomen. C-54 Skymaster G-APID maakte daarbij op 16 december 1964 zijn laatste vlucht voor Trans Meridian met een charter vanuit Rome naar Southend, gevolgd door de C-54 G-ARXJ welke op 14 januari 1965 zijn laatste vlucht voor Trans Meridian maakte vanaf Stuttgart naar Southend en direct daarna door Trans World Leasing verhuurd werd aan Dan-Air London. Na onderhoud bij Aviation Traders en inschrijving in het Engelse register als G-ATAB werd de DC-7BF eind maart door Trans Meridian in dienst genomen, Met de komst van de DC-7BF werden de toestellen voorzien van Trans Meridian London opschriften, Dit toestel werd daarop vooral ingezet op vluchten voor de Royal Air Force naar het Verre oosten (Singapore) waarbij vier vluchten per maand werden uitgevoerd waardoor er maar een beperkte tijd overbleef voor het uitvoeren van andere charters.

Begin 1966 werd deze DC-7BF vervangen door twee voormalige Pan American DC-7CF welke het laatst gebruikt werden door Liberty Air en nu door Trans World Leasing werden aangekocht. Dit waren de DC-7CF´s N7314 c/n 44873 en N7334 c/n 44875. Het eerste toestel werd ingeschreven als de G-ATMF en op 16 januari 1966 via de Azoren afgeleverd op Cambridge, gevolgd door het tweede toestel als G-ATOB op 20 februari 1966. De komst van deze twee vrachtmachines betekende het vertrek van de DC-7BF G-ATAB welke op 22 januari vanaf Prestwick en Gander naar Miami vertrok voor een groot onderhoud om daarna bij Dan-Air London in dienst te treden. De beide DC-7C's waren ontdaan van hun verflaag en werden daarbij alleen voorzien van de maatschappijnaam Trans Meridian London op de romp. Deze DC-7CF's waren uitstekend geschikt voor het lange afstandswerk met een range van 4000 mile en een kruissnelheid van 300 m.p.h. Bovendien voorzien van een drukcabine en in de staart van deze vrachtmachines konden acht stoelen worden aangebracht voor het vervoer van personeel. Trans Meridian London was nu een volledige vrachtmaatschappij met contracten voor de RAF voor het vervoeren van vracht naar Cyprus, Aden en Singapore en steeds meer inzet voor vrachtvluchten voor grotere luchtvaartmaatschappijen zoals BOAC in 1967. In midden 1967 kocht Mike Keegan alle aandelen van Trans Meridian Flying Services op, waarbij de maatschappij naam nu in geheel een onderdeel was van Trans World Leasing en daarbij bleef vliegen onder de naam Trans Meridian London. Mike Keegan sloot daarop een overeenkomst met George Batchelor, mede eigenaar van International Aerodyne, in die tijd gespecialiseerd in verhuur en verkoop van DC-7'ens. Dit zorgde voor een verdere vlootuitbreiding waarbij twee DC-7CF's werden gehuurd van International Aerodyne en in november 1967 als G-AVXH (c/n 44881 ex N7398A) en in februari 1968 als G-AWBI (c/n 44884 ex N7421) in gebruik werden genomen. Met de komst van deze twee DC-7CF's werd de DC-7CF G-ATOB in oktober 1967 uit dienst genomen en via Trans World Leasing verkocht aan de regering van Biafra. Met de komst van de twee nieuwe machines werd begin 1968 een nieuw kleurenschema geintroduceerd waarbij de toestellen nu voorzien werden van een witte bovenromp voorzien van rode bies met het opschrift Trans Meridian London waarbij de hoofdletters in rood en de overige letters in zwart werden aangebracht met in de staart de tekst "Europe's Cargo Airline". Daarnaast werd de thuisbasis verplaatst van Cambridge naar Stansted. Begin 1968 werden vooral vluchten uitgevoerd naar Afrika met een groot aantal vluchten naar Lagos, Nigeria (niet lang daarna zou het Nigeria -Biafra conflict uitbreken). Vanaf 20 juli 1968 werd de DC-7C G-AWBI, voor een periode van een jaar, verhuurd aan Turkish Airlines voor de inzet van het vrachtnetwerk van deze maatschappij vanaf Istanbul naar Europa, Midden-Oosten en Afrika. Met deze DC-7C werkzaam voor Turkish Airlines werden de overige twee DC-7CF's ingezet op vluchten binnen Europa naar o.a. Milaan, Parijs, Oslo, Rotterdam en Zurich, naar Afrika met bestemmingen als Nairobi, Enthebbe, Khartoem en Lusaka en werden eind 1968 een groot aantal vluchten op New York gevlogen.


G-AWBI Douglas DC-7CF in de nieuwe kleuren op Rotterdam                                                                    (Nico Terlouw, Rotterdam, 11 augustus 1968)

