US Exports

Begin jaren zeventig had de dollar een sterke waarde ten opzichte van de europese munten (engelse pond en franse frank). Daarnaast was er in de Verenigde Staten een steeds grotere belangstelling voor voor-oorlogse vliegtuigen. Het was dus winkelen voor de Amerikanen in Europa waarbij vooral belangstelling was voor deHavilland tweedekkers en de Nord 1002 welke als Messerchmitt fighter gepresenteerd kon worden. Deze oudere vliegtuigen werden niet overgevlogen, maar verscheept via de haven van Rotterdam. Export USA.

In de periode februari 1971 tot september 1973 werden zeven toestellen (1x DH-84 Dragon, 3x DH-89 Dragon Rapide, 1x DH-82 Tiger Moth en 2x Nord 1002 Pingouin) overgevlogen naar Rotterdam-Zestienhoven om hier gedemonteerd te worden en ingepakt of per container de overtocht naar Amerika te maken. 

N34DH DH-84 Dragon Chrisair na aankomst op Rotterdam                             (David Booster, Rotterdam, 21 februari 1971)

Het meest unieke exemplaar was de deHavilland DH-84 Dragon, een vliegtuigtype welk niet eerder Zestienhoven bezocht had en waarvan er in het begin van de jaren zeventig nog maar een enkel exemplaar vliegwaardig was. Het was dan ook een spottersmomentje dat op 21 februari 1971 een rood met witte DH-84 Dragon met de registratie N34DH en voorzien van Chrisair opschriften op de luchthaven landde en vooraan het platform, bij het hek en tussen de Pa -28's van NLS/Schreiner geparkeerd werd. 

De DH-84 Dragon was een ontwerp uit de dertiger jaren van de vorige eeuw. Hoewel opgezet voor het vervoer van 10 personen, werd de Dragon voorzien van 8 zitplaatsen. Slechts een handvol DH-84 Dragons overleefden de Tweede Wereldoorlog, waaronder de G-ADDI. Deze DH-84 Dragon met c/n 6096 ontving zijn CofA op 18 mei 1935 en werd als G-ADDI afgeleverd aan Railway Air Services met de naam "City of Cardiff", vertrok naar Great Western and Southern Air Lines in januari 1939 en werd kort daarop, 22 september 1939, gevorderd door de Royal Air Force waarbij het toestel werd ingezet bij 24 Sqn op Hendon. Het toestel ontving geen RAF serial en werd later ingezet bij het National Air Communication en bij het Associated Joint Committie. In juni 1943 vertrok het toestel naar Vickers Armstrong welke het weer inschreef met de registratie G-ADDI. Werd daarna overgeschreven op naam van G.A.Phels (23/5/46) en Air Charter Ltd. Op 8/3/1951 ingeschreven op naam Air Navigation and Training en op 26/4/1963 op naam van Aero Enterprises (JHS) Ltd. Dit was de maatschappij van Chris en Clair Roberts welke het toestel beschilderde in een aantrekkelijk rood en wit kleurenschema voorzien van de naam Chrisair. Met deze achtzitter werd gestart met rondvluchten van Ramsgate, later vanaf Sywell. In 1968 verliep het CofA en werd het toestel in opslag gezet, Deze DH-84 werd in november 1970 aangekocht door de Californische  vliegtuigverzamelaar Irving Perlitch. De DH-84 Dragon werd weer luchtwaardig gemaakt en voorzien van de registratie N34DH op 21/2/1971 overgevlogen naar Rotterdam. Hier werd het toestel gedemonteerd en gereed gemaakt voor verscheping naar de Verenigde Staten en per schip overgebracht naar California waarna het toestel werd tentoongesteld in het Perlitch Transportation Museum in Morgan Hill. Het antieke vliegtuig werd in 1981 aangekocht door Mike Kemble die het toestel weer luchtwaardig maakte en sindsdien, nog steed voorzien van de kleuren van Chrisair, mee rond vliegt vanaf zijn thuisbasis Kimbel Farm Airport te Oakville in Washington.

