Percival Proctor

Na de Tweede Wereldoorlog was er direct vraag naar kleine vliegtuigen voorzien van alle instrumenten om als zakenvliegtuig te worden ingezet. Een van de toestellen welke aan deze vraag kon voorzien was de Percival Proctor.  

  R7524 (G-AIWA)  Percival P.28 Poctor 1 in RAF kleuren . Hier gefotografeerd op Stauning 5 juni 1983. Een jaar later werd het toestel afgeschreven bij     een ongeval op La Ferte Alais op 9 juni 1984.                                                                                       (David Booster, Stauning, 5 juni 1983)

Percival Aircraft werd in 1932 opgericht. Gewerkt werd vanaf Gravesand tot de reorganisatie in 1937 waarbij de firma werd gevestigd op Luton.  De Percival Proctor werd ontworpen naar de vraag in 1938 van het Ministerie van Defensie naar een eenmotorig, drie persoons vliegtuig geschikt voor opleidingen en communicatie. Om op korte termijn aan deze vraag te kunnen voldoen werd door Percival het ontwerp van de  Percival Vega Gull (een ontwerp uit 1932) gebruikt. Dit was een geheel houten ontwerp welk snel gebouwd kon worden daar er voldoende  ambachtslieden in de fabriek beschikbaar waren.

De romp werd daarbij 15 cm langer en de stoelen werden aangepast zodat de bemanning een parachuut konden dragen. Daarnaast werden de instrumenten aangepast zoals de toevoeging van een militaire uitrusting. Alhoewel het ontwerp nog op de tekentafel stond werden begin 1939 247 toestellen besteld. De Percival Proctor werd hierbij voorzien van een deHavilland Gipsy Queen motor van 210 pk. Het prototype met serial P5998 vloog voor de eerste keer op 8 oktober 1939 vanaf Luton en werd daarna direct in productie genomen als de Percival P.28 Proctor 1 voor de Royal Air Force (147 stuks) en P.28 Proctoe 1A voor de Royal Navy  (100 stuks) waarbij het verschil was dat bij de Navy er ruimte was voor het meenemen van een rubberboot.

In 1940 werd het prototype verbouwd tot een licht bommenwerper waarbij 9 kg aan bommen onder de vleugels gemonteerd konden worden. dit om bij een mogelijke invasie van Engeland ingezet te kunnen worden. Deze versie werd aangeduid als de P.29 Proctor. Echter de invasie ging niet door en de plannen werden geschrapt. De behoefte aan opleidingsvliegtuigen was tijdens de oorlog groot en al snel werd een aanvullende order geplaatst voor deze drie persoons radio trainer en wel voor 175 stuks welke werden aangeduid als de Percival P.30 Proctor 2.  

RM221/ G-ANXR  Percival P.31 Proctor 4  in RAF kleuren                                                             (Wim Zwakhals, Diest, 12 augustus 1983)

Het ontwerp werd opnieuw aangepast op verzoek naar de eisen van de RAF voor een radio/trainer. Het werd vergroot tot een vier zitter, volledig uitgerust voor nacht vliegen en kon daarbij de grootste en zwaarste radio ontvanger/zender meenemen en werd aangeduid als de P.31 Proctor 4. Hiervan werden 175 stuks gebouwd. Inmiddels werd ook gestart met de bouw van een drie zits uitvoering voor Bomber Command, hierbij werden 437 stuks gebouwd aangeduid als  de P.34 Proctor 3.

Direct na de oorlog, in 1945, werd de civiele uitvoering van de Proctor 4 op de markt gezet, aangeduid als de P.44 Proctor 5. Het toestel werd voorzien van 2 zitplaatsen voorin en een zitbank voor twee personen achterin voorzien van uitklapbare armsteunen. Hierbij kon de bagage worden opgeborgen achter de zitbank. Het toestel werd voorzien van nieuwe instrumenten aangebracht in een paneel van een stuk. Het toestel was uitgerust voor volledig blind- en nachtvliegen. Dual controls en extra brandstoftanks konden tegen meerkosten worden aangebracht. De kosten voor een standaard Proctor 5 bedroeg in 1945 2900 engelse pond.

G-AGTF  Percival P.44 Proctor 5, een van de eerste na-oorlog gebouwde toestellen met constructienummer Ae15. Hier op het platform van de Rotterdamse luchthaven in begin jaren zestig. Dit toestel werd aan de kant gezet op Martlesham in juli 1964.                       (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1962)

Het ontwerp werd opnieuw aangepast op verzoek naar de eisen van de RAF voor een radio/trainer. Het werd vergroot tot een vier zitter, volledig uitgerust voor nacht vliegen en kon daarbij de grootste en zwaarste radio ontvanger/zender meenemen en werd aangeduid als de P.31 Proctor 4. Hiervan werden 175 stuks gebouwd. Inmiddels werd ook gestart met de bouw van een drie zits uitvoering voor Bomber Command, hierbij werden 437 stuks gebouwd aangeduid als  de P.34 Proctor 3.

