Noratlassen op Rotterdam

Twee civiele en een aantal militaire Noratlassen bezochten de luchthaven, een overzicht van bijna twintig jaar geschiedenis.

63/312-BH  N.2501A Noratlas  Franse Luchtmacht                                                                  (Rob Jonker, Parijs-Le Bourget, juli 1979)

De Nord Noratlas werd ontworpen naar specificaties van het Franse leger voor een licht militair transportvliegtuig welke tevens troepen en parachutisten kon vervoeren. Op basis van het door Nord ingediende ontwerp werden in 1947 twee prototypes besteld waarbij het eerste prototype, de F-WFKL, op 10 september 1949 zijn eerste vlucht maakte. Het toestel werd aangeduid als de Nord 2500-01 en was voorzien van twee SNECMA 14R motoren. Het tweede prototype volgde een jaar later als F-WFUN en was voorzien van twee Bristol Hercules 739 motoren. Beide toestellen werden daarna getest bij het CEV (Centre d'Essais en Vol) waarbij beide toestellen werden afgeschreven. Hierna werden 3 pre-productie toestellen gebouwd waarbij het vierde gebouwde exemplaar de civiele registratie F-BFRG kreeg en werd gebouwd voor demonstratie tours. De Armée de l'Air was inmiddels tot bestelling overgegaan welk leidde tot de productie van 1953 tot en met 1961 van 208 toestellen welk werden aangeduid als de N.2501A Noratlas. Deze toestellen werden voorzien van door SNECMA in licentie gebouwde Bristol Hercules 739 motoren van 2040 pk. 

Vanaf de start van de productie werd de Noratlas ook aan civiele gebruikers aangeboden. Dit leidde tot een klein aantal bestellingen van zes stuks door UAT voor gebruik in Afrika en wel het model N.2502, een N.2501 voorzien van twee extra 400 pk Turboméca jets gemonteerd op de vleugeltips. Om de civiele markt verder te kunnen betreden werd nu één toestel voorzien van twee Prat & Whitney R.2800 motoren ( de motoren van een DC-6), dit om het onderhoud in vele wereld delen te vergemakkelijken. Gebruikt werd daarbij in 1956 de F-BFRG welke hierbij de aanduiding N.2503 kreeg.

In 1957 plaatste de Luftwaffe een bestelling voor 137 toestellen. De eerste 25 stuks werden gebouwd bij Nord, de resterende toestellen bij VFW. Deze gebouwde Noratlassen werden aangeduid als de N.2501D (D voor Duitsland).

53+55  N.2501D Noratlas  Luftwaffe                                                                                                                       (archief Wim Zwakhals)

Eén toestel werd in gebruik genomen door de Aeronavale, deze Noratlas kreeg het serial 01 werd hierbij uitgetest bij het No. 10 Escadrille de Servitude met name voor de inzet bij onderzeebootbestrijding en kreeg daarbij de aanduiding N.2504.

In 1956 werd de N.2501A met c/n 40 van de Franse Luchtmacht aangepast voor short-field performance. Hierbij werden naast het aanbrengen van twee Turbomeca Marboré jets op de vleugeluiteinden, de flaps gemodificeerd en onderstel aangepast nu voorzien van air brakes. Deze versie werd aangeduid als de N.2506. Dit toestel ging echter verloren op 25 april 1957 bij een crash op Melun waarbij alle vijf inzittenden omkwamen.

In 1959 werd een klein aantal Noratlassen besteld door civiele klanten en wel drie stuks door Air Algerie voor werkzaamheden bij de oliewinning in de Sahara. In 1960 kocht de Portuguese Luchtmacht de zes civiele Noratlassen van UAT en kort daarop, na de onafhankelijkheid van Algerije, de drie toestellen van Air Algerie.

Twee Noratlassen (YA+034, later 53+58 en de YA+035) werden in West-Duitsland gebruikt bij de opzet van het Transall programma, waarbij de beide toestellen werden gebruikt voor het uittesten van de systemen. Deze toestellen werden aangeduid als de N.2508.

De vierde gebouwde N.2501 bleef in gebruik bij het CEV. In eind jaren zestig werd dit toestel ingezet bij de ontwikkeling van het electronisch systeem van het DC-7 AMOR (Avions de Mesures et d'Observations au Réceptacle) programma en werd daarbij voorzien van een gemodificeerde radarneus.