De DH-89A Dragon Rapide was de succesvolle opvolger van de DH-84 Dragon. Het toestel was een zeszitter met verbeterde motoren (Gipsy Queen lll) waarbij in 1937 flaps werden geïntroduceerd. De DH-89 Dragon Rapide werd tien jaar geproduceerd (1934 - 1944) waarbij in totaal 1063 toestellen gebouwd zouden worden.

De eerste DH-89A dragon Rapide die voor export op Rotterdam aankwam was de N683DH. Het toestel was voorzien van complete RAF kleuren en kwam op 11 juni 1971 aan waarbij het direct in de grote hangaar werd gezet.

Deze DH-89A met c/n 6782 werd aan de Royal Air Force afgeleverd als de NR683 aan 5SMU op 28/7/1944. Na een korte diensttijd bij de RAF vertrok het toestel op 19/3/1946 naar deHavilland voor een verbouwing tot civiele standaard Mk.3 en werd op 14/8/1946 ingeschreven als de G-AHXW op naam van British European Airways voorzien van de naam "RMA Hohn Nicholson", waarbij het toestel werd ingezet op de routes vanaf Croydon naar Manchester en Dublin. In januari 1954 verliep het CofA waarna deze DH-89A verbouwd werd tot Mk.4 voorzien van Gipsy Queen ll motoren en constant speed propellers. Op 25/6/1959 werd het toestel in dienst genomen bij Fairey Aviation Ltd op White Waltham als survey kist. Op 27/2/1968 werd het toestel verkocht en veranderde een paar keer van eigenaar voordat deze Dragon Rapide in 1971 werd aangekocht  door de Amerikaanse vliegtuig liefhebber JR.O.Puryear, waarbij het toestel in maart 1971 werd overgevlogen van Staverton naar Booker. Op Booker werd het toestel voorzien van RAF camouflage kleuren en de registratie N683DH. Op 11/6/1971 werd het toestel door BOAC piloot Peter Benest overgevlogen naar Rotterdam voor verscheping naar de VS. Enkele jaren later, op 27/3/1974, werd het toestel geschonken aan het EAA Museum, Franklin,WI. Deze DH-89A Dragon Rapide werd hier hersteld in zijn BEA kleuren en voorzien van de naam "Sir Robert Puryear" op de neus waarna het in april 1974 werd overgedragen aan het EAA Museum op Oshkosh waar het toestel tot 1998 heeft tentoongesteld gestaan. In 1998 werd het aangekocht door twee piloten John Reed en Bud Field en overgebracht naar San Andreas, California. Hierna begon een langdurige opbouw welke in 2009 werd afgerond waarna het vliegtuig weer vloog in BEA kleuren waarbij deze DH-89A Dragon Rapide weer werd voorzien van de oude engelse registratie G-AHXW aangebracht groot op de romp.

N683DH DH-89A Dragon Rapide kort na aankomst op Rotterdam                             (David Booster, Rotterdam, 12 juni 1971)

Anderhalf jaar later, op 10 november 1972, kwam een tweede DH-89A Dragon Rapide in RAF kleuren aan. Dit was de N89DH c/n 6709. Deze DH-89A kwam niet uit Engeland, maar uit Frankrijk waar het toestel als F-BLHZ had dienst gedaan bij de parachutistenclub op Nancy.

