Transports Aeriens Reunis (T.A.R)

De laatste gebruiker in Europa van de Vickers Viking was het Franse T.A.R. Naast de Viking bouwde deze maatschappij in korte tijd een propliner vloot op bestaande uit DC-3 Dakota's, ATL-98 Carvairs, DC-7'ens ,DC-6'en en een Bristol Freighter.

T.A.R werd in december 1970 opgericht na reorganisatie van de op Grenoble gebaseerde taxi-operator Air Dauphine, zelf weer een onderdeel van de Air Affaires/Transairco Group. Air Dauphine vloog met een vloot van twee C-185's, een Sferma Marquis en de Douglas DC-3 Dakota F-BEIY . Alleen deze Dakota werd meegenomen naar de nieuw opgerichte maatschappij.


F-BJRS Vickers V.649 Viking T.A.R werd op Nice buiten gebruik gesteld en gesloopt. (Wim Zwakhals, Nice, 12 juli 1972)

De DC-3 Dakota F-BEIY (c/n 4775) was een jaar daarvoor, op 26 september 1969 aangekocht van Rousseau Aviation en met deze Dakota, nog in de kleuren van Air Dauphine, werd in december 1970 gestart vanaf de nieuwe thuisbasis Nice met vluchten op Corsica, Marocco en Spanje. Plannen voor uitbreiding van de vloot werden al met de oprichting gemaakt en direct werden de drie Vickers Vikings van EAS (Europe Aero Service) aangekocht. Deze drie toestellen F-BJES (c/n 257), F-BJRS (c/n 264) en F-BMEU (c/n 147) stonden al enige tijd geparkeerd op Perpignan en werden in december 1970 overgevlogen naar Nice. Op Nice werd gestart met groot onderhoud aan de Vickers Vikings F-BJES en F-BJRS, waarbij de Vikng F-BMEU op Nice als onderdelenbron werd gebruikt. Dit onderhoud duurde tot juni 1971 waarna de beide toestellen (F-BJES F-BJRS) voorzien van de opschriften T.A.R in gebruik werden genomen voor zowel passagiers als vrachtvluchten. Naast de Dakota F-BEIY werd inmiddels de DC-3 Dakota F-BCYT (c/n 4398) van Air France gehuurd welke o.a. werd ingezet op een dagelijkse krantenvlucht tussen Parijs /Le Bourget en Bazel/Mulhouse. Met het in gebruik nemen van deze Dakota werd de F-BEIY verkocht aan Air Fret.

Naast deze Vickers Viking vloot nam TAR in eind 1970 ook de ATL-98 Carvair vloot van Cie Air Transport (CAT) over. CAT staakte de activiteiten in midden 1969, waarbij de drie ATL-98 Carvairs (F-BMHV c/n 10365/5, F-BRPT c/n 10382/10 en F-BOSU c/n 27311/15) op Nimes/Garons in opslag werden gezet. Twee van deze Carvairs (F-BMHV en F-BRPT) werden in 1971 overgevlogen naar Nice. De ATL-98 Carvair F-BOSU bleef achter op Nimes/Garons en werd als onderdelen bron gebruikt. Op Nice werd de Carvair F-BRPT voorzien van T.A.R opschriften op de neus en in 1971 in gebruik genomen, vooral op vluchten vanaf Marseille naar Corsica, een goederenstroom welke voorheen met de CAT lijndienst gevlogen werd.

De aankoop van propliners ging verder met in begin 1972 de aankoop van Air Fret van twee DC-7'ens, de F-OCOQ en F-OCPZ. De F-OCOQ was een DC-7BF (c/n 45238) , een voormalig toestel van Universal Airlines (N752Z), welk in juni 1969 werd aangekocht door het Zweedse Rode Kruis en als SE-ERS bij hulpvluchten in Biafra werd ingezet. Na beeindigen van het conflict werd het toestel verkocht aan Air Fret (op 6 juni 1970) en ingeschreven als F-OCOQ. Dit toestel werd volop gebruikt door Air Fret en werd eind 1971 op Nimes/Garons gezien. In maart 1972 werd het toestel daar voorzien van de registratie F-BTAY waarna het enkele maanden later werd overgevlogen naar Nice en door T.A.R in gebruik werd genomen. Gelijk met deze DC-7 werd de DC-7B (c/n 45402) van het Zweedse Rode Kruis overgenomen, de SE-ERO waarvoor de registratie F-BTAZ werd gereserveerd. Voor een DC-7B zonder vrachtdeuren was geen markt . Alleen de motoren werden gebruikt waarbij het toestel als F-OCPZ op Nimes/Garons achterbleef en daar in mei 1973 werd gesloopt.