4  N.2501 Noratlas CEV voorzien van radarneus                                                                                        (archief Wim Zwakhals)

De Luftwaffe was niet tevreden met de Noratlas en verschillende toestellen werden verkocht aan andere landen zoals Israël en Nigeria. Tussen 1970 en 1972 werden alle resterende toestellen uit dienst genomen welke vetrokken naar luchtmachten van Griekenland en Portugal. Andere toestellen kwamen bij civiele gebruikers terecht of werden gesloopt.

De Franse Luchtmacht was wel tevreden en bleef met de toestelen doorvliegen tot in 1989, waarbij de eerste toestellen in 1978 uit dienst werden genomen. 

Noratlassen op Rotterdam 

1960

F-BFRG N.2508 Noratlas voorzien van wing tip jets                                                                                   (Nico Terlouw, Zestienhoven 1960)

Het eerste bezoek van een Noratlas aan Zestienhoven stamt uit 1960 en wel met het vierde gebouwde prototype met de registratie F-BFRG. Dit toestel werd in 1950 gebouwd als een Nord 2500 en werd daarbij ingezet bij demonstratievluchten. Het liep niet hard met de bestellingen en om meer aan de vraag van de markt te voldoen werd in 1956 deze Noratlas voorzien van sterkere motoren en wel twee Pratt & Whitney R.2800 motoren en een drie bladige prop. De type aanduiding werd daarbij gewijzigd in N.2503 en maakte als F-WFRG op 31 januari 1956 zijn eerste vlucht. Hierna werd het toestel voorzien van wingtip Marboré ll jets en kreeg de aanduiding N.2508 en vloog daarbij voor het eerst op 29 mei 1957. Deze extra jets werden aangebracht om te voldoen aan een verzoek uit India. Kalinga wilde een route openen tussen Calcutta en Lhasa in Tibet en deze 880 lb sterke jets waren daarbij nodig om over de hoge bergen te vliegen. Als F-BFRG werd het toestel daar ook in november 1957 uitgetest. De interesse in vier tot zes toestellen werd nooit waargemaakt waarop het toestel terugkeerde naar Frankrijk. In 1960 bezocht de F-BFRG, nog steeds voorzien van de wing tip jets Rotterdam. In mei 1963 werd dit toestel verkocht aan West-Duitsland waar het gebruikt werd voor evaluatie doeleinden en werd in juni 1957 weer teruggebracht tot een standaard N.2501D. Echter het toegekende serial 53+59 werd nooit aangebracht. In maart 1968 volgde de sloop op Lemwerder. 

F-BFRG        Nord.2508 Noratlas                 c/n 04               SNCAV                                       naar Luftwaffe (53+59)                    05/63

1965

Pas in 1965 een tweede bezoek van een Noratlas aan de Rotterdamse luchthaven. Op 13 mei, in de bollentijd, de komst van de Franse Luchtmacht met N.2501A s/n 188/63-BU welke vloog onder c/s F-RBVU. Het 63 Escadre de Transport was toen gevestigd op Pau en werd daar ingezet bij het parachutespringen, logistiek transport over middellange afstanden en medische evacuaties. Deze Noratlas bleef tot eind jaren zeventig in dienst en werd daarna overgedragen aan de technische school het Conservatoire de l'Air et de l'Espace d'Aquitaine op Bordeaux-Merignac waar het toestel nog steed te vinden is.

188/63-BU    Nord 2501A Noratlas            c/n 188            French Air Force                        wfu                                                     ca 1979

1967

Twee jaar later de komst van de Luftwaffe. Op 29 december verscheen de N.1501D GB+115 van het LTG62 (Lufttransportgeschwader). Deze Noratlas landde om 13.11 uur en vertrok om 14.29 uur richting thuisbasis Ahlhorn. Met de introductie van het nieuwe serial systeem in 1968 werd dit de 52+37. In 1970 werd deze Noratlas uit dienst genomen en werd in 1971 ingebruik genomen als bar/restaurant in Schwelm.