Deze DH-89A Dragon Rapide wered op 18 maart 1944  door de RAF in dienst genomen met het serial HG724. Na de oorlog werd het toestel ingeschreven als de G-AKPA op 25/8/1947 op naam van Newman Aircraft Ltd, later op 16/3/1951 op naam van Midland Metal Spinning Co. te Wolverhampton. Op 15/6/1962 werd deze Dragon Rapide ingeschreven in Ierland als de EI-AML waar het in dienst werd genomen bij Aer Turas. Bij deze maatschappij heeft deze tweedekker maar kort gevlogen want op 19/6/1964 werd het uitgeschreven als verkocht naar Frankrijk. Waarna het enkele maanden duurde voordat het toestel op 2/2/1965 werd ingeschreven als de F-BLHZ op naam van Aero Club de Loraine, Luneville. In 1968 vertrok deze DH-89A naar Centre Ecole Regional e Parachutisme Sportif de Nancy-Lorainne op het genoemde vliegveld. In 1972 werd het toestel aangekocht door Geert Frank welke de Dragon Rapide in Frankrijk liet voorzien van RAF kleuren en in november 1972 inschreef in het Amerikaanse register als N89DH. Op 10 november 1972 kwam het toestel op Rotterdam aan, waarna het richting VS verscheept werd. In januari 1973 werd het toestel ingeschreven op naam van Doyle W.Cotton, Tulsa OK. Op 3 oktober 1987 werd het toestel aangekocht door Robert Hood voor een bedrag van $ 75.000,- welke het pas op 12/1/1988 op zijn naam inschreef. Op 24/3/2007 werd deze DH-89A Dragon Rapide aangekocht door het Aviation Institute of Maintenance op Virginia Beach. Deze DH-89A werd een onderdeel van het Military Aviation Museum, het Atlantic Park op Virginia Beach. In 2010 werd deze Dragon Rapide naar New-Zealand overgebracht voor een complete restauratie en werd daarbij van de rood/blauwe kleuren van the Guards of the Prince of Wales flight met de nep registratie "G-ADDD". Na deze restauratie werd het toestel weer overgebracht naar Virginia Beach waar het een onderdeel is van de vliegwaardige luchtvloot van het Atlantic Park.

Een derde DH-89A Dragon Rappide welke voor export langs kwam was eveneens een exemplaar uit Frankrijk, welke daarbij eveneens gebruikt werd door de lokale Aeroclub voor parachuutspringen. Geert Frank kocht ook dit exemplaar aan en liet het toestel voor vertrek voorzien van na-oorlogse BEA kleuren met de naam "RMA Lord Shaftesbury". Voorzien van de registratie N-8053 kwam het toestel op 8/9/1973 op Rotterdam aan en werd geparkeerd bij de hangaars van de vliegclub Rotterdam, waarna het gedemonteerd werd en ingepakt voor verscheping op 15/9/1973 richting VS. Deze DH-89A Dragon Rapide werd voor een geheel aander vervoer ingezet en de geschiedenis van deze DH-89A is als volgt. 

N-8053  DH-89A Dragon Rapide in de kleuren van British European Airways                                   (Wim Zwakhals, Rotterdam, 9 september 1973)

Op 23/7/1945 met c/n 6907 in dienst genomen bij de RAF met s/n NR843. Op 1/1/1946 verkocht aan de BOAC voor Iraqi Airways welk het toestel als YI-ABG op 29/1/1946 in gebruik nam. Deze DH-89A werd in februari 1948 terug gevlogen naar Engeland waar het toestel op Manchester in opslag werd gezet. Op 5/1/1949 ingeschreven als G-ALGE op naam van WA.Rollson Ltd. Croydon. In de daarop volgende jaren veranderde het toestel regelmatig van eigenaar en wel op naam van Melba Airways, Ringway op 8/9/1949, Wolverhampton Aviation Ltd. 6/5/2952, Kenning Aviation Ld. Sheffield 3/6/1954, Yorkshire Aerolane Club, Yeadon, MacSmith Air Charter 8/12/1959. Waarna de Dragon Rapide in Ierland werd verkocht en op 31/7/1962 werd ingeschreven als EI-AMN op naam van AC O'Hara & John Farell. Op 15/9/1964 werd deze DH-89A ingeschreven als de F-BLXK op naam van Aero Club Centre Alsace-la-Meslee te Colmar, voorzien van de naam "Desiree 1". In september 1970 vertrok het toestel naar de Aero Club de Moselle-Parachutisme te Doncourt-les-Conflans. In juli 1973 aangekocht door Geert Frank en hier liet hij het toestel voorzien van BEA kleuren voordat het als N-8053 op 8/9/1973 werd overgevlogen naar Rotterdam, voor verscheping naar de VS . Het toestel was daarbij al op 18/7/1973 ingeschreven op naam van D.S.Foley. Verkocht in 1975 aan Leach & Williams Crorey. Het toestel verhuisde naar de Antillen maar buiten rondvluchten werden ook andere zaken uitgevoerd, want kort daarop in juli 1975 werd het toestel op Philipsburg op Sint Maarten in beslag genomen toen het toestel werd betrapt op het vervoer van een partij drugs. Deze Dragon Rapide stond daarna jaren aan de ketting op Sint Maarten en werd zwaar beschadigd bij de orkaan David in 1979. Twee jaar later werd het toestel nog zwaar beschadigd aangetroffen en werd uiteindelijk gesloopt.