De Douglas DC-7CF was onderhoudsgevoelig en als vervanging voor de DC-7CF vloot kocht Mike Keegan in december 1968 zijn eerste, ex Flying Tiger Line, Canadair CL-44D aan, in april 1969 gevolgd door een tweede toestel. De komst van de Canadair CL-44D betekende het vertrek van de Douglas DC-7CF welke weer terugkeerden naar International Aerodyne. Als eerste de DC-7CF G-AVXH welke op 29 maart 1969 zijn laatste vlucht voor TML maakte vanaf Lissabon naar Stansted en op 11 april via de Azoren naar Miami vertrok, gevolgd door de G-AWBI via Shannon op 22 april. De nieuwe CL-44D vloot werd ingezet onder de naam Transmeridian Air Cargo en werden daarbij voorzien van een nieuw kleurenschema. Naast de nieuwe CL-44D's bleef de DC-7CF G-ATMF doorvliegen onder de naam Trans Meridian London en werd de TML vloot in juni 1969 uitgebreid met de komst van de DH-104 Dove G-AOFI welk werd aangekocht van Executive Air Engineering. Deze DH-104 Dove werd gebruikt voor het vervoer van bemanningen voor TML en TMAC en voor excursies van de Keegan familie. Met de CL-44D's welke vooral op de lange afstand werden ingezet, bleef de DC-7CF G-ATMF doorvliegen op charters binnen Europa met bestemmingen als Athene, Amsterdam, Brussel, Dusseldorf, Lissabon, Luxemburg, Malta, Milaan, Rotterdam, Stcokholm en Zagreb met daarnaast een enkele vlucht richting Afrika en Midden-Oosten. Op 23 december 1969 maakte het toestel zijn laatste vlucht voor Trans Meridian London vanuit Istanbul naar Stansted. Het toestel werd door Trans World Leasing te koop gezet en vertrok op 4 februari 1970, ontdaan van opschriften, naar Bazel. De koop naar een nieuwe gebruiker ging echter niet door en na een jaar, op 15 januari 1971, werd het toestel weer terug gevlogen naar Stansted. Weer meer dan een jaar later werd het toestel verkocht aan TAR (Transports Aeriens Reunis) en vertrok als F-BTDJ op 13 april 1972 vanaf Stansted via Parijs-Le Bourget naar Nice. Het laatste toestel voorzien van Trans Meridian London opschriften was de DH-104 Dove G-AOFI. Dit toestel werd in juni 1970 op Coventry buiten gebruik gesteld met het verlopen van het CofA en werd kort daarop gesloopt.    

Trans Meridian op Rotterdam


G-ARXJ C-54 Skymaster Trans Meridian op Rotterdam                                                                                                     (Nico Terlouw, Rotterdam, 1963)

Gelijk in het eerste volledige operationele jaar 1963 waren de beide Trans Meridian C-54 Skymaster G-ARXJ en G-APID te zien op Rotterdam, beiden met passagiers. Een jaar later was het de C-54 G-APID welke een aantal charters uitvoerde. Zo was dit toestel op 7, 9 en 18 april 1964 te zien komende vanaf Liverpool. De laatste twee genoemde vluchten betrof het ophalen van vracht met bestemming Hong Kong. De eerste DC-7CF van Trans Meridian London welke Rotterdam bezocht was de G-ATMF. Op 26 december 1967 kwam dit toestel om 19.57 uur aan vanuit Bahrein, na een night-stop vertrok de 'MF de volgende dag om 15.08 uur naar Luton.  Na dit eenmalige bezoek in 1967 was het jaar daarop, in 1968, Trans Meridian London met zijn DC-7CF vloot 12x te zien. Het was de DC-7CF G-AWBI welk als eerste dat jaar op 20 maart om drie over negen 's avonds leeg binnen kwam en geladen om 00.25 uur vertrok richting Malta. Een week later, op 27 maart, gevolgd door de DC-7CF G-AVXH welke een drietal vluchten uitvoerde naar London-Gatwick. Zo kwam de 'XH die dag om11.55 uur uit Luton, vertrok om 14.01 uur naar Gatwick, om 17.32 uur daaruit weer terug te keren en om 20.14 uur weer naar Gatwick te vertrekken. Het werd nachtwerk voor de verladers want om kwart voor een 's nachts streek het toestel weer neer om twee uur later weer richting Gatwick te vertrekken. Op woensdag 10 maart kwam de DC-7CF G-AWBI voor de tweede keer dat jaar binnen met vracht om daarna leeg naar Stansted te vertrekken. Eind juni/begin juli 1968 waren het de DC-7CF's G-AWBI en G-ATMF met een aantal vluchten op Malta. Daarna enkele weken wachten tot de komst van de G-ATMF met drie bezoeken op 9 en 13 oktober en 4 november. Het toestel kwam daarbij leeg uit Stansted en vertrok daarbij vol richting Budapest als eerste stop richting Verre Oosten.
In 1969 werden de eerste CL-44's van TMAC op Rotterdam gezien, maar de laatst overgebleven DC-7CF G-ATMF bracht dat jaar nog tweemaal een bezoek aan Rotterdam. Op 28 augustus kwam het toestel leeg uit Stansted en vertrok met lading naar Athene, op 9 september was de 'MF voor het laatst te zien, leeg uit Stansted en nu volgeladen op weg naar Benghazi als tussenstop voor de eindbestemming in Oost Afrika. Trans Meridian London was een maand later voor het laatst op Rotterdam te zien, niet met een DC-7CF maar met de DH-104 Dove G-AOFI. Deze Dove landde op 29 september even over acht uur 's avonds vanuit London-Gatwick, bleef een aantal dagen staan en vertrok op 3 oktober 1969 richting Stansted.

G-ATMF DC-7CF Trans Meridian London tijdens een van zijn laatste bezoeken aan Rotterdam            (archief Frank de Koster, Rotterdam, 1969)

Trans Meridian vlootlijst



G-AOFI  DH-104 Dove 6 met Trans Meridian London opschriften                                                                                                   (archief Wim Zwakhals)

bronnen: archieven Airnieuws, Propliner, British Independent Airlines since 1946
Wim Zwakhals, maart 2017