Inmiddels werden de Vickers Vikings buiten gebruik gesteld. De Vickers Viking F-BJRS maakte op 2 december 1971 zijn laatste vlucht vanaf Bazel naar Le Bourget en werd daarna naar Nice gevlogen voor opslag. Het was daarbij de laatste vliegende Vickers Viking in Europa.


F-BMHV ATL-98 Carvair BAF in Cie air Transport kleuren (Wim Zwakhals, Rotterdam, 6 mei 1972)

In april 1972 werd ook de tweede ATL-98 Carvair F-BMHV in gebruik genomen. Beide Carvairs werden in april 1972 verhuurd aan British Air Ferries voor een periode van een jaar waarbij de F-BRPT op 21 april 1972 aan BAF werd overgedragen, gevolgd door de F-BMHV enkele dagen later op 29 april. De Carvair F-BRPT was daarbij nog voorzien van T.A.R opschriften op de neus, de F-BMHV voorzien van de sticker "on charter to BAF " boven de passagiersdeur. Keegan, als eigenaar van BAF, startte daarbij de onderhandelingen over de huur/koop van beide Carvairs. In de huur/aankoop deal werd door Keegan ook de DC-7CF G-ATMF (c/n 44873) van Trans Meridian London, een andere maatschappij uit de Keegan holding, betrokken. Deze DC-7CF stond in opslag op Stansted, te koop, omdat het steeds moeilijker werd om deze goed te exploiteren door de moeilijke beschikbaarheid van 115/145 avgas en de stijgende prijs daarvan. De DC-7CF werd daarop op 13 april 1972, als F-BTDJ, op drie motoren overgevlogen vanaf Stansted, via Le Bourget, naar Nice en bleef in opslag op Nice. Na enkele maanden, in november 1972, werd het toestel gesloopt voor onderdelen.


Douglas DC-7CF F-BTDJ nog in Trans Meridian London kleuren met verwijderde opschriften in opslag op Nice.                                                                                                                                                                                                                  (Wim Zwakhals, Nice, 12 juli 1972)

Met de overgang van huur naar koop werden de beide ATL-98 Carvairs op 18 februari 1973 in het Engelse register ingeschreven als G-AREK (ex F-BMHV) en op 26 april 1973 als G-ASKG (ex F-BRPT).

De van Air Fret overgenomen DC-7BF F-BTAZ was vooral aangekocht voor de vrachtmarkt naar het Verre oosten. Deze vluchten namen geen grote vlucht waardoor besloten werd deze vracht zeven te verkopen. Deze DC-7BF werd in een deal overgedragen aan Aer Turas waarbij de Bristol B-170 Mk.31E Freighter EI-APC (c/n13072) naar T.A.R verhuisde en de DC-7BF F-BTAY naar Aer Turas. De Bristol Freighter werd daarbij op 1 december 1972 naar Southend overgevlogen voor onderhoud om daarna, op 28 december 1972, als F-BTYO op Nice afgeleverd te worden. De DC-7BF F-BTAY werd op 15 mei 1973 overgevlogen van Nice naar Shannon, stond daar enige tijd met Franse registratie aan de kant en werd na een onderhoudsbeurt in september dat jaar als de EI-AWO in gebruik genomen.

In maart 1973 was T.A.R in gesprek met Transmeridian voor de overname van de Canadair CL-44 G-ATZI (c/n 25), echter de Franse luchtvaartautoriteiten weigerden dit type in het Franse register in te schrijven. T.A.R had inmiddels al afspraken gemaakt voor een wekelijkse vrachtdienst tussen Bazel en Hong-Kong. Voor deze vluchten moest een andere CL-44 worden ingehuurd, in eerste instantie een CL-44 van IAS Cargo Airlines, totdat de CL-44 G-ATZI verkocht was aan een nieuwe onderneming Transvalair als HB-IEN welke na aflevering van deze CL-44 in maart 1974 deze vluchten overnam.