Naast deze DH-84 Dragon en DH-89 Dragon Rapides werd eveneens een DH-82 Tiger Moth verscheept. Op 16 september 1971 kwam deze Tiger Moth als de N41DH in volledige RAF kleuren aan vanuit Calais. Het toestel kreeg gelijk onderdak bij de vliegclub Rotterdam. Bij nadere inspectie bleek het de voormalige PH-UDB te zijn, de registratie die enkele maanden daarvoor in het Nederlands register werd doorgehaald.

N41DH  DH-82A Tiger Moth in RAF kleuren, dit is de ex PH-UDB                                   (Wim Zwakhals, Rotterdam, 16 september 1971)

Met c/n 84734 werd deze DH-82A Tiger Moth gebouwd voor de RAF en in dienst genomen met s/n T6319, het was een van de vele Tiger Moths die na de oorlog voor de opleidingsscholen beschikbaar kwamen en na een korte inschrijving in het Engelse register als de G-AIJB (ingeschreven op 19/9/1946 en canx 29/11/1946) werd deze Tiger Moth overgedragen aan de Rijksluchtvaartschool waarbij deze DH-82A op 26/3/1947 werd ingeschreven als de PH-UDB. Bij de RLS bleef het toestel tot in 1960 in dienst, tot de overdracht aan H.J.Ankersmit te Diepeveen op 12/10/1960, daarna  op naam van M.J.M.Duijvestein te Apeldoorn 10/7/1968. Na enkele jaren als reclamesleper dienst te hebben gedaan, werd ook deze Tiger Moth verkocht aan Geert Frank waarbij de registratie op 25/6/1971 werd doorgehaald. Vlak daarvoor werd het toestel overgevlogen naar Wycombe Park, Booker waar het toestel een groot onderhoud kreeg en voorzien werd van het RAF kleurenschema. In september 1971 werd het toestel ingeschreven als de N41DH en op 16 september 1971 via Calais overgevlogen naar Rotterdam. Via de Rotterdamse haven werd deze Tiger Moth verscheept naar de VS waar het een aantal keer van eigenaar wisselde totdat het op 14/4/1976 verkocht werd aan Picayune Ltd., Iowa City. Sinds die tijd is deze DH-82A Tiger Moth actief bij deze onderneming.

Naast de deHavilland types werd ook nog een ander vliegtuigtype naar de Verenigde Staten geëxporteerd, de Nord 1002 Pingouin. Deze Nord 1002 was een licentie gebouwde Messerschmitt Bf.108 Taifun. Het ontwerp van de Me. Bf.108 Taifun stamt al uit 1934 voor een metalen laagdekker met intrekbaar landingsgestel voor de civiele luchtvaart. Door zijn snelheid en klimvermogen viel het toestel al snel op en werd vanaf 1947 in productie genomen voor de Luftwaffe. Vanaf 1942 werd de Me Bf.108 gebouwd in bezet Frankrijk bij de Scan (Société Nationale de Constructions Aéronautique de Nord), aangduid als Nord op Les Maureaux. Tijdens de bezetting werden 170 Bf.108's gebouwd. Na de bevrijding werd de productie voortgezet, eerst als Nord 1000 tot de voorraad Duitse Argus V4 motoren op was. Er werd toen overgestapt op Franse motoren , eerst werd een 233 pk Renault Q6 zes cilinder toegepast welke werd aangeduid als de Nord 1001 Pingouin 1, gevolgd door de opgewaardeerde Renault 6Q-10 motor aangeduid als de Nord 1002 Pingouin ll. In totaal werden er 286 stuks gebouwd. De Nord 1002 was makkelijk te vliegen en voorzien van een Luftwaffe kleurenschema kan het uitstekend als Duitse warbird meedoen tijdens de luchtvaartshows.