GB+115        Nord N.2501D Noratlas        c/n 039             Luftwaffe                                    wfu                                                     1970  

52+37  N.2501D Noratlas in gebruik als bar/restaurant bij Schwelm                                                  (Roger Soupart, Schwelm)

1970

In 1970 de komst van een tweede en derde Duitse Luchtmacht Noratlas. Als eerste de N.2501D 53+40, deze Noratlas was in dienst bij de Waffenschule der Luftwaffe 50 (WaSlw50). Het was duidelijk een nachtelijke trainingsvlucht op 22 januari dat jaar. Om 00.35 uur kwam het toestel aan vanuit Frankfurt en vertrok om 00.50 uur naar Ahlhorn. In 1975 vertrok dit toestel naar de Griekse Luchtmacht met serial 53-240. Op 16 september dat jaar de komst van N.2501D 53+46. Dit toestel werd in 1973 op Wunstorf gesloopt.

53+40        N.2501D Noratlas          c/n 163            Luftwaffe                                        wfu Wunstorf

53+46        N.2501D Noratlas          c/n 176            Luftwaffe                                        wfu                                                        1971

1971

Een jaar later een vierde en laatste bezoek van een Luftwaffe N.2501D. Ditmaal op 28 januari met de 53+15. Een van de laatste vluchten voor de Luftwaffe want tegen het einde van het jaar werd het toestel buiten gebruik gesteld. In december 1971 werd de ferry registratie D-AMHG verkregen om het toestel over te vliegen naar Diepholz. Daar werd het toestel in 1974 gesloopt.

53+15        N.2501D Noratlas          c/n 133            Luftwaffe                                        wfu                                                        1971

1973  

9XR-KH N.2501D  Portalia Air Cargo                                                                           (David Booster, Rotterdam, februari 1973)

In 1973 de komst van de Nord N.2501D Noratlas 9XR-KH. Deze Noratlas. gebouwd in 1960, had bij de West Duitse Luchtmacht dienst gedaan als respectievelijk KA+105, GC+118 en 52+78. In januari 1971 werd de ferry registratie D-ACUR verstrekt om het toestel over te vliegen van Neubiberg naar Lübeck (de thuisbasis van toekomstig gebruiker Elbeflug). Tijdens deze ferry vlucht kreeg de Noratlas problemen en landde op Wunstorf. Hier heeft het toestel geparkeerd gestaan totdat het toestel in januari 1973 verkocht werd als de 9XR-KH aan Portalia Air Cargo. Op vrijdag 9 februari 1973 landde de 9XR-KH op Rotterdam met een lading paprika, komende uit Dakar. Het toestel stond enige tijd geparkeerd en maakte pas op 20 februari een vlucht met een retour Stansted. Op 23 februari werd het toestel aan de ketting gelegd door een Belgische expediteur. Dit vanwege het niet op de plaats afleveren van een lading goederen. Deze lading die een waarde vertegenwoordigde van fl. 90.000.- had afgeleverd moeten worden op Mali. Nadat het toestel daar enige dagen had gestaan besloot de gezagvoerder met de lading, die niet werd afgehaald, naar Dakar te vertrekken. In Dakar liet men de goederen achter in een douaneloods, waarna met lading werd vertrokken naar Rotterdam. Op 1 maart diende er bij de Rotterdamse rechtbank een kort geding wat tot gevolg had dat het beslag op deze Noratlas werd opgeheven. Na het oplossen van dit conflict kon men echter nog steeds niet vertrekken, daar er nu weer moeilijkheden ontstonden met de RLD over de luchtwaardigheid van het toestel en het brevet van de Duitse gezagvoerder. Op zondag 11 maart kon dan eindelijk het luchtruim gekozen worden, met een andere gezagvoerder, met een lading richting Cairo. In de tijd dat het toestel op Rotterdam stond werden de opschriften op de Noratlas veranderd. Op 22 februari werden met grote letters de naam Olfair aangebracht, met op 25 februari de W ervoor, Wolfair. Op 1 maart werd de naam Portalia Air cargo bij de neus weggeschilderd.

Wolfair heeft niet lang met het toestel gevlogen. Op 18 april 1973 stortte het toestel, door een motorstering, neer bij vertrek van Djibouti. Aan boord bleek een lading wapens te zijn.  