Direct na de oorlog, in 1945, werd de civiele uitvoering van de Proctor 4 op de markt gezet, aangeduid als de P.44 Proctor 5. Het toestel werd voorzien van 2 zitplaatsen voorin en een zitbank voor twee personen achterin voorzien van uitklapbare armsteunen. Hierbij kon de bagage worden opgeborgen achter de zitbank. Het toestel werd voorzien van nieuwe instrumenten aangebracht in een paneel. Het toestel was uitgerust voor volledig blind en nachtvliegen. Dual controls en extra brandstoftanks konden voor meerkosten worden aangebracht. De kosten voor een standaard Proctor 5 bedroeg in 1945 2900 engelse pond. De RAF schafte vier toestellen aan welke werden gebruikt voor het vervoer van diplomaten. In totaal werden 150 stukd van deze versie gebouwd.

In 1946 werd een van de Proctors verbouwd tot watervliegtuig, aangeduid als de Percival P.45 Proctor 6, het bleef bij de aanpassing van een vliegtuig.

Na de oorlog werd een groot aantal RAF en Navy Proctors geleverd aan verschillende luchtmachten als opleidingsvliegtuig. Zo ontvingen binnen Europa de Belgische Luchtmacht een zestal exemplaren welke dienst gedaan hebben van 1947 tot 1954. Evenals de Deense Luchtmacht met 6 stuks. Zowel in Belgie als in Denemarken is een exemplaar bewaard gebleven in de musea. Ook de Klu ontving 10 Percival Proctors in 1947 welke in 1953 werden gesloopt. 

Veel toestellen werden na hun diensttijd verkocht op de civiele markt naar landen binnen Europa maar ook naar Australie en Nieuw-Zealand. Bij de Royal Air Force en Royal Navy bleef de Proctor 4 tot in 1945 in gebruik. In civiele dienst bleven de meeste Proctors vliegen tot in begin van de jaren zestig. Hierbij werden de toestellen niet langer luchtwaardig omdat de lijm die gebruikt werd bij debouw van de toestellen begon los te laten en alleen een groot onderhoud het toestel in de lucht kon houden.  

Er waren plannen om de Percival Proctor te voorzien van een sterkere motor. Een van de bestaande Proctors werd daarbij voorzien van een De Havilland Gipsy Queen 30 van 250 pk. Echter deze plannen gingen niet door daar gelijktijdig gewerkt werd aan een opvolger welke werd uitgerust met deze motor, de geheel uit metaal opgebouwde Percival Prentice.

In totaal werden er in de periode 1939-1946 1034 Percival proctors gebouwd. Eind jaren zestig vlogen de laatste exemplaren. Daarna kon de Proctor alleen gezien worden in musea in RAF kleuren met een enkel exemplaar welke luchtwaardig werd gehouden.

VH-DUL een van de eerste serie gebouwde Percival P.28 Proctor 1 ex G-AHFU uit 1939 

Technische specificaties Percival Proctor

G-AGTC  Percival P.44 Proctor 5 op Zestienhoven                                                                    (Nico Terlouw, Zestienhoven, 5 mei 1964)

Percival Proctor op Rotterdam

De eerste Percival Proctor verscheen al enige weken na de opening van het nieuwe vliegveld. Op 8 november 1956 was het de P.34 Proctor 4 G-ANVY, een voormalig RAF exemplaar. Deze Proctor vertrok de volgende dag op aflevering naar Zweden waar het een maand later werd ingeschreven als SE-CEA. In januari 1957 de komst van de G-AKYA een Percival P.44 Proctor 5 van Aero Ypenburg. Eveneens in januari 1957 (24/1) de OO-ARH een P.34 Proctor 4 afkomstig van de Belgische Luchtmacht (ex P-5) welke ingeschreven stond in het Belgische register van juli 1956 tot januari 1959. Vanaf 1957 tot in 1963 de regelmatige komst van de Proctor als zakenkist uit Engeland. Sommige eenmalig zoals in 1957 de komst van de G-AJCX een P.34 Proctor 3 en de G-ANAT P.44 Proctor 5 welke beiden een jaar later buiten gebruik werden gesteld. Begin jaren zestig waren de laatste Percival Proctors op Rotterdam te zien zoals de foto's al tonen de G-AGTC en G-AGTF beiden na-oorlogs gebouwde Proctors 5 en de G-AOEJ een P.34 Proctor 4.  De G-AGTC was daarbij de laatste Proctor welke in 1964 nog enkele bezoeken bracht aan Zestienhoven zoals op 1 februari en 5 mei. Leuke bezoeker in 1964 was de OO-ADS een Percival P,44 Proctor 5 welke op 11 maart 1964 langskwam, dit toestel verongelukte op Zwartberg in januari 1965. 

G-AOEJ  Percival P.34 Proctor 3 op Zestienhoven, werd 7 mei 1963 afgeschreven na ongeval                                             (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1962)

bron: archieven Airnieuws, Jane's aircraft of WW2

Wim Zwakhaks, december 2023