In België werden twee Nord 1002's aangekocht welke in september 1973 op Rotterdam werden afgeleverd. Als eerste de OO-NET op 12 september een dag later gevolgd door de OO-GVD. Deze toestellen zijn in goede handen terecht gekomen want 40 jaar later doen beide, in Luftwaffe kleuren nog volop mee inhet airshow circuit. De OO-GVD vliegt daarbij als de VH-OFS op het Alabion Park in New South Wales en de OO-NET vliegt eveneens in deze zuidelijke contreien als ZK-WFI bij de Touch Travel Limeted.

De geschiedenis voor deze beide Nord 1002's is als volgt: 

OO-NET staat ingeschreven als een Nord 1002, toch is het toestel gebouwd in 1943 en voorzien van een Argus motor waardoor het ook voor een Messerschmitt Bf.108 kan doorgaan.                                   (David Booster, Rotterdam, 13 september 1973)

OO-NET  c/n 103

Gebouwd in 1943 als een Messerschmit Bf.108 en gedurende de oorlogsperiode werd het toestel tweemaal neergeschoten. Herbouwd in maart 1945 met c/n 103, ingeschreven als OO-NET op 25 oktober 1961 op naam van Aero Nord, Moorsele, later verkocht aan J.Bouland te Grimbergen. Van Grimbregen op 12 september 1973 overgevlogen naar Rotterdam en op 15 september afgevoerd naar de haven voor verscheping naar de Verenigde Staten. Werd ingeschreven als N108H op naam van Richard Tracy te Reno. Daarna via een aantal eigenaren in New Hampshire, Colorado en Texas naar R.L.Buskirk op Vero Beach, Florida. Herbouwd door Piper Aircraft waarbij de originele Argus V4 vervangen werd door een 300 pk Lycoming. Bij deze herbouw werd ook een namaak bewapening aangebracht en werd het toestel voorzien van een Luftwaffe kleurenschema. Op 18 maart 1989 verkocht in Zuid-Afrika waar het toestel werd ingeschreven als de ZS-WFl op naam van C. vander Walt te Wonderboom, nabij Pretoria. In maart 1996 verscheept naar New Zealand waar het werd ingeschreven als de ZK-WFI eerst op naam van de Fighter Trainers, later overgeschreven op naam van Touch Travel Limited.

OO-GVD  Nord 1002 Pingouin na aankomst op Rotterdam.                                   (David Booster, Rotterdam, 13 september 1973)

OO-GVD  c/n 285

Werd gebouwd in 1951 als een Nord 1002 en ingeschreven als F-BGVD. Na een beperkt aantal eigenaren werd het toestel in 1963 verkocht aan de Aero Club d'Angoulome. Op 6 mei 1965 werd deze Nord ingeschreven in het Belgische register als OO-GVD op naam van Delnatte te Kromhout. Op 13 september 1973 overgevlogen naar Rotterdam waarbij het toestel samen met de OO-NET twee dagen later werd afgevoerd naar de haven voor verscheping richting VS. In september 1973 ingeschreven als N198R, alleen voor de import in de VS want het toestel werd direct doorverkocht in Canada waar het werd ingeschreven als de C-GRIT op naam van Edward Allen High in British Colombia. Hier werd het toestel voorzien van een Luftwaffe kleuren schema. Daarna geëxporteerd maar Australië waar het eerst werd ingeschreven als VH-HUN en daarna VH-OFS op naam van de eigenaars Robert Grenert en Ben Sampton te Albion Park in New South Wales.

bronnen: Airnieuws archieven, Air Britain The Story of deHavilland types

Wim Zwakhals, juli 2012