In juni 1973 werd de luchtvloot uitgebreid met de aankoop van twee DC-6'en van EAS (Europe Aero Service). Het betrof hier de passagiers DC-6B F-BOEV (c/n 45077) en een vrachtkist, de DC-6A F-BRID (c/n 44915). Beide toestellen ontvingen een onderhoud op Parijs- Le Bourget waarna de toestellen aan T.A.R werden afgeleverd. Als eerste de DC-6B F-BOEV in begin juni 1973, gevolgd door de DC-6A F-BRID welke op 20 juni 1973 de hangaar uitrolde. Beide DC-6'en behielden hun blauwe EAS kleuren en werden voorzien van T.A.R opschriften op de romp. Met de komst van de DC-6A werd de Bristol Freighter F-BTYO in augustus 1973 uit dienst genomen.

In november 1974 werd de stap gemaakt om vanaf 1975 ook het jettijdperk te betreden en zich eveneens te storten op de vakantiemarkt. Met Sabena werd onderhandeld over de huur/koop van een Se-210 Caravelle 6N. Op Brussel werd daarbij de Se-210 Caravelle OO-SRE (c/n 67) voorzien van T.A.R opschriften op de staart en overgevlogen naar Nice. Echter de vergunning voor het starten van vakantievluchten werd geweigerd en de Se-210 Caravelle keerde een maand later terug naar Sabena op Brussel.


(OO-SRE) Se.210 Caravelle met T.A.R opschrift in de staart                                                                              (Wim Zwakhals, Brussel, 22 februari 1975 )

Mede door deze tegenslag werden de activiteiten door T.A.R in 1975 gestaakt, waarbij de vergunning op 30 juni 1975 verliep. De beiden overgebleven vliegwaardige toestellen, de DC-6'en F-BOEV en F-BRID werden verkocht aan Delta Air Transport en overgevlogen van Nice naar Wevelgem. De passagiers DC-6B F-BOEV werd al snel naar Antwerpen gevlogen en op 17 april 1975 ingeschreven als de OO-VFG. De DC-6A F-BRID werd niet door Delta Air Transport in gebruik genomen. Deze vracht zes werd op 30 juli 1975 overgevlogen vanaf Wevelgem naar Antwerpen. Op 2 december 1975 werd het toestel verkocht als N9232Z aan Euroworld en vertrok op 19 december 1975 naar Luton als eerste stop richting VS.


F-BRID Douglas DC-6A TAR na aankomst op Wevelgem

De Vickers Viking F-BJRS welke op Nice stond geparkeerd werd in 1975 gesloopt, de Viking F-BJES eveneens in 1975 op Le Bourget. De Bristol Freighter F-BTYO stond zonder motoren tot 1976 op Nice. In januari 1976 werd het toestel verkocht aan Aero Stock en in 1976 gesloopt voor onderdelen.

Tranports Aeriens Reunis op Rotterdam

Op 25 april 1972 verscheen op ATL-98 Carvair F-BRPT, vier dagen na zijn overdracht, met T.A.R opschriften voor het eerst op de lijndienst Southend - Rotterdam. Het toestel heeft de hele zomermaanden met TAR opschriften gevlogen. Op 7 oktober 1972 werd deze Carvair gezien met het opschrift BAF. Op 2 december 1972 was deze Carvair voorzien van volledige BAF kleuren en werd op 26 april ingeschreven als G-ASKG.


F-BRPT ATL-98 Carvair TAR                                                                                                                                         (Wim Zwakhals, Rotterdam, 26 april 1972)  

De tweede ATL-98 Carvair F-BMHV verscheen voor het eerst op Rotterdam op 6 mei 1972. Het toestel was nog steeds voorzien van de kleuren van Cie Air Transport, voorzien van BAF opschriften. Na een onderhoudsbeurt werd het toestel voorzien van BAF kleuren echter zonder oplopende band in de staart. Op 18 februari 1973 werd het toestel ingeschreven als G-AREK.   
Transports Aeriens Reunis vlootlijst



F-BTYO Bristol B-170 Mk.31 Freighter T.A.R.                                                                                                                      (archief Wim Zwakhals, Nice, 1973)

bronnen: archieven Airnieuws, Aviation Letter
Wim Zwakhals, december 2021