9XR-KH        N.2501D Noratlas         c/n 094            Wolfair                                    w/o Djibouti                                        18/4/1973

9XR-KH N.2501D Noratlas Wolfair in de laatste kleuren                                                      (Wim Zwakhals, Rotterdam, 3 maart 1973)

1976

De Franse Luchgtmacht was pas in 1976 voor de tweede keer op de Rotterdamse Luchthaven te zien. Op 23 september 1976 met de komst van de N.2501A Noratlas 160/62-KK. Het 62 Escadre de Transport was gebaseerd op Reims en voerde in midden van de zeventiger jaren trainingsvluchten uit naar zowel Schiphol als Zestienhoven. Dit toestel bleef in dienst tot 1986 en is nog terug te vinden in het Ailes Armorique in Vannes-Maucon, nu als de 160/64-IN.

160/62-KK        N.2501A Noratlas        c/n 160       French Air Force                     wfu                                                        1986

1977

Acht maanden later op 9 mei 1977 de aankomst van N.2501A Noratlas 31/62-WB onder c/s FM9908. Dit toestel bleef tot in 1982 in dienst en werd daarna tentoongesteld in het Musée Aeronautique de Champagne op Brienne-le-Chateau. Bij het opheffen van dit museum werd het toestel gesloopt. Enkele dagen later, op 16 mei, de N.2501A 86/62-KE onder c/s FM9914, verder dat jaar gevolgd op 21 juni door de 173/61-WV en de 107/62-WG op 16 november. Alle voor een kort bezoek. Alle drie laatst genoemde toestellen werden na hun actieve dienst gesloopt.

31/62-WB         N.2501A Noratlas        c/n 31        French Air Force                    wfu                                                         1982   

86/62-KE          N.2501A Noratlas        c/n 86        French Air Force                    wfu

173/62-WV       N.2501A Noratlas       c/n 173      French Air Force                    wfu

107/62-WG      N.2501A Noratlas       c/n 107       French Air Force                    wfu Chateaudun                                  1984  

31/62-WB N.2501A  Franse Luchtmacht                                                                                   (David Booster, Rotterdam, 9 mei 1976)

1978

Op 12 januari 1978 sttreek de N.2501A Noratlas 205/62-WD neer eveneens op een trainingsvlucht vanaf Reims. Na zijn diensttijd belandde het toestel bij de opleidingsschool Lycée P.Mendes op Vitrolles. Enkele weken later, op 1 februari, de tussenstop van N.2501A 105/62-KW welke in 1986 buiten dienst werd gesteld op Aix-les-Milles Het werd geschonken aan de l'Association Le Noratlas de Provence die het toestel weer vliegwaardig maakte en daarbij als F-AZVM op 20 mei 1995 zijn eerste vlucht maakte. Dit is de enige vliegwaardige Noratlas ter wereld. Tot slot op 26 september dat jaar de N.2501A 83/62-KF welk binnen kwam onder c/s F-RBKF

205/62-WD        N.2501A Noratlas        c/n 205        French Air Force                    wfu                                                         

105/62-KW        N.2501A Noratlas        c/n 105        French Air Force                    werd F-AZVM

83/62-KF           N.2501A Noratlas        c/n 82           French Air Force                     wfu

F-AZVM de enige vliegwaarde N.2501A Noratlas

1979

De 83/62-KF was enkele maanden later weer te zien en wel op 27 maart 1979 en vloog daarbij onder hetzelfde c/s F-RBKF. Het laatste bezoek van een Nord N.2501 Noratlas aan Rotterdam vond plaats op 29 november 1979. Onder c/s FM0403 landde de N.2501A  161/64-IM voor een korte stop om daarna door te vliegen naar Schiphol. Na zijn periode van actieve dienst werd dit toestel overgevlogen naar het Musée National de Parachutisme op Pau waar het als 63-BP tentoon gesteld staat.            

83/62-KF           N.2501A Noratlas        c/n 82          French Air Force                      wfu

161/64-IM        N.2501A Noratals         c/n 161       French Air Force                      wfu   

161/ 64-IM  Nord N.2501A Noratlas  Franse Luchtmacht                                                        (Rob Jonker, Schiphol, 29 november 1979)

bronnen: Airnieuws archieven, Paul A. Jackson French and German Military Aviation, Air Britain French Post-War Transport Aircraft

Wim Zwakhals, december 2025